Reisverslag zuidwesten Verenigde Staten

  Home   |   Vorige pagina   |   Other languages   |   Sitemap   |   Zoeken 
  Reizen
  Amerika reizen
  Reisinformatie
  Meer...
  USA shop
  Algemene info
  Nieuws / Archief
  Emigratie
  Het weer
  Feestdagen
  Meer...
  Foto's
  Staatsinrichting
  Politiek
  Geschiedenis
  Meer...
  Staten
  Steden
  Nationale Parken


 

Reisverslag Zuidwesten Verenigde Staten
California, Arizona, Utah en Nevada - 2002

 

 

Van zondag 28 juli t/m zaterdag 17 augustus 2002.

 

Voorwoord

In de zomer van 2002 maakten wij een prachtige rondreis door het zuidwesten van de Verenigde Staten: Californië, Arizona, Utah, Nevada.

Met wij bedoel ik: Eddie, Sonia, zoon Stijn van 20 en dochter Leen van 14.

Het was onze eerste, verre reis naar een ander continent. Een klassieke toer met persoonlijke accenten.

 

Gekozen reisformule: huurauto + overnachting in hotels/motels. Samen met de vliegtuigtickets op voorhand geboekt via reisbureau.

 

Reisroute: Los Angeles - Palm Springs - Flagstaff - Grand Canyon (Tusayan) - Page – Monument Valley - Bryce Canyon - Las Vegas - Death Valley - Mammoth Lakes - Oakhurst via Yosemite NP - San Francisco - Santa Barbara - Los Angeles.

 

Totaal aantal gereden  mijlen: 3.083 ( = 4.932,8 km ).

 

Informatie/documentatie: de voorbereiding van deze vakantie was op zich al een beetje reizen! Naast het lezen van enkele reisgidsen, heb ik veel informatie, tips én reisverhalen verzameld via het internet.

Interessante websites zijn o.m.:

 

www.verenigdestatenvanamerika.com

www.allesamerika.com

www.amerika.pagina.nl

www.theunitedstatesofamerica.nl

www.visitusa.org

www.nps.gov/parks.html ( informatie over de Nationale Parken )

www.parks.ca.gov ( informatie over de State Parks van Californië )

www.usahotelguide.com ( overzicht en informatie hotels )

Veel plezier met dit reisverslag!


 

DAG 1 :  Brussel – Frankfurt – L.A.

               zondag, 28 juli

Na maanden van aftellen, is het dan eindelijk zover! Onze eerste, verre reis naar een ander continent! Reeds in januari hebben we onze vlucht vastgelegd. Niets te vroeg zo blijkt. KLM is op de gewenste data reeds volgeboekt. Sabena bestaat niet meer. Omdat we toch de voorkeur geven aan een Europese luchtvaartmaatschappij, die rechtstreeks naar de westkust van de VS vliegt, wordt het uiteindelijk Lufthansa. We moeten dan wel eerst naar Frankfurt, maar dat is vanuit Brussel nauwelijks een uurtje vliegen.

 

Om 4 uur in de vroege ochtend – of eerder nacht! – worden we opgehaald door het busje van het reisbureau. Omdat er op dat uur nog maar heel weinig verkeer op de baan is, zijn we een halfuurtje later al in Zaventem. De balie om in te checken, is nog gesloten.

Vrij stipt stijgen we rond 7u op. In de luchthaven van Frankfurt hebben we in principe meer dan twee uren de tijd om via de transit in te schepen bestemming Los Angeles. Om de bagage hoeven we ons niet meer te bekommeren, die is in Brussel-Zaventem al ingeboekt. Maar door de uitgebreide veiligheidsmaatregelen, staan er lange rijen aan te schuiven bij de hal bestemd voor alle vluchten naar de VS. De controle is strenger dan normaal: iedereen wordt individueel gescand, sommigen moeten hun schoenen uittrekken, hier en daar wordt handbagage manueel doorzocht. Maar iedereen heeft geduld, iedereen beseft het belang van een grondige controle.

 

Een Amerikaans ambtenaar stelt ook nog enkele vragen over het doel van de reis, wij moeten onze retourtickets tonen en de reispassen worden gecontroleerd.

Met drie kwartier vertraging stijgen we op voor een vlucht van ongeveer 11 uur. Het is een 747, erg groot dus. Helaas zit niemand van ons aan een raampje; we hebben vier zetels in het midden. Blijkt dat men plaatsen bij een raam moet reserveren. Toch iets meer beenruimte dan normaal in een charter en prima service. Iedereen krijgt een extra kussentje en een dekentje om het zich wat gemakkelijk te maken, koptelefoon met 10 muziekkanalen en mogelijkheid om de videofilms te volgen in het engels of in het duits.

Nu is onze reis écht begonnen: we zijn op weg naar Amerika!!!

 

De uren tikken traag weg, en het 'vliegtuigje' dat op het videoscherm de gevolgde route aangeeft, lijkt nauwelijks op te schieten! Maar na wat dutten, film kijken, een beetje lezen, tweemaal eten, het invullen van de verplichte immigratie-papieren,en vooral het beleven van zo'n eerste langeafstands-vlucht, begint eindelijk de landing op LAX. Plaatselijke tijd ongeveer 13 uur. Door het tijdsverschil van 9 uren doen we bijgevolg de namiddag en avond nog eens over! De douanecontrole in de luchthaven van Los Angeles verloopt vlotter dan verwacht. Ook onze bagage - altijd een spannend moment! - ligt vrij vlug op de draaiende band. In de aankomsthal lopen eveneens ambtenaren rond met kleine snuffelhondjes. Het is immers verboden om voedsel, zoals fruit of groenten, mee het land in te brengen en deze hondjes (met een grappig jasje aan, waarop het woord 'agriculture' staat) zijn erop getraind om dergelijk voedsel op te sporen.

 

Mochten we ondertussen nog niet goed beseffen dat we in de Verenigde Staten zijn, dan herinneren de vele vlaggen ons er meteen aan! Trouwens, tijdens deze reis kunnen we niet naast de Amerikaanse vlaggen kijken: overal komen we ze tegen; niet alleen aan officiële gebouwen of monumenten, maar net zo goed in hotels, restaurants, winkels, voortuintjes, aan auto's en bussen... kortom, het is overduidelijk dat de Amerikanen zich achter één vaandel hebben geschaard!

 

Vóór het luchthavengebouw rijden de shuttlebusjes van verschillende autoverhuurmaatschappijen af en aan. Dat is handig en makkelijk. Elk 'merk' brengt zijn klanten (in principe gratis, maar een behulpzame chauffeur mag natuurlijk op een fooi rekenen) naar het verhuurstation. Wij reserveerden reeds in België, via ons reisbureau, een ruime ALAMO-wagen voor vier personen met voldoende plaats voor de bagage. Ruimte is immers niet onbelangrijk wanneer je vele uren in de auto doorbrengt; bovendien is het altijd beter als alle spullen in de kofferbak kunnen, zodat niets de aandacht trekt wanneer je de wagen onbewaakt moet achterlaten op een parking.

Het busje van ALAMO brengt ons in enkele minuten tijd naar de maatschappij. Ook hier gelukkig geen ellenlange rijen. Vermits wij bij de boeking reeds onze verhuurformule hadden vastgelegd (mét alle nodige verzekeringen) en alles vooruit betaald, verloopt de afhandeling vlot. Men probeert zelfs niet om ons een 'upgrade' aan de praten tegen een meerprijs; nochtans had men ons gewaarschuwd voor dit soort verkoopspraatjes, waar een argeloze en vermoeide toerist makkelijk inloopt! Want natuurlijk wil je zo snel mogelijk op weg! En als ze je dan bijvoorbeeld vertellen dat de gevraagde auto er helaas niet meer is, maar wel een mooie duurdere... of dat je echt nog wel een bijkomende verzekering nodig hebt... tja, dan heb je na die lange reis wellicht geen zin meer om nog een discussie aan te gaan of je te verdiepen in de kleine lettertjes.

