|
Terug naar hoofdpagina
Presidentsverkiezingen
Hieronder vindt u een overzicht van
de meest gebruikte termen van de Amerikaanse verkiezingen.
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
Acceptance speech
Rede van een kandidaat op de
conventie waarin hij officieel de nominatie namens zijn partij
accepteert. In de toespraak ontvouwt de kandidaat globaal zijn plannen voor
het land en blikt hij vooruit op de komende
campagne. Een sterke acceptance speech kan een kandidaat omhoog doen
schieten in de peilingen. Dat gebeurde in 2000 met Al Gore.
Amendment
Toevoeging aan de grondwet. Eén van
het bekendste en meest omstreden amendementen is het tweede (zie Second
Amendment). Dat bepaalt dat een "well regulated militia" het recht heeft "to
keep and bear arms". Een ander bekend amendement is het 22ste, dat het
aantal ambtstermijnen van een president beperkt tot twee. Conservatieve
groepen werken aan een nieuw amendement dat het huwelijk moet definiëren als
een exclusieve verbintenis tussen man en vrouw. Als zij het amendement
aanvaard krijgen, betekent dat dat het homohuwelijk ongrondwettelijk is.
naar boven
Ballot
Stembiljet dat er per staat anders
uitziet. In Florida leidde het stembiljet na de verkiezingen van 2000 tot
veel ophef omdat het 'vlinderbiljet' tot verwarring had geleid bij de
kiezers. Die zouden daardoor op een andere kandidaat hebben gestemd dan zij
wilden. De manier waarop een kandidaat op een stembiljet terecht kan komen,
verschilt per staat.
Band wagon
Politieke metafoor voor 'achter de
muziek aan'. Er is sprake van een 'bandwagon-effect' als een winnaar
plotseling een veel grotere voorsprong neemt dan werd verwacht. Bij dat
effect speelt het sentiment mee dat niemand graag op een verliezer stemt.
Beauty contest
Letterlijk: schoonheidswedstrijd.
Een betekenisloze peiling in het voorseizoen, die hooguit een indicatie
geeft hoe de kandidaten er in sommige staten voor staan. Zo'n peiling geeft
een kandidaat hooguit een indicatie of wat hij losmaakt onder de kiezers.
Een andere omschrijving is
testing the waters.
Beltway
Aanduiding voor de ringweg rondom
Washington. Beltway-politics is een aanduiding voor politieke kwesties die
heftige discussies opleveren in het Congres, maar die in de rest van het
land nauwelijks leven. Met beltway wordt ook wel het gehele politieke leven
in Washington aangeduid.
Bill of Rights
Omschrijving van de eerste tien
amendementen van de grondwet. Die regelen de grondrechten van de burger,
zoals vrijheid van meningsuiting, pers en religie, en bakenen de
bevoegdheden van de federale en statelijke overheden af. De Bill of Rights
werd aan de grondwet toegevoegd omdat de tekst daarvan nauwelijks spreekt
over individuele rechten en vrijheden.
Buckley vs. Valeo
Uitspraak van het Hooggerechtshof (zie
Supreme Court) uit 1976 die het individuen en groepen toestond ongelimiteerd
financieel bij te dragen aan campagnekassen van hun voorkeur of geld te
doneren tegen bepaalde kandidaten of initiatieven.
Met de uitpspraak, die niet gold
voor bedrijven en bonden, draaide het hof twee belangrijke onderdelen terug
van de
Federation Election Campaign Act van begin jaren zeventig. Die wet legde
beperkingen op aan de bedragen die mochten worden ingezet bij federale
verkiezingen, maar het hof achtte dat in strijd met het eerste amendement,
de vrijheid van expressie.
Door de uitspraak deed
soft money zijn intrede in de politiek. Dat leidde in de jaren negentig
tot grote zorgen over corruptie bij presidentsverkiezingen. De
McCain-Feingold-wet maakte in 2002 een eind aan soft money.
Bumper sticker
Sticker met een politieke slogan die
op de achterbumper van een auto geplakt kan worden. Ronald Reagan zei ooit
gekscherend dat hij niet moest worden lastiggevallen met zaken "die niet op
een bumpersticker passen".
Buzz word
Term met grote herkenbaarheid die
inspeelt op het sentiment van de kiezer. 'Family Values' is zo'n woord uit
de campagne van George W. Bush dat associaties moest oproepen met het
traditionele gezin, veilige buurten en een zorgzame samenleving. Met
'Welfare queen' duidde Reagan de bijstandsmoeder aan die in zijn ogen niet
meer moest leven op kosten van de gemeenschap, maar aan het werk moest.
Nixon hamerde keer op keer op 'Law and order' om in te spelen op de angst
voor criminaliteit.
naar boven
Capitol Hill
Hier zetelt het
Congres, dat bestaat uit de
Senaat en het
Huis van Afgevaardigden. Op de trappen van het grote uit marmer
opgetrokken gebouw, wordt traditioneel de president geïnaugureerd. Boven op
de grote koepel staat een vrijheidsbeeld. In de hoofdsteden van de meeste
staten staat een soortgelijk gebouw.
