Registratie
Het begint allemaal met de registratie als kiezer;
Amerikanen moeten zich laten registreren om te mogen kiezen. Ze kunnen zich
registreren als Democraat, Republikein of als onafhankelijke kiezer.
Inschrijving
Met een inschrijving als Republikein of als Democraat
mag je meedoen aan de gesloten voorverkiezing van de eigen partij. Sommige
voorverkiezingen zijn toegankelijk voor alle kiezers, dus ook de onafhankelijke.
Voorverkiezingen
Dan begint in januari van het verkiezingsjaar het
voorverkiezingsseizoen. De Amerikaanse bevolking moet dan de twee kandidaten
kiezen die het tegen elkaar gaan opnemen bij de echte verkiezingen in november.
Primaries en Caucussen
Maar eerst moet er beslist worden wie de kandidaten
worden voor de Democraten en Republikeinen. Dit gebeurt dus in de
voorverkiezingen. Voorverkiezingen kunnen op twee manieren plaatsvinden, door
middel van Primaries en Caucussen. Een Primary is eigenlijk hetzelfde als in
Nederland. Mensen gaan gewoon naar de stembus en brengen hun stem uit op de
kandidaat van hun keuze. Een Caucus werkt heel anders. Bij een Caucus komen
mensen naar een bepaalde ontmoetingsplek (een postkantoor, buurthuis, school,
etc), daar laten ze hun voorkeur voor een kandidaat blijken door hun hand op te
steken of in een bepaalde hoek te gaan staan. In sommige staten krijgt degene
met de meeste stemmen van die staat alle afgevaardigden en soms krijgt iedere
kandidaat een deel van de afgevaardigden.
Stemmen op de partijconventies
De mensen kiezen in het voorverkiezingsseizoen dus
afgevaardigden. Dit zijn een soort vertegenwoordigers van de bevolking. De
mensen kiezen een afgevaardigde die op één van de kandidaten gaat stemmen, de
afgevaardigden zullen dan later op de partijconventies moeten stemmen op die
kandidaat.
Zoveel mogelijk afgevaardigden
Een kandidaat moet dus in de voorverkiezingen zoveel
mogelijk afgevaardigden verzamelen om als uiteindelijke presidentskandidaat
gekozen te worden. Bij de Republikeinen bijvoorbeeld zijn dit jaar 1145
afgevaardigden voldoende voor de kandidatuur voor het presidentschap. De
partijconventies vinden in augustus en september plaats.
Peperdure campagnes
Nadat de twee kandidaten voor het presidentsschap
bekendgemaakt zijn, beginnen de campagnes. Aan deze campagnes wordt enorm veel
geld besteed. In de verkiezingen van 2008 was dat meer dan 1,7 miljard dollar
(1,4 miljard euro). Ter vergelijking: in Nederland wordt er door de grootste
partijen ongeveer 1 tot 2 miljoen euro aan een verkiezingscampagne besteed.
Kandidaat met meeste kiesmannen winnaar
Bij de verkiezingen om het presidentschap gaat het om
kiesmannen, eigenlijk werkt dit hetzelfde als de afgevaardigden. Alleen geldt
voor alle staten 'the winner takes all'. De kandidaat die meer dan 50% van de
stemmen behaalt in een staat, krijgt àlle kiesmannen. In totaal zijn er 538
kiesmannen te verdelen, degene met de meeste kiesmannen wint de verkiezingen. De
kleinste staten hebben allemaal drie kiesmannen, in grotere staten zoals
Californië en New York zijn meer kiesmannen te behalen. Californië heeft als
grootste staat bijvoorbeeld 55 kiesmannen. Op 6 november kan iedereen in de
Verenigde Staten naar de stembus en brengt zijn stem uit. De strijd zal zich
vooral gaan concentreren op de grote staten. En de staten waar zowel de
Democraten als de Republikeinen kunnen winnen. Het is natuurlijk zinloos om als
Democraat campagne te gaan voeren in een staat waar overwegend Republikeins
gestemd wordt.
Kiesmannen vormen kiescollege
Als de verkiezingen achter de rug zijn, vormen de
kiesmannen het kiescollege. Zij zullen uiteindelijk de president kiezen.
Opvallend detail is dat in 25 staten de kiesmannen verplicht moeten stemmen op
de winnaar van hun staat, maar voor de 25 andere staten geldt dit niet. Er
kunnen dus kiesmannen, mochten ze dat willen, op de andere kandidaat stemmen. Zo
kunnen ze toch nog de uitslag veranderen van de verkiezing. Dit is acht keer
eerder voorgekomen in de geschiedenis van de Verenigde Staten, maar dit is al
een hele tijd niet meer gebeurd. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat het deze
keer wel gebeurt.
Kandidaat met minderheid kan winnen
Door het kiesmannensysteem kan het gebeuren dat de ene
kandidaat de meerderheid van de stemmen heeft, maar dat de andere kandidaat toch
wint met meer kiesmannen. Dit komt omdat het kiesmannenstelsel niet gebaseerd is
op evenredige vertegenwoordiging. De kleinste staten hebben allemaal drie
kiesmannen, ongeacht het aantal inwoners. De staat Wyoming in de VS telt 0,18%
van de inwoners van de VS, maar met drie kiesmannen heeft de staat wel 0,56% van
het totale aantal kiesmannen. Zo is dat bij meer staten het geval, ook
omgekeerd: een grote staat heeft verhoudingsgewijs minder kiesmannen. De kiezers
zijn dus niet altijd evenredig vertegenwoordigd door hun kiesmannen. Daardoor
kan het voorkomen dat een kandidaat met een minderheid van de stemmen een
meerderheid van de kiesmannen heeft, en president wordt. Het is wel zo dat de 11
staten met de meeste inwoners samen genoeg kiesmannen hebben om een president te
kiezen. Zij vertegenwoordigen 56% van de totale bevolking.
Al Gore kreeg in de presidentsverkiezingen van 2000
48,4% van alle stemmen, tegen 47,9% voor George Bush. Toch werd Bush president
omdat hij uiteindelijk 271 kiesmannen achter zich kreeg, tegen 266 voor Gore.