 

In de enorme parkeergarage staat voor ons een glimmende Buick Le Sabre klaar. De sleutel steekt al in het contact, we kunnen zó wegrijden. Nu ja, dat is wel even wennen, want de handrem is hier een voetrem, en waar alle knopjes voor dienen is ook niet meteen duidelijk. Aan de uitgang wordt nog even nagekeken waar er mogelijk krassen of deukjes in het koetswerk zitten - zodat problemen bij het inleveren worden voorkomen - en krijgen we een vluchtig antwoord op een paar vragen. Echt behulpzaam is men nu ook weer niet. Time is money!

 

Het rijden in een grootstad als Los Angeles is natuurlijk iets waar je je hoofd moet bijhouden. Enerzijds zijn er in de V.S. enkele verkeersreglementen die afwijken van de onze, anderzijds is het sowieso al niet gemakkelijk om in een drukke, vreemde stad je weg te vinden. De bewegwijzering is ook enigszins anders dan wij gewend zijn. Maar, we hebben ons huiswerk goed gemaakt : zowel de Rand McNally Road Atlas (hier bij ons te koop), als plannetjes en informatie uit reisgidsen, internet en reisbureau bewijzen ons de ganse reis goede diensten.

 

Ons eerste hotel ligt in de voorstad Santa Monica, op zo'n 17 mijl van de luchthaven. Het traject verloopt bijna probleemloos; we rijden maar één of tweemaal een blokje verkeerd, doch komen telkens weer goed uit.

Het Best Western Gateway Hotel, op de hoek van de Santa Monica Boulevard en de 20th Street, is een 'moderate' hotel, doch voldoet zeker en vast wat betreft comfort en ligging. Weliswaar niet vlakbij het centrum van Santa Monica en het strand, maar er is een gratis shuttlebusje. Bovendien is dit een ideale uitvalsbasis voor onze geplande activiteiten van de volgende twee dagen. Het hotel heeft ook een gratis ondergrondse parkeergarage, wat in een stad altijd meegenomen is. We kunnen meteen inchecken. Het is nu 15u30 plaatselijke tijd.

 

De kamer is ruim en netjes. We frissen ons wat op en willen eigenlijk eerst een e-mail naar het thuisfront sturen om onze aankomst en eerste indrukken te melden, maar... het hotel heeft voor haar gasten geen PC met toegang tot het internet ter beschikking; tenzij op de kamers de dure aansluiting via het TV-toestel, te huren voor minimum een halve dag. Maar dat hebben wij eigenlijk helemaal niet nodig. Telefoneren heeft nu echter weinig zin want in België is het middernacht gepasseerd. Dat wordt uitstellen tot morgenvroeg.

 

We willen de dag afronden met een eerste blik op de Grote Oceaan en tevens ergens wat eten. We wachten niet op de shuttlebus maar gaan stappen. Ongeveer een goed half uur, of twintig straten, tot het strand. Langs dit gedeelte van de Santa Monica Boulevard stikt het van de autodealers en hoewel het zondagnamiddag is, worden er hier en daar toch nog zaken gedaan. Auto's rijden er trouwens in alle maten en modellen, ook veel pick-ups. En de mythe van de gedisciplineerde Amerikaanse autobestuurder wordt tijdens deze reis eveneens doorprikt! Amerikanen durven best wel sneller rijden dan toegelaten en af en toe de verkeersregels aan hun laars lappen. Misschien nog iets minder agressief dan in Europa, maar ze zijn helaas goed op weg om hun braaf imago kwijt te spelen!

 

Eindelijk bereiken we het Palisades Park en de klip die uitkijkt op de brede stranden, de oceaan, de Santa Monica Pier... Deze stranden, die doorlopen tot Malibu, werden wereldberoemd door de TV-serie 'Baywatch'. Op regelmatige afstanden staan trouwens nog steeds de bekende Baywatch-hokjes met hun lifeguards. Doordat de stranden zo ruim zijn, is er plaats in overvloed.

 

 

Vandaag hebben we echter de moed niet meer om nog een strandwandeling te maken; we zijn ten slotte al zowat 24u in touw! We keren terug tot de Third Street Promenade, een verkeersvrije straat met vele winkels en restaurants. Hier willen we nog een hapje eten. We kiezen voor een Italiaans restaurantje, waar we heerlijk op het terras kunnen zitten. We zijn wel moe, maar een jetlag kun je het moeilijk noemen. Geen van ons allen voelt zich echt uit z'n doen of wil meteen gaan slapen. We willen dat moment van eindelijk begint onze vakantie nog even rekken; een lekkere pasta eten en ondertussen naar de flanerende mensen kijken; daarna lopen we terug richting hotel. Onderweg kopen we in een klein supermarktje  blikjes cola en bier en wat fruit. Veel keuze is er niet. Appelen of bananen! We schrijven onze eerste travellercheque uit. Naast een kredietkaart, zijn deze reischeques (bij voorkeur in niet te grote coupures) ideaal voor kleinere uitgaven. Bijna alle winkeliers, benzinestations, enz. aanvaarden ze en geven contant wisselgeld terug. Zo heb je ook altijd voldoende cash op zak. Je kan travellercheques eveneens omwisselen  aan de balie van het hotel (meestal beperkt tot een bepaald bedrag), of gewoon in de bank. Handig en veilig, want verzekerd tegen diefstal of verlies.

We zijn blij terug aan het hotel te zijn, want nu zet de vermoeidheid toch door. Een snelle douche, nog een cola of een biertje en dan lekker slapen. Het is 20u Pacific Time.

 

DAG 2 :  Los Angeles                        

               maandag, 29 juli                      

 

Omdat het grote tijdsverschil ons natuurlijk nog parten speelt, zijn we zeer vroeg wakker. Meer dan tijd genoeg om ons klaar te maken, wat in de bagage te rommelen, TV te kijken, de dag te bespreken... tot eindelijk de zon opkomt. Het is een stralende dag en het belooft lekker warm te worden. Bovendien is ons Leen vandaag jarig. Ze wordt 14 jaar! Natuurlijk hebben we dat al samen met de familie vóór ons vertrek gevierd, maar het geeft aan deze dag toch wat extra glans!

We besluiten om te gaan ontbijten in het Ihop Restaurant dat vlak naast ons hotel ligt. Zoals overal gebruikelijk, staat ook hier het bordje 'Wait to be seated' bij de ingang; en worden we door een serveerster naar een tafeltje geleid. Op het ontbijtmenu keuze in overvloed, waaronder véle eiergerechten. We kiezen elk naar goeddunken wat uit, maar éénmaal bediend, weten we al op voorhand dat we het nooit op zullen krijgen! Een Amerikaans ontbijt is werkelijk gigantisch! Scrambled eggs (roerei), worstjes en spek, pancakes (gerezen pannekoeken), French toast (wentelteefjes), hash browns (een soort rösti), home fries (gebakken aardappelblokjes), fresh fruit, white toast en op elk bord ook nog een flinke 'boterbal'...dat wordt allemaal voor ons uitgestald. En al hebben we honger, zo'n kolossaal ontbijt zijn we nu eenmaal niet gewend. Amerikanen hebben daar minder problemen mee en storten zich 's morgens soms ook al op een breakfast steak, of kiezen voor een combinatie van eieren met wafels en siroop, donuts, bagels, muffins, noem maar op. In ieder geval, ons ontbijt is lekker maar helaas moeten we de helft laten staan. Naar Amerikaanse gewoonte, wordt na de laatste hap meteen de rekening gebracht. Omdat buitenlanders wellicht al eens vergeten om een fooi bij het bedrag te tellen, wordt op de rekening vermeld "tip not included" én extra omcirkeld. Wie het nu nog niet begrepen heeft...

 

Vandaag gaan we een klein stukje van Los Angeles verkennen. In de "Big Orange", zoals L.A. zichzelf  noemt, leven en wonen miljoenen mensen, verdeeld over wel 80 stadsdelen en voorsteden. Een stadscentrum is er nauwelijks. Dwars door L.A. en de omliggende woongebieden loopt een ingewikkeld systeem van freeways. De afstand van het ene stadsdeel naar het andere kan wel 75 km zijn!

Het oudste deel van de stad, nu Downtown L.A., werd in 1781 gesticht door de Spanjaarden en opgeëist door de koning van Spanje als El Pueblo de la Nuestra Senora la Reina de los Angeles ('de stad van Onze Lieve vrouwe, Koningin van de Engelen'). Sinds 1850 heet de stad kortweg Los Angeles.