Caucus
Alternatief voor een
primary. Vorm van directe democratie. Mensen die tijdens
primary season invloed willen uitoefenen op de nominatie komen naar een
bepaalde lokatie, een postkantoor, een school, soms zelfs de woning van een
partijgenoot. Daar debatteren ze om vervolgens een stem uit te brengen op
een kandidaat. De stemming vindt vaak plaats via handopsteken of via het
plaatsnemen in de hoek van een bepaalde kandidaat. De optelsom van deze
verkiezingen is bepalend voor de uitslag van een staat. In sommige staten
gaat dat volgens het principe 'winner takes all', andere staten hanteren een
proportionele afvaardiging of een vertegenwoordiging van de districten van
de staat. De bekendste caucus is die in Iowa, omdat de uitslag daarvan
kandidaten kan maken of breken.
Tegenstanders van het caucussysteem
stellen dat de bijeenkomsten te veel gedomineerd worden door ideologisch
gemotiveerde politieke activisten, die niet representatief zijn voor de
standpunten van de hele staat. Daardoor bestaat de kans dat een kandidaat
naar voren wordt geschoven die in de algemene verkiezingen geen enkele kans
maakt.
Civil Rights bij het
stemmen
Het wettelijk recht van burgers om
te stemmen, op werk, op gelijke behandeling en op dezelfde faciliteiten (zoals
onderwijs). Die burgerrechten moesten met name zwarten in het zuiden
afdwingen, soms met gebruik van geweld.
De burgerrechtenbeweging culmineerde
op 28 augustus 1963 met Martin Luther Kings beroemde I have a dream-rede
voor de Lincolnmemorial in Washington. In de jaren daarna tekende president
Johnson de
Civil Rights Act en de
Voting Rights Act. Ook voerde hij
affirmative action in om de positie van zwarten in met name het
onderwijs ook daadwerkelijk te verbeteren. Toch voelen zwarten zich nog vaak
achtergesteld.
Civil War
De Amerikaanse burgeroorlog die
duurde van 1861 tot 1865. Daarbij kwamen meer Amerikanen om dan bij alle
andere oorlogen van de VS bij elkaar. Het dodental wordt geschat op circa
620.000. Na de verkiezing van de Republikein Abraham Lincoln vreesden de
zuidelijke staten dat de nieuwe president uit Illinois de slavernij wilde
afschaffen, die in het noorden al was verdwenen.
Daarom scheidden elf zuidelijke
staten zich af om als
Confederatie verder te gaan. Zij stelden een grondwet op waarin het
houden van slaven was toegestaan. De afscheiding was voor Lincoln
onacceptabel. Hij aarzelde nog over ingrijpen, maar toen zuidelijke troepen
onder leiding van generaal Robert E. Lee het noordelijke territorium
binnenvielen, was de oorlog een feit.
De broederstrijd verliep moeizaam
voor het Noorden. Op 1 januari 1863 kondigde Lincoln de afschaffing van de
slavernij aan in heel de Verenigde Staten. De gevechten gingen daarna nog
ruim twee jaar door, maar in april 1865 gaf generaal Lee zich gewonnen.
Enkele dagen later werd Lincoln vermoord in een theater in Washington.
De politieke gevolgen van de
burgeroorlog waren enorm. Tot diep in de twintigste eeuw stemde het gehele
zuiden rotsvast Democratisch. Dat was in de eerste plaats bedoeld als straf
voor de Republikeinen, die de zuiderlingen niets minder dan hun geliefde
Southern way of life (lees: slavernij) hadden afgenomen. Het zuiden stemde
sindsdien rotsvast Democratisch. Dat veranderde in 1968, toen Nixon tijdens
de campagne inspeelde op onderhuidse racistische gevoelens bij de
zuiderlingen. Het zuiden ging definitief om naar de Republikeinen met de
verkiezing van Reagan in 1980. In de jaren negentig wist de Democraat
Clinton nog enkele zuidelijke staten te veroveren, maar het zuiden is
feitelijk decennia lang in handen van de Republikeinen.
Congress
Wetgevende macht van de Verenigde
Staten. Het Congres bestaat uit twee huizen. De
Senaat telt honderd leden, twee uit elke staat. Het Huis van
Afgevaardigden bestaat uit 435 leden. Zij vertegenwoordigen de staten op
basis van bevolkingsomvang. Een staat met weinig inwoners heeft weinig
afgevaardigden, een grote veel.
Het Congres kan wetgeving initiëren.
Die moet dan worden goedgekeurd door de president. Omgekeerd moet het
Congres met voorstellen van de president instemmen. Een en ander verloopt
soepeler als president en Congres van dezelfde politieke kleur zijn. Het
Congres heeft ook het recht om presidentiële veto's te ongedaan te maken.
