Bush zegt beperkte troepenvermindering toe
Het aantal Amerikaanse militairen in Irak kan volgens president Bush voor Kerst al een beetje omlaag, maar een echte vermindering volgt pas komende zomer. En de VS moeten met Irak een langdurige veiligheidsrelatie aangaan.
George Bush hield gisteravond een televisietoespraak om zijn beleid ten aanzien van Irak uit te dragen. Hij meldde vooruitgang, en verklaarde dat er meer militairen wegkunnen naarmate de veiligheid in Irak verbetert. Hij vermeed de term ’terugtrekking’, die een negatieve betekenis kan hebben. Zijn verhaal kwam overeen met dat van bevelhebber David Petraeus, die eerder deze week door het Amerikaanse Congres werd gehoord.
En zijn momenteel 169.000 VS-militairen in Irak. Van hen kunnen er eind dit jaar 5700 naar huis, wat eigenlijk wil zeggen dat ze niet vervangen worden door anderen. Voor juli 2008 kan het aantal met nog eens 21.500 man omlaag. Daarmee komt het niveau bijna, maar net niet helemaal, op dat voor februari dit jaar, toen Bush extra militairen naar Irak stuurde om te proberen de rust daar te herstellen.
Voor Democraten in het Congres is deze troepenvermindering veel te beperkt. En waar gelijk harde kritiek op kwam was Bush voorstel voor een ’langdurige relatie’ met Irak, „op een manier die onze belangen in de regio beschermd en waarvoor minder Amerikaanse troepen nodig zijn”. Volgens de Democratische senator Jack Reed vraagt Bush daarmee om „oneindige en onbeperkte militaire aanwezigheid in Irak.” Hij zei dat de president heeft „nagelaten een plan te presenteren om de oorlog succesvol te beëindigen of een overtuigende beweegreden te verschaffen om hem te verlengen.” Volgens zijn critici schuift Bush de problemen door naar zijn opvolger. Hij draagt in januari 2009 het presidentschap over.
Kort voor de toespraak was bekend geworden dat in Irak een belangrijke soennitische bondgenoot van de Amerikanen in Anbar was opgeblazen. Volgens Bush blijft die provincie een voorbeeld van het succes van de Amerikaanse aanpak en hebben andere soennieten na de aanslag op sheikh Abdoel Sattar Aboe Risja gelijk gezegd dat ze zouden terugslaan tegen Al-Kaida. Maar critici wezen erop dat Bush naliet te vermelden dat in die provincie nog steeds 18 procent van de doden zijn gevallen dit jaar, en dat Petraeus al had gezegd dat de provincie niet zomaar als model kan dienen voor andere delen van Irak.
Bush plaatste de oorlog in Irak herhaaldelijk in de context van een wereldwijde strijd tegen het terrorisme, en haalde de aanslagen van 11 september 2001 aan als bewijs van wat er zou kunnen gebeuren als de strijd in Irak verloren ging. Ook zei hij dat dan een humanitaire ramp dreigt, waarbij hij niet vermeldde dat er nu al miljoenen Irakezen op de vlucht zijn geslagen en de leefomstandigheden in Irak uiterst beroerd zijn.
De Amerikaanse president erkende dat er weinig vooruitgang zit in de politieke hervormingen in Irak die verzoening tussen de verschillende bevolkingsgroepen moeten bevorderen. Hij zei tegen de Irakezen dat ze van hun leiders moeten eisen dat ze eindelijk de moeilijke beslissingen nemen die verzoening brengen.
<< Startpagina