 

Wij kiezen vandaag voor de heuvels van Bel Air, Beverly Hills en Hollywood. Vanuit Santa Monica rijden we via de Pacific Coast Highway tot Sunset Boulevard. Sunset is sinds de jaren twintig verbonden met de film, toen het een onverharde weg was tussen de bekende filmstudio’s in Hollywood en de huizen van de sterren in de heuvels. Nu kronkelt deze boulevard over een lengte van 42 km tot Downtown L.A. en doorkruist o.m. Bel Air en Beverly Hills.

Eens Sunset Boulevard opgedraaid, kijken we uit naar Gelson's Market, in de National Geographic Traveller (reisgids deel Californië) aangestipt als een opmerkelijke supermarkt, en vermits we toch wat voorraad moeten inslaan...

Gelson's is inderdaad de moeite waard om even binnen te lopen: alles is er superordelijk; zelfs de aardappelen zijn keurig op grootte gestapeld, de groenten als een kleurenpalet uitgestald; je kan er je eigen afhaalmaaltijd samenstellen met bereide gerechten, slaatjes en soepen; de klanten behoren duidelijk tot de betere klasse. We kopen wat sandwiches, beleg én een frigobox in piepschuim, versierd met - jawel! - een Amerikaanse vlag.

De tip een goedkope ijsbox of -zak te kopen, had ik gelezen in reisverhalen op het internet. Een erg practische tip!. Elke dag vul je de box dan met vers ijs - in elk hotel staan immers ijsmachines - en zo blijven drank en spijs onderweg altijd koel. Wellicht is Gelson's niet de meest voordelige market, doch we hebben nu meteen wat we zoeken, dus nemen we die paar dollars extra er gewoon bij.

 

Onze Sight Seeing Tour gaat verder langs Bel Air, woonplaats van de 'rich and famous', waar een paar van de duurste huizen staan van Los Angeles. Fraaie toegangspoorten - zoals de Bel Air West Entrance langs Sunset Boulevard - geven de wijk nog meer allure. Natuurlijk kan je hier niet zomaar eventjes uitstappen en een wandelingetje gaan maken. Practisch overal is er parkeerverbod.

 

Idem in Beverly Hills, de woonwijk van de 'sterren'. We maken een toertje door enkele straten om huizen te kijken, maar eigenlijk zie je heel weinig omdat de meeste villa's goed omheind zijn; bovendien hebben we niet echt een idee wie waar woont, zodat het bij een algemene indruk blijft.

 

Ter hoogte van het Old Studio District slaan we af naar Hollywood Boulevard, waar het tamelijk druk is. Natuurlijk is Hollywood niet meer de bruisende filmstad van weleer. De meeste studio's zijn verhuisd en nu verspreid over gans L.A. en verder; maar de naam Hollywood blijft  legendarisch en wekt nog steeds associaties met glamour.

 

Uit het gouden tijdperk van de film rest onder meer Mann's Chinese Theater, een luxebioscoop (gebouwd in 1927) in de stijl van een Chinese pagode. In de buurt is er een parkeergarage waar we, vrij prijzig, de auto kwijt kunnen. Daarna nemen we de tijd om in de patio van Mann's Chinese Theater de hand- en voetafdrukken van vele beroemde filmsterren te bekijken. Tussen de toeristen wandelen hier figuranten rond verkleed als Romeins soldaat, Batman, Marilyn Monroe... Wel grappig!

 

Uiteraard lopen we ook een stukje van de Walk of Fame of de 'stoep der sterren'. Dit gedeelte van Hollywood Boulevard speelt helemaal in op het toerisme, met souvenirwinkeltjes, kraampjes, venters die sight seeing tours aanbieden, enzovoort. We kopen voor ons Leen een mooi enkelbandje. Jarig zijn in Hollywood overkomt je wellicht maar eens in je leven!

 

 

Naast de nostalgie van vroeger zijn er nieuwe complexen gebouwd met bioscopen, winkels, restaurants... We lopen de trappen op van zo'n gebouw en zijn aangenaam verrast door de mooie terrassen en loopbruggen die niet alleen uitzicht bieden op Hollywood Boulevard en de skyline van een deel van de stad, maar ook op het wereldberoemde Hollywood Sign, symbool van de filmindustrie! De 13 meter hoge letters staan hoog in de heuvels en zijn nu een beschermd historisch monument. Nu ja, alles wat meer dan vijftig jaar oud is, noemen de Amerikanen 'historic', dat zullen we op onze verdere rondreis nog meer ervaren!

 

Onze volgende stop is Rodeo Drive. In de onmiddellijke buurt van deze beroemde winkelstraat met zijn elegante maar dure winkels en warenhuizen, zijn (sommige) parkeergarages - eigenaardig genoeg - gratis voor een beperkte tijd, o.a. aan Brighton Way. Daar maken we dan ook graag gebruik van. Alleen window-shopping past in ons budget. Maar meer nog dan de uitstalramen, interesseren ons de mensen die hier écht komen winkelen, de glimmende limousines met chauffeur...

Rodeo, gelegen aan de gelijknamige straat, is één van de duurste winkelcentra aller tijden; het lijkt hier wel op een Hollywood-decor van een Europese winkelstraat, inclusief plein en victoriaanse straatlantaarns. De keienstraat of  Via Rodeo leidt naar de Spaanse Trappen.

 

Ondertussen is het al een flink stuk in de namiddag, maar door ons copieuze ontbijt hebben we gewoon een maaltijd overgeslagen! Via de Santa Monica Boulevard rijden we terug naar ons hotel. Op de kamer organiseren we een picknick en we besluiten om onze dag te beeindigen met een wandeling langs het strand. Deze keer maken we wel gebruik van de shuttle, die ons afzet in de buurt van de Santa Monica Pier. Het is echter geen rustige wandelpier, maar een soort pretpark met allerlei attracties. Persoonlijk houd ik meer van de aanblik van golven die tegen een houten steiger opspatten, zonder al die kermisdrukte.

 

Een pad loopt langs de stranden en we wandelen richting Venice Beach ten zuiden van Santa Monica. Dit kustpad blijkt ook erg in trek te zijn bij joggers, fietsers en sportievelingen op rolschaatsen of rollerskates... met hier en daar zelfs een apart 'rijvak' zodat ze niet gehinderd worden door wandelaars en omgekeerd. We lopen een heel eind, maar of we werkelijk tot in Venice geweest zijn, is niet helemaal duidelijk. Straatartiesten of opvallende types van mensen - eigen aan Venice Beach naar het schijnt - hebben we zo goed als niet gezien.

Terug in het hotel kunnen we echter terugblikken op een goed gevulde dag! We eten en drinken nog wat, zappen tussen de verschillende TV-kanalen - onvoorstelbaar welke programma's hier allemaal het scherm halen! - en kijken al uit naar de dag van morgen.

 

DAG 3 :  Universal Studio’s – Palm Springs  

               dinsdag, 30 juli

 

Ontbijt in hetzelfde restaurant als gisteren. Dat is handig kortbij. Bovendien is het er goed, maar natuurlijk krijgen we weer veel te veel!

 

Wie in Los Angeles is, kan ook een dagje Disneyland of Universal Studio's meepikken. Omdat wij reeds twee maal in Disneyland Parijs waren, kiezen we voor Universal. Dit pretpark, want zo kun je het toch wel noemen, ligt boven Beverly Hills en West-Hollywood.

Universal Studio's is niet goedkoop. Wij betalen voor vier personen 164 dollar (of zo'n 170 euro) en dat ná aftrek van enkele reductiebons, plus 7 dollar parking.

Coupons die korting geven op van alles en nog wat, vind je trouwens in veel winkels en in speciale reclameblaadjes - zeg maar bláden - die te vinden zijn in hotels, eetgelegenheden, benzinestations...

 

De auto laten we achter in het reusachtige parkeercomplex, dat meteen uitkomt op de Universal City Walk, een 'entertainment center' met winkels, restaurants, café's, filmzalen... Je moet er doorheen wandelen om bij het park te komen. De drukte valt mee, maar het is nog vroeg. Bij de ingang worden alle rugzakjes en tassen gecontroleerd.