Dat moet wel met een tweederde meerderheid in beide huizen gebeuren.
Hetzelfde geldt voor een
impeachment van de president.
Het lidmaatschap van het Congres is
niet aan een maximum aantal termijnen gebonden. De langstzittende senator
was de in 2003 overleden Strom Thurmond. Toen hij in dat jaar het Congres
verliet, was hij honderd. Hij zat sinds de jaren vijftig in de Senaat voor
South Carolina.
Zittende congresleden hebben wegens
hun naamsbekendheid en financiële middelen een enorm voordeel op uitdagers.
Tussen 1946 en 1996 won 90 procent van de afgevaardigden en 75 procent van
de senatoren één of meerdere herverkiezingen. Momenteel hebben de Democraten
zowel in de Senaat als in het Huis van Afgevardigden de meerderheid, zij het
in beide huizen maar nipt. Verkiezingen voor de Senaat vinden om de zes jaar
plaats, waarbij telkens een derde van het totaal aantal zetels de inzet is.
Verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden worden elke twee jaar gehouden.
Constitution
De Amerikaanse grondwet, opgesteld
in 1787. De Amerikanen beschouwen dit samen met de
Declaration of Independance (Onafhankelijkheidsverklaring) als een soort
bijbel. Elke wet wordt getoetst aan de grondwet. Uitspraken van het
Hooggerechtshof (zie Supreme Court) gaan vaak over het al dan niet
grondwettelijk zijn van een bepaalde wet. De Constitution is de oudste
geschreven grondwet.
Crossover vote
Mogelijkheid om tijdens het primary
season van partij te wisselen. Zo kan er bij de voorverkiezingen op een
zwakke kandidaat worden gestemd, die het dan tijdens de algemene
verkiezingen aflegt tegen de sterker geachte kandidaat van de eigen partij.
naar boven
Dark horse
Outsider die vanuit de achterhoede
voor een verrassing kan zorgen en daarmee de bestaande krachtsverhoudingen
danig in de war kan schoppen. Een dark horse maakt ook kans als een
patstelling ontstaat tussen twee leidende kandidaten.
Debates
Meestal rechtstreeks uitgezonden
debatten op de nationale tv-stations, die kiezers inzicht moeten verschaffen
in de verschillen in de standpunten en plannen van de kandidaten. De laatste
jaren trachten de kandidaten tijdens de debatten vooral de zwevende kiezer
in het politieke midden voor zich te winnen.
De kandidaten zijn er tijdens de
debatten erg op gespitst geen fouten te maken, want die kunnen dodelijk zijn.
Hiervan bestaan enkele historisch geworden voorbeelden. Zo maakte Nixon in
1960 tijdens het eerste tv-debat een onbetrouwbare indruk doordat hij hevig
zweette en zich niet geschoren had. John F. Kennedy oogde daarentegen fris
en ontspannen.
Eén welluidende kwinkslag (sound
bite) kan tijdens zo'n debat wonderen doen. Ronald Reagan sloeg in 1980
president Carter knock-out door zich tot het publiek te wenden met de vraag:
"Are you better off than you were four years ago?" Reagan won met een
landslide.
Vier jaar later won Reagan opnieuw
met een briljante vondst. Vele commentatoren en politieke analisten begonnen
zich af te vragen of de al oude president (73) nog wel een tweede termijn
aan zou kunnen. Toen hem daarnaar gevraagd werd tijdens een debat,
antwoordde Reagan: "I'm not going to exploit for political reasons my
opponent's youth and inexperience".
Bush sr. maakte in 1992 de fout door
tijdens een debat met Clinton op zijn horloge te kijken. Daarmee wekte hij
bij het tv-kijkende publiek de indruk niet echt geïnteresseerd te zijn in
problemen van de gemiddelde Amerikaan. Al Gore was in 1990 een irritante
betweter tegenover de 'aardige' George W. Bush.
Declaration of
Independence
Onafhankelijkheidsverklaring van de
eerste 13 'Verenigde Staten' van Amerika uit 1776. Met dit document
verklaarden de kolonisten op de Amerikaanse oostkust zich onafhankelijk van
de Engelse koning. Zij deden dit onder meer omdat ze de belastingverhogingen
van de Engelse koning niet accepteerden. Zie hier één van de redenen waarom
Amerikanen zo allergisch zijn voor belastingverhoging: het doet hen denken
aan overheersing. In de Onafhankelijkheidsverklaring staat onder meer de
volgende beroemde passage: We hold these truths for self-evident, that all
men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain
unalienable rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of
Happiness.
