De Democraten zullen samenwerken met het Witte Huis en het Witte Huis belooft dat het niet zijn rug zal keren naar de Democraten. Veel zin hebben ze niet in elkaar. Maar beide partijen zullen wel moeten, het vastgelopen geharrewar over de vraag wat de beste koers is in Irak, kan niet eindeloos voortduren.
President Bush had woensdag de leiders van het Congres, voorop die van de kleine Democratische meerderheid, uitgenodigd voor overleg. Dinsdagavond had hij nog in barse bewoordingen de benadering van de Democraten van zijn veto voorzien, pas zijn tweede in zijn zesjarige carrière als president.
Bush zei bij die gelegenheid dat wat de Democraten willen ‘een recept voor chaos’ is. Deze zijn bereid nog eens honderd miljard te fourneren voor de oorlog. Tegelijk moeten dan echter afspraken worden gemaakt over een datum waarop de troepen naar huis beginnen te komen.
Domme politiek is dat, vindt Bush. Je laat aan de vijand weten wanneer de kust veilig is: ‘Een datum vastleggen voor terugtrekking is een datum vastleggen voor mislukking.’
Nancy Pelosi, leider van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden, zegde toe dat ze naar het Witte Huis zou komen. Maar: ‘De president wil een blanco cheque. Het Congres is niet van plan die hem te geven.’
Het is niet eenvoudig. De tegenstellingen zijn fundamenteel. De Democraten beschouwen de oorlog in feite als verloren. Voor hun moet de discussie gaan over de vraag wat de verstandigste manier is om de aftocht te blazen. Het Witte Huis, vooralsnog gesteund door de meeste Republikeinen in het Congres, noemt dat een defaitistische en zelfs gevaarlijke politiek.
Het valt op dat president Bush niet meer praat over ‘de overwinning’. Dat woord is vervangen door ‘succes’. De definitie van succes is bescheiden. ‘Succes is niet dat er geen geweld is (in Irak)’, zei Bush dinsdag. ‘Succes is een niveau van geweld dat acceptabel is voor de bevolking.’ Met zo’n omschrijving van geslaagd beleid lijkt een mislukking altijd weg te redeneren.
De positie van het Witte Huis verschuift wel, maar het blijft gradueel. De Democraten beweren dat het duidelijk is dat de bordjes voorgoed zijn verhangen. Ze hebben de tussentijdse verkiezingen van begin november gewonnen, ze hebben na twaalf jaar de meerderheid heroverd in het Congres. Die wapenfeiten kwamen niet uit de lucht vallen, menen de Democraten. Ze drukken uit dat de bevolking geen vertrouwen meer heeft in het Irakese avontuur. Linksom of rechtsom moet dat tot koerswijziging leiden.
Republikeinen zijn geneigd te antwoorden dat de Democraten hun koerswijziging al hebben gekregen. ‘We hebben een nieuwe strategie, een nieuwe minister van Defensie en een nieuwe commandant in Irak’, schreef Tom Donnelly, medewerker van de conservatieve denktank American Enterprise Institute.
Donnelly: ‘De Amerikaanse bevolking heeft de Democraten niet een mandaat gegeven om de oorlog te regisseren. En dat zal ook niet gebeuren, tenzij ze in 2008 het Witte Huis veroveren.’
Dat lijkt met net iets meer zelfvertrouwen gedebiteerd dan de werkelijkheid verdraagt. De Republikeinen zitten in een benauwde veste. De publieke opinie keert zich in nog steeds groeiende mate tegen de oorlog. En tegen de president van de oorlog. Voor de verkiezingen van 2008 valt gaandeweg het ergste te vrezen.
Het betekent niet dat de Democraten op rozen zitten. De partij kent realo’s en radicalen, gematigde en felle tegenstanders van de oorlog. De vraag is of die bij elkaar blijven ook als de keuzes moeilijker worden. De Democraten hebben voorbeeldige eensgezindheid nodig om de regering-Bush optimaal onder druk te zetten. Hun grootste probleem is verscheurdheid die immer dreigt.