 

We geginnen met de Studio Tour. Dit is een rondrit, met een open bustreintje, achter de schermen van het filmgebeuren. We haasten ons naar de opstapplaats, maar eigenlijk is dat helemaal niet nodig, want er staat nauwelijks volk. Vreemd. Wil het publiek alleen nog maar spectaculaire attracties?

We kiezen onze zitplaatsen zo dat we aan de linkerkant zitten, per twee achter elkaar, want dan zie je alles het beste (gelezen tip die inderdaad klopt ).

Het treintje rijdt eerst over het uitgestrekte terrein met de studio's waar films en TV-series worden opgenomen. Je ziet echter alleen de buitenkant, grote grijze loodsen dus. Maar de uitleg van de chauffeur, met af en toe een grapje, en de getoonde videofragmenten - al rijdend op TV-scherm - vullen de leemte aan. De rondleiding brengt ons vervolgens door beroemde filmstraten als 'New York Street', 'Colonial Street', 'Six Points Texas' en zelfs een 'European Street'. Knap gedaan!

Naast sets en decors van bekende series en films ( o.a. het motel uit de film Psycho van Alfred Hitchcock ), telkens met beeld en uitleg, worden er in de toer ook enkele stunts ingebouwd, zoals bijvoorbeeld het nabootsen van een aardbeving in een ondergronds metrostation. Wij rijden eveneens over een instortende brug, maar het tofste vinden wij toch het oude Mexicaanse dorpje waar een hevig onweer in scène wordt gezet. Plots wordt het straatje overspoeld door het aanzwellende water. We zien het op ons afkomen, maar denken dat het wel ónder het treintje zal doorstromen. Voor we er erg in hebben, zijn we drijfnat! Gelukkig is het heel warm, zodat we deze verkoeling niet eens zo erg vinden.

 

Omdat we niet alle attracties kunnen doen, hebben we op voorhand een eigen keuze gemaakt. Het meest spectaculaire is ongetwijfeld Jurassic Park: in bootjes vaar je door het prehistorisch land van de dino's met plots opduikende T-Rex en raptors, geënt op het grote succes van de gelijknamige film. De tocht eindigt bij een adembenemende waterval; hier stort je, in het pikdonker, zo'n 25 meter steil naar beneden! Opnieuw kletsnat! Later op de dag doen we deze kick nog eens over.

 

 

Erg leuk zijn ook Back to the Future, met een spannende virtuele achtervolging in een auto, waarbij je echt het gevoel krijgt door tijd en ruimte te vliegen; en Terminator II, met hele goeie 3D-effecten, spannende scènes met de bekende robots en acteurs, veel geluidseffecten, je gaat helemaal in de actie op en schrikt wanneer het lijkt alsof je valt omdat de stoelen onverwacht iets naar beneden zakken!

Als een hongergevoel begint te knagen, kiezen we een terrasje uit in de schaduw. De prijzen voor fritjes met een hamburger en een cola zijn hier echter ook niet mis!

 

In de namiddag wordt het drukker. We genieten nog van de show Spider-man Rocks!; en lopen door de Mummy Returns: Chamber of Doom, een Egyptisch spookhuis. Eigenlijk niet echt opwindend, want je trapt zowat op elkaars hielen, zodat veel van de griezeleffecten verloren gaan. Erg goed gevonden is echter wél de als mummie verklede man (Live actor!) die uit de tegenovergestelde richting opduikt! Gegil alom!

 

Het park is vrij uitgestrekt en - door zijn ligging in de heuvels - op verschillende niveau's gebouwd. Terwijl je één van de roltrappen neemt, heb je een schitterend uitzicht over het enorme complex met de filmstudio's en het openluchtterrein waar we in de ochtend de Studio Tour maakten. In de verte ook de hoge kantoorgebouwen van het Business District downtown, ten minste als er niet teveel smog hangt.

 

In de latere namiddag houden we het voor bekeken. We hebben niet alle attracties uitgeprobeerd, niet alle shows gezien, maar toch ongeveer gedaan wat we wilden doen. Nog even meegeven, dat je op de website www.universalstudios.com veel info over Universal vindt; en bij het openklikken van 'Theme Parks: Hollywood' kun je bij de gewenste attracties zelfs korte video previews bekijken!

 

Via de Hollywood Freeway en vervolgens de San Bernandino Freeway zetten we nu koers naar Palm Springs, waar we hebben gereserveerd in de Best Western Inn. In principe ligt Palm Springs slechts op een 2-tal uurtjes rijden van Universal, maar het is erg druk op deze Interstates die dwars door L.A. lopen. Spitsuur. We ondervinden nu pas daadwerkelijk hoe uitgestrekt Los Angeles eigenlijk wel is! Je hebt werkelijk úren nodig om de stad door te komen. Maar we maken ons niet druk, want om zeker te spelen hebben we deze ochtend het hotel al verwittigd van een (mogelijk) latere aankomst. Omdat de kamer gereserveerd én betaald is, blijkt verwittigen hier (en ook elders) zelfs helemaal niet nodig te zijn! Erg handig! Wanneer een dag wat uitloopt, zoals deze, hoef je niet te stressen om vóór een bepaald uur ter bestemming te geraken; er wacht altijd een bed!

 

Wanneer we eindelijk de Interstate 10 verlaten om de afslag naar Palm Springs te nemen, wordt het landschap werkelijk desolaat. Een stenige, droge bodem. Maar wel veel beweging van... een massa windmolens! Overal zie je die turbines staan wieken! Er loopt ook een spoorlijn naar Palm Springs en hier zien we onze eerste trein-zonder-einde. Vier aan elkaar gekoppelde locomotieven trekken onvoorstelbaar veel goederenwagons. Er lijkt gewoonweg geen einde te komen aan deze trein. Nooit gezien!

 

Wanneer we Palm Springs binnenrijden, is het al ruim 7u30. Ondanks een vrij goede routebeschrijving wordt het toch even zoeken. De South Palm Canyon Drive blijkt een erg lange straat te zijn met veel toeristische accommodatie, maar tamelijk verlaten. Het centrum van Palm Springs is niet echt mijn ding. Eens een bekend kuuroord omwille van de warme mineraalbronnen, hangt er nu een zweem van vergane glorie. Of zit het vallen van de avond er voor iets tussen? De Best Western Inn ligt iets verderop, stijl motel. Wanneer we uitstappen, valt de warmte als een deken over ons!

 

Eens de bagage uitgeladen, hebben we eigenlijk geen zin meer om nog terug te rijden en een restaurant te zoeken. Het was een vermoeiende maar fijne dag! Terwijl Eddie en ik op zoek gaan naar een supermarktje om wat voorraad in te slaan, nemen de kinderen alvast een douche en installeren zich gezellig voor de TV. Het gezoem van de nogal lawaaierige airco neemt iedereen er in deze hitte graag bij. Dat winkels hier 7 dagen op 7 en bijna  de klok rond open zijn, is een geweldig pluspunt voor reizigers zoals wij. Je vindt altijd nog wel wat; ook al is de keuze in kleinere markets erg beperkt wat betreft verse waren als fruit, brood, beleg... Althans, dat is onze ervaring.

 

DAG 4 :  Palm Springs – Flagstaff  

               woensdag, 31 juli

                                  

Palm springs is een goed vertrekpunt voor onze eigenlijke rondreis. We hebben nu de drukte van de grootstad achter ons gelaten. Voor ons ligt de Mojave Desert.

Terwijl wij met de bagage bezig zijn en vers ijs in de frigobox kieperen, nemen Stijn en Leen  een vroege duik in het zwembad. Een klein maar mooi zwembad, dat aanleunt tegen de dorre heuvels van het omringende landschap. Er is hier alleen groen waar gesproeid wordt.

Vooraleer Palm Springs te verlaten, ontbijt bij Denny's, een vrij populaire restaurantketen in de Verenigde Staten. Eddie bestelt een zogenaamd 'houthakkersontbijt'. Op die hoeveelheid kun je met gemak een ganse dag teren!