Delegates
Afgevaardigden van de partijen die
na de voorverkiezingen naar de partijconventie worden gestuurd en daar hun
stem uitbrengen. Niet meer dan een procedurele taak, aangezien de uitkomst
vooraf meestal vaststaat. Belangrijker is dat de afgevaardigden een vrolijke
en enthousiaste indruk maken op de Conventie, zodat bij de kijker thuis het
beeld ontstaat van een harmonieuze en daadkrachtige partij.
naar boven
Electoral College
College van kiesmannen dat officieel
bepaalt wie de president en vice-president zullen worden. Het aantal per
staat is een optelsom van het aantal senatoren en het aantal afgevaardigden
van die staat. Dat laatste verschilt per staat. Zo heeft Californie twee
senatoren en 53 afgevaardigden, dus 55 kiesmannen. Zodra een kandidaat in
een staat de meerderheid van stemmen heeft behaald, ontvangt hij volgens het
'winner takes all'-principe alle kiesmannen. Althans het principe 'winner
takes all' geldt in de meeste staten. Om president te kunnen worden heb je
dus 270 van de 538 kiesmannen nodig. Een grote staat als Californië winnen
is dus belangrijk, omdat die 55 kiesmannen in het college brengen. Een
kleine staat als Wyoming levert maar 3 kiesmannen op.
Het systeem van kiesmannen in een
college werd in het leven geroepen om te voorkomen dat een plotselinge
collectieve gekte onder de bevolking een totaal ongeschikte president zou
opleveren.
naar boven
GOP
Grand Old Party, veelgebezigde
bijnaam van de
Republikeinse Partij. Over de herkomst van GOP doen verschillende
verhalen de ronde. Zo zou de Boston Post eind negentiende eeuw hebben gekopt:
GOP Doomed. Een andere versie luidt dat GOP een aanduiding was voor de
Britse premier Gladstone. Hij werd Grand Old Man genoemd. Aan het begin van
de twintigste eeuw nog nauwelijks in zwang, wordt de term GOP sinds eind
jaren zeventig vrijwel net zo vaak gebruikt als Republican Party.
naar boven
Hard money
Geld dat een individu aan een
campagne kan geven. De
McCain-Feingold-regulering van 2002 verhoogde het maximumbedrag van 1000
naar 2000 dollar. Voor de eerste 250 dollar krijgt een kandidaat een even
groot bedrag uit federale kassen volgens het systeem van
Federal Matching Funds.
Horse-race
Nek-aan-nek race tussen twee of meer
kandidaten.
House of Representatives
Huis van Afgevaardigden. Met 435
leden is het Huis de grootste van de twee kamers van het
Congres. Elke afgevaardigde vertegenwoordigt ongeveer een half miljoen
mensen uit zijn eigen district. Leden van het Huis worden voor twee jaar
gekozen. Dat betekent dat een afgevaardigde vaak onmiddellijk na inauguratie
al aan zijn herverkiezingscampagne moet beginnen. Anderszijds is het zo dat
wie eenmaal 'binnen' is niet snel door zijn
constituency wordt weggestemd. Meestal heeft hij een veel grotere
naamsbekendheid en veel meer geld dan een uitdager.
De voorzitter van het Huis van
Afgevaardigden is de
Speaker of the House. Die wordt met meerderheid van stemmen gekozen aan
het begin van elke zittingsperiode van het Congres.
naar boven
Impeachment
Formele beschuldiging van een
overheidsfunctionaris door een wetgevende macht. 'Impeachment' is geen
veroordeling: de betrokkene moet worden weggestemd. Twee presidenten werden
'impeached', onder wie Bill Clinton als meest recente. Hij mocht blijven
regeren wegens ruim gebrek aan de vereiste tweederde meerderheid van de
stemmen in de Senaat. Collega Andrew Johnson ontsnapte in 1868 de dans toen
de Senaat slechts een stem te kort kwam.
Incumbent
De persoon die het betreffende ambt
bekleed, waarover wordt gestemd. George W. Bush was in 2004 de 'incumbent'
voor het presidentschap. In 2008 is er geen 'zittende' president, omdat Bush
zijn maximale twee termijnen heeft voldaan. Incumbents in de Senaat het Huis
van Afgevaardigden worden vaak herkozen wegens hun grote naamsbekendheid.
Independent
Geregistreerde kiezer die zich niet
heeft gebonden aan één van de twee grote partijen. Campagnes richten zich
vaak op deze 'zwevende' groep omdat ervan uit wordt gegaan dat kiezers met
een partijvoorkeur toch wel op de eigen kandidaat zullen stemmen. Daarom
worden independent voters vaak gebombardeerd met partijpropaganda.
Landelijk is ongeveer eenderde van
de kiezers onafhankelijk. Per staat kan dat behoorlijk anders liggen. Zo is
het merendeel van de kiezers in New Hampshire onafhankelijk. Dat levert
tijdens de primaries soms onverwachte resultaten op.