 

Maar nu op weg! We hebben een lange rit van zowat 360 mijl voor de boeg tot Flagstaff in Arizona. We passeren terug de honderden windmolen, die profiteren van de warme bries. De gevolgde route 62 gaat voorbij het Joshua Tree National Park, bekend op zijn yucca-achtige cactusbomen. Dit park zal best wel de moeite waard zijn, maar wij hebben het niet opgenomen in ons programma. Te beperkte tijd. Bij de voorbereiding van deze vakantie, hebben wij alle keuzes immers goed overwogen. Je kan in een kleine drie weken nu eenmaal niet álles stoppen!

 

Voorbij Twentynine Palms verlaten we stilaan de bewoonde wereld. Een bordje met de tekst 'next 100 miles no service' waarschuwt om de benzinemeter te controleren en voldoende drinkwater mee te nemen; want in woestijngebied is er inderdaad niets, ook geen praatpalen om de paar kilometer zoals bij ons!

De omgeving is fascinerend. Eerst nog wat rommelig, met hier en daar een eenzaam (vaak bouwvallig) huis of stacaravan in de middle of nowhere. Hoe kunnen die mensen daar (over)leven? Maar eens de laatste electriciteitspaal voorbij, is er werkelijk niets anders meer dan een strook glimmend asfalt dwars door een ongelooflijk schraal en heet landschap. Langs de weg slechts zand, stenen, verdorde struiken en in de verte onherbergzaam laaggebergte. Auto's kom je in deze woestenij nauwelijks tegen; af en toe zo'n stoere Amerikaanse truck met van die grote vertikale uitlaatpijpen naast de stuurcabine. Dat gevoel van verlatenheid is voor ons dan ook een totaal nieuwe ervaring. We stappen een paar maal uit om foto's te nemen. Het is bloedheet! Bijzonder fijn dat we airco hebben in de auto.

Bij Vidal Jct. terug een eerste teken van leven: een stoffig benzinestation, annex winkeltje. We stoppen even om bij te tanken. Nu is het nog maar een goeie boogscheut tot Parker, grens met Arizona, waar de Colorado River terug wat groen in het landschap tovert.

 

We volgen een prachtige route langs de Colorado en de Parker Dam, met de bedoeling aan het Lake Havasu een pauze in te lassen om te picknicken. Dit meer, ontstaan door de bouw van de stuwdam, is ongeveer 72 km lang en watersportgebied bij uitstek, maar waar vind je een mooie picknickplek die niét in de blakende zon ligt? Soms helpt het toeval daarbij een handje. In Lake Havasu City rijden we op goed geluk de London Bridge over, die hier in de jaren '60 door een rijke Amerikaan werd neergezet, en toeren een beetje rond tot ons oog valt op een kleine wegwijzer naar London Beach. Eerst denken we nog dat het misschien bij een hotel hoort, maar neen hoor, we komen uit bij een rustig strandje met warempel palmbomen, een afgebakende zone om te zwemmen en voorzieningen als sanitair, banken & tafels onder een 'afdakje' tegen de zon. Perfect gewoon! We nemen ruim de tijd om te eten en te genieten van het uitzicht over het water. Leen gaat zwemmen, want je droogt hier toch in een mum van tijd weer op. Stijn strekt zich uit op een bank. Wij bekijken de kaart nog even.

 

 

Blij om deze meevaller beginnen we aan de tweede helft van onze dag. We volgen een klein stukje de Interstate 40 tot Kingman, waar we aansluiting zoeken met de beroemdste weg van Amerika: Route 66, The Mother Road, symbool van de trek naar het westen per auto!

Deze eerste grote doorgangsweg van Chicago naar Los Angeles (Santa Monica), geopend in 1926, is nu grotendeels vervangen door de Interstate 40, maar hier en daar is nog een stuk van het oude traject bewaard gebleven, zoals dus o.a. tussen Kingman en Ash Ford.

Weliswaar rijden wij niet van het oosten naar het westen, zoals vele duizenden deden op zoek naar een beter leven in Californië, maar net omgekeerd! Wij trekken oostwaarts, door een wijds landschap, stippen op de kaart die niet meer zijn dan een paar huizen en een benzinestation, een stukje indianenreservaat (Hualapai Indian Reservation), en een spoorlijn met superlange Santa Fe-treinen!

De R66 zelf verschilt echter weinig of niets van andere R's en ligt er eigenlijk vrij nieuw bij. Geen versleten wegdek, zoals je zou verwachten, maar mooi, breed asfalt met keurige lijnen. Op regelmatige afstanden een bordje dat aangeeft dat het hier wel degelijk gaat om de 'Historic Route 66'!

Onderweg zien we ook armtierige houten huizen en woonwagens, vooral daar waar Indianen wonen. Hoewel de oorspronkelijke bewoners van Amerika, zijn zij helaas niet meegegroeid in de welvaart.

 

Voor een stukje nostalgie moet je goed uitkijken. In de buurt van Hackberry rijden wij voorbij een benzinestation prachtig versierd met herinneringen aan de hoogtijdagen van de Route 66. Achteraf gezien, volgens ons, het mooiste van het ganse traject, maar dat wisten wij toen nog niet. Jammer dat we niet even gestopt zijn!

In Seligman houden wij wel halt. In documentatie beschreven als een pittoresk dorp waar je de pure 'Route 66 nostalgie' tegenkomt. Seligman is echter niet een dorp zoals wij dat kennen met huizen rond een kerktoren - trouwens dat zien we hier nergens - maar een aantal verspreide woningen en winkeltjes kriskras door elkaar aan een kruispunt.

Vrij rommelig en kitscherig eigenlijk. Opmerkelijk is een winkel in tweedehands voedingwaren (of hoe noem je zoiets?) We hebben het niet direct in de gaten, tot het ons opvalt dat wel erg veel blikjes gedeukt zijn en het assortiment meer dan oubollig. We kopen er toch een zak appelen (recht uit de ijskast)en een pak koekjes; en in het volgestouwde souvenirwinkeltje ernaast enkele postkaarten.

Het échte R66-gevoel heeft ons persoonlijk niet te pakken. Maar voor de liefhebbers: www.route66.com.

 

 

Nu rijden we in één trek door naar Flagstaff, gelegen op een hoogte van ruim 2.100 meter aan de voet van de San Francisco Mountains. We hebben een kamer geboekt in de Hilton Garden Inn, en dat valt reuze mee. Dit hotel heeft alles te bieden wat een reiziger nodig heeft na een lange dag: een ruime kamer en badkamer met alle comfort, een klein maar aangenaam binnenzwembad, zelfs de mogelijkheid om gratis (!) te e-mailen.

Na het inchecken, uitladen van de auto, opfrissen... tijd om te gaan eten. Onze onmiddellijke buur is Coco's bakery and restaurant, waar men rechts grote slagroomtaarten kan kopen en links zich laten bedienen in het restaurant. Wij kiezen uiteraard voor dat laatste. Wanneer we bij het opnemen van de bestelling een beetje uitleg vragen over bepaalde gerechten, volgt er een spraakwaterval waarvan we nauwelijks de helft begrijpen, zodat we maar een gokje wagen. Resultaat: Eddie en Leen zitten even later respectievelijk boven een broccoli- en aardappelsoep waarin je een lepel kan rechtzetten! Van een entrée gesproken! En dan moet de hoofdschotel nog komen. Tja, zelfs het eten is hier een aparte ervaring. Soms rare combinaties, of  speciale smaken, en altijd veel té veel!

 

Vandaag hebben we een flinke afstand gereden. Hier ervaar je dat echter niet als kilometers vreten. Het is zelden saai. Je ziet voortdurend zoveel nieuwe dingen, doet zoveel nieuwe indrukken op;  je rijdt door wisselende landschappen, overal is er nog zoveel ruimte...

Een klein stukje van die impressies proberen we vast te houden in foto's en op videofilm; maar het mooiste zijn toch de herinneringen, voor ieder van ons anders; met andere accenten.

 

DAG 5 :  Flagstaff – Sedona – Tusayan

               donderdag, 1 augustus

 

Flagstaff hebben we in onze reisplanning opgenomen omwille van de prachtige Oak Creek Canyon ten zuiden van het stadje.

We trekken er een ganse dag voor uit.De ochtend begint grijs, maar het is helemaal niet koud, ook niet op dit plateau.

Na het ontbijt, terug bij een Denny's vlak tegenover het hotel, volgen we de 89A die zich door de Oak Creek Canyon naar het stadje Sedona slingert. In de 'road atlas' aangegeven als een Scenic Route en dat klopt helemaal! Het is een schitterende weg, aanvankelijk door bossen, wat later tussen de steile kliffen van de kloof.

Vooraleer de baan met scherpe bochten naar beneden gaat, is er echter nog een uitkijkpost. Van hieruit heeft men een fantastisch uitzicht op de canyon. Door de bebossing lijkt het wel wat op een diepe Alpenvallei, alleen is de tint van het gesteente rood in plaats van grijs.

Waar toeristen komen, is er natuurlijk ook een handeltje opgezet. Hier een rij kraampjes waar Indiaanse vrouwen allerlei sieraden en handwerk verkopen.

 

Eens beneden in de canyon opent de vallei zich steeds meer en meer en rijden we door een 'wild-west'-panorama met rode rotsformaties.In dit dal ligt de kleine stad Sedona, grotendeels gebouwd in de kleur van het omliggende landschap.

We nemen de tijd om hier onze dagelijkse boodschappen te doen, zodat onze frigobox weer goed gevuld is!

 

We blijven de 89A volgen tot de afslag naar het berggehucht Jerome; 25 jaar geleden nog een ghosttown, maar nu terug bewoond door een 400-tal mensen. Dit voormalig kopermijnstadje ligt als het ware op de rand van een berg. Een deel van het oude centrum is gerestaureerd.

Ik vind dat dit stadje,zo hoog in de bergen, met z'n steile straten en sporen uit het verleden, wel iéts heeft, maar de kinderen vinden het ronduit saai. We blijven er dan ook maar de tijd van een korte wandeling.

 

We keren terug en slaan in Cottonwood af naar Montezuma Castle, één van de best bewaarde prehistorische Indiaanse nederzettingen van geheel Arizona.

Het is ondertussen weer erg warm geworden. Er zijn nog altijd wolken, maar als de zon doorbreekt, wordt het écht heet!

Naast de parking en het Visitor Center is er, gelukkig onder lommerrijke bomen, mogelijkheid voorzien om te picknicken.

Net wat wij nodig hebben!

 

Daarna kopen we in het Visitor Center voor 50 dollar onze National Parks Pass, waarmee je in álle parken van de VS terecht kan. Je hoeft dan niet telkens apart inkom te betalen en na meer dan 2 parken heb je dat bedrag er al terug uit.

Montezuma Castle is slechts een mini-parkje, maar beslist de moeite waard. Wij vinden deze rotswoningen, gebouwd in de 12de en 13de eeuw door de Sinagua-Indianen, erg tot de verbeelding sprekend. Opmerkelijk is dat ze op zo'n 30 meter hoogte tegen de rotswand werden gebouwd en wel 5 verdiepingen tellen. We kunnen er naar blijven kijken! Vooral omdat ook het decor, de omgeving, zo mooi is. Wanneer we onze rondgang verder afmaken, zien we voor het eerst de kleine 'squirrels',vrij tamme grond- eekhoorntjes die afkomen op de kruimels van toeristen. Ook in andere parken zullen we ze nog regelmatig ontmoeten.

 

 

Weer op pad, terug richting Sedona, maar nu langs de 179. Echt aan te bevelen! Je rijdt hier tussen de fascinerende rode rotsen van het Red Rock State Park, die beelden oproepen van een 'Far West' zoals wij die kennen uit cowboyfilms!

 

Onze laatste stop voor vandaag is het Slide Rock State Park, waar we deze ochtend reeds voorbij gereden zijn, maar toen was het nog te vroeg om... in het ijskoude water te gaan ploeteren. Nu kunnen we best wat afkoeling gebruiken! In dit park heeft de rivier namelijk natuurlijke glijbanen gemaakt over en tussen de rotsen. Het is er tamelijk druk. Op de grote rotsblokken langs de oevers nestelen vooral gezinnen die een dagje uit zijn. In het water wordt gegleden, gezwommen of gewoon pootje gebaad. Ons Leen wil die 'glijbanen' wel eens uitproberen, maar na enkele 'blauwe' plekken houdt ze het voor bekeken. Wij zijn minder moedig en gaan niet verder dan tot onze enkels in het koude rivierwater!

 

Na deze leuke halte hebben we het wel gehad voor vandaag.

In Flagstaff had ik best nog wat langer willen toeven. De omgeving is zeer mooi en van het stadje zelf hebben we helaas veel te weinig gezien. Nochtans zou het Downtown Historic District beslist de moeite waard zijn; en de hoofdstraat santa Fe Avenue was ooit een stukje van de Route 66. Maar dat hebben wij dus gemist.

 

Onderweg naar Tusayan overvalt ons een hevig onweer; tevens de eerste regen van onze vakantie.

 

Tegen valavond komen we toe in de Best Western Grand Canyon Squire Inn, een mondvol voor ons hotel, op amper 4 km van het Grand Canyon National Park. Hier zullen we twee nachten verblijven. Het is een groot maar aangenaam complex, met een hoofdgebouw en verscheidene bijgebouwen. Restaurants, shops, verwarmd buitenzwembad... het is er allemaal.

Tusayan zelf is niet zo erg groot; in hoofdzaak hotels. Toch een supermarktje waar we voldoende vinden voor een avondmaal en nog wat lekkers toe voor bij de TV.

Zelf sluit ik meestal de dag af met het bijhouden van dit dagboek én het uitpluizen van alle toeristische foldertjes die ik hier ter plaatse op de kop heb kunnen tikken!

 

DAG 6 :  Grand Canyon ( South Rim )                     

            vrijdag, 2 augustus

 

Vroeg op, want om 7u30 moeten we reeds op het plaatselijk vliegveldje zijn voor een helikoptervlucht over de Grand Canyon. In gelezen reisverhalen stond zo'n toer steevast genoteerd mét stip! Thuis via het internet nieuwsgierig info opgevraagd én de 'North Canyon Tour' (25 à 30 minuten) van Papillon gereserveerd, voor vandaag dus om 8 uur.

Keuze is er trouwens genoeg; naast de helikopter kan je ook opteren voor een Scenic Tour met een klein vliegtuigje.

 

Voor wie er meer wil over weten:

www.papillon.com

www.airstar.com

www.grandcanyonairlines.com

 

Het weer zit mee. Terug droog en tamelijk zonnig hoewel niet wolkenloos. Het ontbijt stellen we uit tot ná ons avontuur want nu dringt de tijd. Toch vlug een appel of wat koekjes om de eerste honger te stillen. De zgn. Grand Canyon Airport is bij wijze van spreken naast onze deur. Eddie brengt ons weg maar zelf zal hij niet mee vliegen.Door zijn hoogtevrees ziet hij het immers niet zitten om in een helikopter mét panoramische ramen boven die gigantische kloof te gaan hangen!

 

Wanneer we de parking opdraaien, zien we de helikopters al keurig op een rijtje staan. Het zijn inderdaad precies libellen! Na het controleren van onze reservatie en het betalen (weer niet echt goedkoop natuurlijk: 109 dollar per persoon!), worden we nog discreet gewogen en dan mogen we in de wachtruimte. Daar volgen wat instructies en informatie.

 

En dan een onverwachte meevaller! We worden even apart geroepen, en in het grootste geheim wordt ons een voorstel gedaan: we kunnen voor de prijs van de door ons geboekte 'North Canyon Tour' ook mee met een 'Imperial Tour', die dubbel zo lang duurt en normaal gezien 169 dollar per persoon kost! Uiteraard nemen we dit aanbod meteen aan! Natuurlijk hebben zij er ook baat bij: elke helikopter kan namelijk 5 passagiers meenemen en het ligt voor de hand dat ze proberen om elke vlucht netjes vol te puzzelen. Maar dat wij met ons drietjes de gelukkigen van de dag zijn, is aardig meegenomen! Bovendien krijgt ons Leen de plaats naast de piloot toegewezen. Stijn en ik zitten in het gedeelte achter de piloot, samen met een wat ouder Amerikaans koppel.Nu veiligheidsgordel om, grote koptelefoon op, de piloot heet ons welkom, de schroeven draaien steeds sneller, we laten de grond los...