Interest group
Lobbygroepen van bijvoorbeeld
wapenbezitters of anti-abortusactivisten die invloed proberen uit te oefenen
op de beleidsmakers in Washington. Tegen deze 'special interest'-groepen
bestaat de nodige weerstand. In campagnes wordt deze afkeer regelmatig
uitgebuit. Zo probeerden sommige Democraten in 2004 president Bush af
schilderen als belangenbehartiger van de olie- en farmaceutische industrie,
zonder oog voor de noden van de gewone Amerikaan. Een invloedrijke interest
group voor het buitenlandse beleid zijn joodse organisaties, die een nauwe
band tussen de VS en Israël promoten.
Isolationism
De opvatting dat de Verenigde Staten
zich zo min mogelijk zouden moeten bemoeien met de rest van de wereld,
buitenlandse hulp zouden moeten limiteren en betrokkenheid bij
internationale oorlogen zouden moeten vermijden. Een dergelijke buitenlandse
politiek wilde George W. Bush voeren tot de aanslagen van 9/11.
naar boven
Lame duck
Politicus die wel in functie is,
maar weinig kan uitrichten omdat hij op een of andere manier zijn gezag
heeft verloren. Een president kan ook een lame duck worden als hij een
Congres van de andere politieke kleur tegenover zich weet, waardoor al zijn
wetsvoorstellen worden tegengehouden.
Landslide
Monsteroverwinning waaruit blijkt
dat de tegenstander geen schijn van kans had. Ronald Reagan won in 1984 met
een landslide van Walter Mondale. Hij won alle staten op het District of
Columbia en Mondale's thuisstaat Minnesota na. Daaruit moet niet worden
geconcludeerd dat vrijwel iedereen op Reagan had gestemd. Hij had 'slechts'
58,8 procent van de
popular vote.
Liberal
Iemand die over het algemeen een
grotere rol ziet weggelegd voor de federale overheid waar het zakelijke
regelgeving, sociale voorzieningen en bescherming van minderheden betreft,
maar die geen inmenging van de overheid verlangt op het gebied van
persoonlijke ontplooiing. Een liberal is meestal ook
pro choice en voor
guncontrol.
In de jaren zestig domineerden
liberals, die hun politieke thuis in de
Democratische partij hebben, het maatschappelijk debat met hun steun
voor de
civil rights-beweging en hun verzet tegen de Vietnamoorlog. Na de
verpletterende nederlagen van McGovern (1972), Mondale (1984) en Dukakis
(1988) verdwenen de liberals naar de achtergrond. In de jaren zeventig en
tachtig kreeg het woord zelfs een negatieve bijklank, waardoor iemand zich
tegenwoordig maar beter niet als liberal kan presenteren.
Litmus test
Politieke term die wordt gebruikt om
de ideologische zuiverheid van een kandidaat te testen. Op deze manier wordt
gekeken of iemand de daad bij het woord voegt wanneer hij of zij over
controversiele kwesties moet oordelen. Letterlijke vertaling: lakmoesproef.
naar boven
McCarthyism
Oneerlijke of onredelijke
beschuldiging aan het adres van een politicus, waarbij diens patriottisme in
twijfel wordt getrokken. Afgeleid van de jaren vijftig waarin Senator Joseph
McCarthy een heksenjacht opende op vermeende communisten. Critici
beschuldigen president Bush ervan na 9/11 een nieuw soort McCarthyism te
hebben geïnitieerd door een sfeer te creëren waarin kritiek op de president
niet mogelijk is. Eén van die critici is George Soros, de voormalige
beursspeculant die zich tegenwoordig wijdt aan democratiseringsprocessen
over de hele wereld. Uit woede over het beleid van Bush schonk Soros vele
miljoenen aan de liberale website
MoveOn.org.
McCain-Feingold
Wet uit 2002 van de Republikeinse
senator en voormalige Republikeins presidentskandidaat McCain en de
Democratische senator Feingold die een eind maakte aan
soft money.
Medicaid
Volksgezondsheidswet uit 1965 (als
amendement van de Social Security Act) voor armen, gehandicapten, blinden,
éénoudergezinnen en andere zwakkeren die zelf geen medicijnen niet kunnen
betalen. De uitvoering van de wet is overgelaten aan de staten. Die kunnen
zelf bepalen hoe de wet uitvoeren, maar ze moeten wel aan bepaalde
minimumeisen voldoen.
Medicare
Gezondheidsverzekering voor ouderen
boven de 65 die werd aangenomen als amendement bij de Social Security Act
uit 1965.
In het najaar van 2003 wist
president Bush een belangrijke wijziging van de Medicare-wetgeving door het
Congres te loodsen. Daardoor hebben verzekeringsmaatschappijen en de
farmaceutische industrie nu een grotere rol bij de uitvoering van de wet.
Doel van de wetswijziging was het goedkoper maken van medicijnen, maar het
moet worden afgewacht of ouderen de voordelen daadwerkelijk in hun
portemonnee zullen gaan voelen.