 

Is de vlucht met een helikopter op zich al een sensatie, de eerste indrukken van de Grand Canyon zijn het dés te meer!

Aanvankelijk zijn er onder ons alleen de uitgestrekte bossen van het Kaibab National Forest, maar dan doemt plots een rand van de kloof op! De muziek - die we via onze koptelefoon te horen krijgen, naast tekst en uitleg - gaat crescendo en onderlijnt het volgende, indrukwekkende beeld van een immens brede en diepe canyon! De helikopter is hier slechts een speldekop, die cirkelt boven de grillig gevormde afgrond , met in de diepte de Colorado, aan de einder de vlakte van de Painted Desert, ongelooflijk mooi allemaal!

Door de bekendheid van de Grand Canyon heb je wel een beetje een 'déjà vu' gevoel, doch dat weegt zeker niet op tegen de ervaring dit natuurwonder met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Het is een cliché, maar wat je hier ziet, laat zich heel moeilijk in woorden vatten. We nemen heel veel foto's! Vanuit de helikopter hebben we immers ook meerdere invalshoeken; we zien meer dan één kant van de canyon; we zien beter de diepte en het spel van licht en schaduw; en we hebben ook een uniek overzicht!

 

 

Terug vaste grond onder de voeten, hebben we een korte babbel met het Amerikaanse echtpaar. Ze komen uit West-Virginia en maken een uitgebreide trip door hun land. Volgens hen, is zo'n excursie per helikopter de béste manier om de canyon te zien!

 

We willen meteen ook ons verhaal kwijt aan Eddie, die ondertussen bij een kop koffie het komen en gaan op deze mini-luchthaven van nabij heeft kunnen volgen. In de souvenirshop kopen we nog 'onze foto', routineus gemaakt bij het instappen, doch een leuke herinnering voor in het album! En dan is het hoog tijd om te gaan ontbijten.

Het restaurant van de Squire Inn lijkt ons wel wat, vooral omdat je kan kiezen voor zelfbediening. Scrambled eggs en bacon zijn ook op dit ontbijtbuffet weer topfavorieten!

 

Tijd nu voor de stapschoenen en de rugzak, want de rest van de dag willen we doorbrengen in het Grand Canyon NP. Het ligt in onze bedoeling de West Rim Trail te lopen tot het eindpunt bij Hermit's Rest : een pad langs de zuidrand van de Grand Canyon. Uiteraard minder spectaculair dan een afdaling in de canyon zelf, maar toch goed voor zo'n 12 km.

Trouwens, helemaal tot de Colorado River heen en terug is niet haalbaar in één dag. Er is namelijk een hoogteverschil van 1.524 meter,het pad is smal en steil en nergens is er schaduw! Niet te onderschatten dus.

 

Met onze National Parks Pass komen we vlot het park in; we moeten nauwelijks aanschuiven. Meteen krijgen we ook al een kaartje en een krantje met info over dit Nationaal Park in onze handen gestopt. Altijd leuk en handig.

We rijden door naar de parking bij Market Plaza.

 

Het is duidelijk dat men het toerisme - hier maar ook in andere Nationale Parken - zodanig probeert te kanaliseren dat de natuur maximaal wordt gespaard. Auto's blijven dus achter op vaste parkings. Pendelbusjes op gas brengen de bezoekers dieper het park in, of naar de toeristische voorzieningen.

In het Grand Canyon NP is zelfs een heuse 'Village' uitgebouwd met niet alleen enkele hotels, lodges, restaurants, shops, een visitor center, doch ook een medische post, een bank en een postkantoor. Dat lijkt overdreven, maar toeristische trekpleisters van dit formaat kunnen eigenlijk niet zonder een efficiënte opvang van de vele duizenden, ja zelfs miljoenen, bezoekers per jaar.

Voor mij persoonlijk mag het allemaal best wat minder georganiseerd zijn, maar ik besef dat deze aanpak de juiste is om vernielende overrompeling te vermijden; én om iedereen (ook ouderen en gehandicapten) de kans te geven van dit unieke landschap te genieten.

 

Van de Market Plaza tot de Rim is het zowat tien minuten wandelen. We komen uit ten westen van Yavapai Point en zijn opnieuw onder de indruk van de immense schoonheid!

 

We wandelen de trail, die bijna altijd vlak naast de canyon loopt, met regelmatig prachtige uitzichtspunten zoals Maricopa Point, Hopi Point, Mohave point... namen die verwijzen naar het Indiaans verleden van dit gebied.

Eigenlijk is het helemaal niet zo druk als verwacht. Op sommige stukken zie je nauwelijks andere wandelaars. Alleen in de buurt van de uitkijkposten, waar ook de shuttlebusjes stoppen, drommen toeristen samen.

 

We kruisen het begin van de Bright Angel Trail, het pad dat afdaalt naar Phantom Ranch op de bodem van de canyon.

Ik voel de kriebel om even een stukje van deze trail te volgen, een klein eindje avontuurlijke diepte, maar mijn dierbare medereizigers delen dit gevoel helaas niet.

Misschien is het ook al wat laat om nog zo'n bijkomende wandeling in te lassen, want je bent toch gauw een paar uren kwijt. In de diepte zien we kleine groepjes die Indian Garden hebben bereikt en over het plateau wandelen; het zijn minuscule poppetjes die zich traag voortbewegen in een groots decor!

Grillige rotsformaties hier en elders in de canyon hebben prachtige namen als Wotans Trone, Isis Temple, Tower of Ra...

 

We hebben net een hapje gegeten als donkere onweerswolken zich samenpakken. Het begint te regenen. Het is 13u30 en we zijn nog maar halfweg. We wandelen door, maar omdat we geen regenkledij bij ons hebben, zijn we genoodzaakt bij een volgende stopplaats de pendelbus te nemen. Die brengt ons verder naar Hermit's Rest. Deze blokhut is niet te vergelijken met een berghut zoals wij die kennen in de Alpen, waar je bij een gezellige pint kunt uitblazen.

Iets drinken of een snack eten, doe je hier uit het vuistje, en voor de rest is het één grote winkel met voornamelijk Grand Canyon souvenirs en voorwerpen Handmade by Native American Indians.Er zitten wel mooie dingen tussen. Stijn en Leen kopen elk een Dream Catcher. De legende wil dat zo'n 'dromenvanger', opgehangen in de buurt van de slaapplaats, alle dromen - goede én slechte - vangt in zijn web. De slechte dromen verbranden in het eerste ochtendlicht. De goede dromen worden opgevangen in de veren onderaan het web, waar ze bewaard blijven om opnieuw gedroomd te worden!

 

We snuisteren nog wat rond, zitten een poosje op één van de banken buiten onder het afdak, doch de zon laat zich helaas niet meer zien. Optimistisch vatten we de terugtocht aan, maar omdat het blijft miezeren en regenen, zit er niets anders op dan opnieuw de shuttle te nemen, nu richting parking.

 

In ons hotel tijd zat om postkaartjes te schrijven en een wasje te draaien in de 'laundry'. De meeste hotels stellen trouwens zo'n volledig uitgeruste wasruimte ter beschikking van hun klanten. Alle was- en droogautomaten werken op munten.

 

Eddie knoopt er een gesprek aan met een Amerikaanse lerares, die beaamt dat het toerisme inderdaad minder is dan vorige jaren. Enerzijds omwille van de haperende economie, maar anderzijds ook omdat veel Amerikanen bang zijn voor nieuwe terroristische aanslagen na de tragedie van 11 september.

Normaal gezien, telt het Grand Canyon Park zo'n 5 miljoen bezoekers per jaar, nu hoopt men ten minste de kaap van 4 miljoen te halen.

 

Omdat de regen ook kilte meebrengt - we zitten hier ten slotte boven de 2000 meter! - ligt het mooie zwembad er verlaten bij.