Middle America
Politieke term, in 1968 bedacht door
Joseph Kraft, die verwijst naar Amerikanen die veilig boven de armoede-grens
leven maar nog niet in zorgeloze welvaart.
Muckraking
Term die in de jaren 20 ontstond
voor de toen opkomende onderzoeksjournalistiek, gericht op het ontmaskeren
van corrupte politici. In verkiezingstijd ook gebruikt voor het graven naar
schandalen rond de tegenkandidaat door de campagneteams.
naar boven
National Chairman
De betaalde fulltime voorzitter van
een partij, die door een nationale commissie is gekozen.
National Convention
Grote partij-ontmoeting van
duizenden gedelegeerden uit de staten, waarbij de kandidaat officieel zijn
nominatie accepteert. Formeel moeten de afgevaardigden op de conventie nog
stemmen. Gedelegeerden zijn alleen in de eerste stemronde gehouden om op hun
eigen kandidaat te stemmen. Als er na de eerste ronde geen meerderheid is,
dan mogen de gedelegeerden naar eigen goeddunken stemmen.
In de negentiende eeuw waren
tientallen stemronden geen uitzondering, maar tegenwoordig ligt de uitslag
al vast voor het begin van de conventie. In de loop van de twintigste eeuw
zijn conventies meer en meer enorme mediaspektalels geworden die voor de
televisie de eenheid en kracht van de partij moeten bevestigen. De conventie
stelt ook
het platform op, het partijprogramma.
National Rifle Association
Het voeren van negatieve campagnes,
voornamelijk via zeer kritische tv-spotjes. Vaak bedoeld om de tegenpartij
in diskrediet te brengen, door op de persoon te spelen of inhoudelijke
kwesties in twijfel te trekken. Traditiegetrouw beticht iedere kandidaat
elkaar van negatieve campagnes en belooft hij of zij zich niet te zullen
verlagen tot deze verwerpelijke tactiek. Beiden bezondigen zich er
natuurlijk aan.
Negative campaigning
Het voeren van negatieve campagnes,
voornamelijk via zeer kritische tv-spotjes. Vaak bedoeld om de tegenpartij
in diskrediet te brengen, door op de persoon te spelen of inhoudelijke
kwesties in twijfel te trekken. Traditiegetrouw beticht iedere kandidaat
elkaar van negatieve campagnes en belooft hij of zij zich niet te zullen
verlagen tot deze verwerpelijke tactiek. Beiden bezondigen zich er
natuurlijk aan.
naar boven
October surprise
Een gebeurtenis vlak voor de
verkiezingen die grote invloed kan hebben op de uitslag, al dan niet bewust
gestuurd door het team achter een van de kandidaten.
Oval Office
Werkkamer van de president in de
West Wing van het Witte Huis (zie White House). De kamer werd pas in de
jaren dertig van de vorige eeuw in gebruik genomen na een verbouwing van de
presidentswoning. Bill Clinton had in de Oval Office seks met Monica
Lewinsky. Daarmee had hij in de ogen van veel Amerikanen het ambt van
president zwaar ondermijnd.Opgemerkt moet worden dat Clinton waarschijnlijk
lang niet de enige president is geweest die seks had in de Oval Office.
naar boven
Patriot Act
Omstreden wet die werd aangenomen na
de aanslagen van 9/11. Vrijwel het hele, toen nog in shock verkerende,
Congres steunde de wet die veiligheidsdiensten vergaande
opsporingsbevoegdheden geeft in de strijd tegen terrorisme. Zo moeten
bibliothecaressen als daarom gevraagd wordt, bekendmaken welke boeken een
lezer heeft geleend. De wet maakt opsluiting voor onbepaalde tijd zonder
proces mogelijk van verdachte buitenlanders, die evenmin recht hebben op
juridische bijstand.
1600 Pennsylvania Avenue
Adres van het Witte Huis. Het
gebruik van het nummer 1600, dat regelmatig opduikt in films, is voor
Amerikanen genoeg als aanduiding voor de ambtswoning van hun president. Op
de dag dat hij wordt geïnaugureerd wordt de nieuwe president over
Pennsylvania Avenue gereden. Jimmy Carter en zijn vrouw baarden in 1977
opzien door de route van het Congres naar het Witte Huis deels wandelend af
te leggen.
Political Action Committee
Organisatie, afgekort PAC, om een
bepaald idee of standpunt te promoten. Zo'n comité doet dat door geld in te
zamelen en dat in de campagnekas van de kandidaat te storten die de ideeën
ondersteunt. PACs pluizen het stemgedrag van kandidaten na over een bepaald
issue en publiceren dat vervolgens.
PACs werden in de jaren veertig
opgericht als reactie op de beperkingen die vakbonden opgelegd kregen om
fondsen te werven voor federale campagnes. Het aantal PACs explodeerde in de
jaren zeventig na de introductie van de
Federal Election Campaign Act die fondsenwerving reguleerde.
Poll
Opiniepeiling. Polls hebben een
steeds grote invloed op de strategie van kandidaten, hoewel ze dat zelf
altijd zullen ontkennen.
Popular vote
Het totaal aantal stemmen dat op
verkiezingsdag wordt uitgebracht. Niet de popular vote bepaalt wie de
president wordt, maar het aantal
kiesmannen dat een kandidaat in het
Electoral College weet te krijgen. De samenstelling van het Electoral
College gebeurt op het niveau van de staten. Het is in principe mogelijk om
landelijk een meerderheid te behalen terwijl dat geen meerderheid oplevert
in het Electoral College.
Primary
Voorverkiezing per staat, waarbij de
kandidaat voor een partij wordt gekozen. De eerste voorverkiezing vindt
plaats New Hampshire, na de caucus in Iowa. De primary ontstond aan het
begin van de twintigste eeuw om te voorkomen dat partijbazen in
achterkamertjes besloten wie de nominaties zou krijgen.
Primary season
Seizoen waarin de voorverkiezingen
plaatsvinden. Soms haken kandidaten in de loop van het seizoen af omdat hun
fondsen opdrogen na tegenvallende eerste resultaten.
Pro-choice
Aanduiding van aanhangers van de
keuzevrijheid voor vrouwen inzake abortus. Die hoeven niet per se vóór
abortus te zijn, maar vinden wel dat vrouwen in staat moeten zijn een keuze
te maken. Ze huldigen ook het standpunt dat de overheid zich niet met de
privé-aangelegenheden van de burger moet bemoeien.
De Democraten zijn overweldigend
pro-choice. De Republikeinen zijn verdeeld tussen de religieus-rechts, dat
abortus volledig wil afschaffen, en de gematigde vleugel die vreest dat een
verbod vrouwen van de partij zal doen vervreemden. De rechtervleugel van de
partij boekte onder president Bush een belangrijke zege doordat president
Bush een verbod op "partial birth" door het Congres wist te loodsen.
Pro-life
Aanduiding voor de groepen die
abortus alleen willen toestaan als de zwangerschap het resultaat is van
incest of verkrachting. Deze doorgaans zeer felle groepen beschouwen abortus
als een schending van de rechten van "het ongeboren kind" en deinzen er niet
voor terug om abortuskliniekeN in brand te steken, dan wel artsen die
abortussen uitvoeren met geweld te bedreigen.
naar boven
Registered voter
Geregistreerde kiezer. Om te stemmen
moet een Amerikaan zich eerst als kiezer registeren. Hij kan zich als
Democraat, Republikein of als Onafhankelijk (zie Independent) laten
inschrijven. Eén derde van alle Amerikanen heeft bij zijn registratie geen
partijvoorkeur opgegeven.
Roe vs. Wade
Controversiële uitspraak van het
Hooggerechtshof (zie Supreme Court) uit 1973 die abortus in de Verenigde
Staten legaliseerde. Met zeven tegen twee stemmen bepaalde het hof dat
overheden niet het recht hadden om abortus te verbieden. Het hof bepaalde
verder dat verbod van abortus in strijd was met het veertiende
amendement van de grondwet dat vrijheid van persoonlijke keuzes
garandeert.
Running mate
Kandidaat voor het
vice-presidentschap. De kandidaat voor de hoofdprijs maakte vroeger op de
nationale conventie pas zijn running mate bekend, maar met die traditie is
in de jaren negentig gebroken.
naar boven
Senaat
Met honderd leden de kleinste van de
twee kamers van het Congres. Elke staat levert twee leden aan de Senaat. Om
de twee jaar vinden er telkens voor eenderde van de Senaat verkiezingen
plaats. De termijn voor een senator is dus zes jaar. De vice-president
fungeert als voorzitter van de senaat. Hij heeft een doorslaggevende stem
als er in de Senaat geen meerderheid is. De senaat geniet een hogere status
dan het Huis van Afgevaardigden, hoewel leden van die kamer dat zullen
tegenspreken. De laatste senator die het tot president wist te schoppen was
John F. Kennedy.
Second Amendment
Amendement van
de grondwet dat wapenbezit in de VS toestaat. De letterlijke tekst uit
1791 luidt: A well regulated militia being necessary to the protection of a
free state, the rights to keep and bear arms, shall not be infringed. Deze
omschrijving is inzet van veel discussie.
De voorstanders van het wapenbezit,
zoals de
National Rifle Association, zien in de tekst het grondwettelijke recht
van Amerikanen om wapens te dragen. Tegenstanders beweren dat de tekst stamt
uit de lang vervlogen tijden van het Wilde Westen en dat het recht om wapens
te dragen alleen is toegestaan aan goed georganiseerde militia's.
Silent majority
Term uit de campagne van Richard
Nixon uit 1968. Hij gokte op de stem van de zwijgende meerderheid van de
Amerikanen op het platteland en in het zuiden die niets moesten hebben van
de progressieve nieuwlichterij van de jaren zestig.
Soft money
Aanduiding voor fondsen die op
staatsniveau werden geworven maar die via legale omwegen werden ingezet bij
federale verkiezingen, tot de McCain-Feingoldwet uit 2002 aan die praktijken
een einde maakte. Het fenomeen soft money was in de jaren zeventig op gang
gekomen als omzeiling van de restricties die de Federal Election Campaign
Act oplegde aan fondsenwerving.
In de jaren negentig begonnen
critici steeds meer vraagtekens te plaatsen bij soft money omdat het
corruptie in de hand zou werken. In 2000 haalden de beide grote partijen
ruim 500 miljoen dollar binnen aan soft money.
Super Tuesday
Aanduiding van de grote dag in het
primary season, meestal begin maart. De grote verkiezingsdag, door The
Economist onlangs Tidal Wave Tuesday genoemd, werd in 1988 voor het eerst
ingesteld door de zuidelijke staten Georgia, Texas, Florida, Oklahoma,
Alabama, Kentucky, Mississippi, Tennessee en Louisiana.
Met de gelijktijdige
voorverkiezingen hoopten deze zuidelijke staten meer invloed te kunnen
uitoefenen op de nominaties, ten koste van de noordelijke staten New
Hampshire en Iowa, die al veel vroeger invloedrijke voorverkiezingen
hielden. Maar het gewicht van de zuidelijke staten verdween toen grote
staten als Californië en New York hun voorverkiezingen ook op dezelfde dag
gingen houden.
Dit jaar doet er vrijwel geen
zuidelijke staat meer mee op Super Tuesday, op 2 maart. Over het algemeen is
de winnaar van de nominatie na Super Tuesday wel zo ongeveer bekend.
Supreme court
Hooggerechtshof, het hoogste
rechtsorgaan inde Verenigde Staten. Het hof telt negen rechters: een Chief
Justice en acht Associate Justices, die voor het leven zijn benoemd tenzij
ze vrijwillig besluiten met pensioen te gaan. Bij pensionering (of
overlijden) is het aan de zittend president om een opvolger te benoemen.
Daardoor zijn benoemingen van rechters voor het Supreme Court politiek zeer
beladen.
Het Supreme Court heeft het laatste
woord in rechterlijke kwesties, waarbij een burger zijn ongenoegen over een
maatschappelijke situatie na een lange juridische weg bij het hoogste hof
kan bepleiten.
Swing State
Staat waarvan de uitkomst bij een
algemene verkiezing hoogst onzeker is. Kandidaten besteden veel aandacht aan
deze staten omdat ze vaak, met kleine marges, beslissend zijn. Dé grote
swing state van de verkiezingen van 2000 was Florida, waar George W. Bush
met een verschil van 537 stemmen won van Al Gore. In 2004 was het Ohio waar
het tot diep in de nacht ongemeen spannend was. Uiteindelijk ging de staat
naar Bush en niet naar zijn rivaal Kerry.
De meeste swing states liggen in het
Midden-Westen: Ohio, Michigan, Minnesota en Pennsylvania. Waarnemers
verwachten dat het in 2004 ook in Arizona, New Mexico, Oregon, Tennessee en
West Virginia uiterst spannend zal worden. Het Republikeinse kamp van
president Bush hoopt er voorzichtig op dat dat Californië ook swing state
zal worden na de verovering van het gouverneurschap van die staat door
partijgenoot Arnold Schwarzenegger. De Golden State stemt bij
presidentsverkiezingen al jaren Democratisch.
naar boven
Third party
Politieke partij die de
Democratische en Republikeinse partij naar de loef tracht te steken. Maar
door de Amerikaanse staatsinrichting slagen zij daar zelden in. De Green
Party was in 2000 zo'n partij. Onder leiding van Ralph Nader haalde de Green
Party enkele procenten. Dat zou Al Gore net de overwinning hebben gekost, zo
zeiden sommigen althans in Democratische kamp.
Ticket
Team van kandidaat en running mate
dat op het stembiljet staat. Op een dream-ticket staan een ideale president
en een ideale vice-president. Een voorbeeld hiervan was het duo Kennedy
(charismatisch, jong en uit het progressieve Massachusetts) en Johnson
(ervaren politicus uit het conservatieve zuiden).
naar boven
Vice-president
Tweede man in de Amerikaanse
politiek, wiens voornaamste taak het is om de president op te volgen als die
komt te overlijden, wordt vermoord of aftreedt. Voorbeelden van
vice-presidenten die tot het hoogste ambt werden geroepen waren Truman (na
het overlijden van Roosevelt), Johnson (na de moord op Kennedy) en Ford (na
het aftreden van Nixon). De vice-president heeft een beslissende stem bij
een gelijke stand in de Senaat.
naar boven
Terug naar hoofdpagina
Presidentsverkiezingen
|