Jammer! Om de dag toch prettig te besluiten gaan we eten in het Yippee-Ei-O Steak House, zo uit een western weggeplukt. Zelfs de (plastieken) tafelkleedjes hebben een koeievacht motief. Het is er druk en de obers, uiteraard in cowboy-plunje, draven af en aan. Steaks en ribs zijn er te krijgen in alle maten en soorten. Wijselijk kiezen ons Leen en ik voor een zogenaamde 'girl steak' (mignon, kleinste) en Eddie en Stijn voor een 'New-York steak' (ietsje groter). Daar hoort natuurlijk weer een heel garnituur bij, maiskolf incluis, zodat er echt geen hap meer bij kan! We schieten dan ook in een lach wanneer ze plots aan onze tafel staan met een blad vol gebak; en geen kleine taartjes hé, maar grote stukken met véél slagroom en ander zoets. Neen, dank je, voor ons geen dessert meer!  

 

DAG 7 :  Grand Canyon – Page                       

               zaterdag, 3 augustus

 

Via de lange Desert View Drive (East Rim) zullen we vandaag het Grand Canyon National Park verlaten. Hier is autoverkeer wel toegelaten. We stoppen bij enkele van de mooiste uitzichten, zoals o.a. Grandview Point. De Spanjaarden zouden hier in 1540 hun eerste blik op de canyon hebben geworpen!

Een aantal kilometer verderop ligt de stenen uitkijktoren Desert View, gebouwd in een natuurlijke stijl die past bij de omgeving. Het gelijkvloers is ingepalmd door een souvenirshop, maar men kan ook naar boven. De verdiepingen zijn in Hopi-stijl.Vanop de bovenste etage heeft men een schitterend panorama van 360° op de omgeving. Van hieruit zien we niet alleen de Colorado River zeer goed, maar tevens ook Painted Desert; zo genoemd, omdat bij een bepaalde stand van de zon het landschap een fraaie schakering van kleuren tevoorschijn tovert. Helaas, de zon zijn we kwijt, er hangt opnieuw onweer in de lucht.

 

 

Jammer dat we in de regen afscheid moeten nemen van de Grand Canyon. Een kloof met adembenemende afmetingen, kliffen en pieken, kleuren naargelang het gesteente en het spel van licht en schaduw. Jammer ook, dat we door de weersomstandigheden geen zonsondergang hebben kunnen meemaken. Die zou - heb ik gelezen - de rode wanden van de canyon nog intenser kleuren en een onvergetelijke indruk nalaten!

 

We nemen highway 89 naar Page aan het Lake Powell, een Scenic Route door het land van de Navajo's en de Hopi's. De schoonheid van het landschap staat echter in fel contrast met de vaak armoedige omstandigheden waarin afstammelingen van die eens zo trotse stammen vandaag de dag leven. Eigenlijk is hun geschiedenis een triest verhaal.

Van het toerisme proberen zij nu een graantje mee te pikken door langs de kant van de weg, maar vooral op vaste stopplaatsen, kleine marktjes te organiseren met sieraden en spullen allerhande.

 

De onweersbuien blijven ons spijtig genoeg achtervolgen, zodat onze pauzes worden ingekort en we reeds rond 15u in Page aankomen. Ons hotel, eerder motel, de Best Western Page Inn, is vlug gevonden, maar we kunnen nog niet inchecken. Daarom besluiten we om eerst tot aan het Lake Powell te rijden en eventueel de Glen Canyon Dam te bezoeken. Deze (zoveelste) indamming op de Colorado River, heeft hier een fantastisch mooi en mijlenlang meer doen ontstaan, genoemd dus naar de man van de Colorado- expedities: majoor John Wesley Powell.

 

De Glen Canyon Dam wordt bewaakt alsof hij elk moment door terroristen kan aangevallen worden! Nog vóór de inkom worden we al aangesproken door iemand van de security omdat ik een klein rugzakje bij me heb. Dat mag al zeker niet mee binnen. Maar eigenlijk is dit mijn handtas met onze reispassen, hotelvouchers, wat geld, enz. er in, en ik heb geen zin om dat in de auto achter te laten. Die veiligheidsmaatregelen maken een bezoekje al minder aantrekkelijk en we beslissen om door te rijden tot Wahweap Marina, aan de jachthaven.

 

De Glen Canyon National Recreation Area maakt deel uit van het National Park System, zodat we ook hier gebruik kunnen maken van onze parkpas. Tot Wahweap is slechts een kwestie van enkele kilometers, maar ondertussen valt de regen bij bakken uit de lucht! We zien amper iets van deze mooie plek. Slechts wazige beelden. Terug naar het motel. Misschien hebben we later in de namiddag meer geluk?

 

De kamer die wij toegewezen krijgen, is netjes en ruim, maar het uitzicht is een echte afknapper: parking én het dak van een laagbouw mét gigantische aircobakken! En dat terwijl de omgeving zo mooi is! Net hier hebben we voor twee nachten geboekt. Door het geruis van die airco-installatie is het ook niet mogelijk om het raam open te zetten. We troosten ons met de gedachte dat we toch niet veel op de kamer zullen zijn en gaan alvast wat boodschappen doen. De kinderen ontdekken op de Dam Plaza van Page een leuke Outlet, waar de eerste Levi's-jeans wordt gekocht naast nog een paar andere kledingstukken van Amerikaanse merken.

 

Ondertussen is het terug droog en zelfs zonnig. We hernemen onze tocht naar het Lake Powell, met een stop bij het uitzicht op de Navajo Mountain, een heilige berg. Wel jammer, dat iets bezijden deze berg een drietal schouwen naar de lucht priemen. Industrie?

In Wahweap parkeren we de auto en maken een korte maar fijne wandeling langs het water. Opvallend zijn de vele woonboten.

Hier zie je ook goed de pracht van de ondergelopen canyons. Het water is blauw. De zon speelt op de witte kliffen. Een boottocht moet beslist de moeite waard zijn, bijvoorbeeld tot Rainbow Bridge, maar daarvoor ontbreekt ons de tijd.

 

 

We keren terug naar de Dam Plaza waar we lekker eten op het terras van de Dam Bar and Grille, napratend over de wat regenachtige maar daarom niet minder goed gevulde dag!

 

DAG 8 :  Page – Monument Valley – Page                

               zondag, 4 augustus

 

Nog vóór het ontbijt gaan vader en zoon tot aan een internet-café, dat we gisteren op de Dam Plaza hebben ontdekt. Tja, er staat welgeteld één PC, maar dat is voldoende om wat nieuws te versturen naar familie en vrienden en de e-mail te checken. Zo'n gelegenheid moet je echt meepikken waar je kunt, want de mogelijkheden om even te internetten liggen niet als vanzelfsprekend op je route! In de hotels die wij aandeden, was er: ofwel geen aansluiting ( althans niet voor klanten), ofwel buiten gebruik, ofwel een wachtrij, ofwel vrij duur!

De enige uitzondering hierop was de Hilton Garden Inn in Flagstaff.

 

Omdat er in de prijs van ons motel een Continental Breakfast is begrepen, hoeven we de deur niet uit, hoewel... lekker en gezellig kun je dit moeilijk noemen. Wat rommelige tafeltjes, plastieken bekers en bestek, zeer beperkte keuze...

We nemen dan maar een extra stuk fruit: een appel of een banaan! Eerlijk waar, nergens heb ik een keur aan zomerfruit gezien zoals wij die kennen in onze winkels. Tenzij misschien in San Francisco, maar daarover later meer.

 

Vandaag staat Monument valley op ons programma. Vanuit Page  ongeveer 120 mijl. We hebben er voor gekozen om heen en weer te rijden en niet van hotel te verkassen. Hoeven we ons een keertje niet te bekommeren om de valiezen, het in- en uitchecken; en bovendien sluit Page ook beter aan op ons volgend traject.

 

De rit naar Monument Valley gaat door het reservaat van de Navajo's, dat qua oppervlakte groter is dan België. Het is tamelijk bewolkt en af en toe valt er zelfs een spatje regen. In Kayenta, nemen we Route 163, een rechte lijn door het schrale landschap! Reeds van ver zien we enkele pieken en typische tafelbergen oprijzen, wereldberoemd door de western- films die er werden gedraaid.

Monument Valley ligt in het noordelijk deel van het Navajo-reservaat, op de grens van 2 staten (Arizona en Utah) en 1.700 meter hoog. Het is geen Nationaal Park. De Navajo's beheren dit park op hun manier en met de financiële middelen die zij hebben. De faciliteiten zijn er bijgevolg niet te vergelijken met deze in het National Park System, maar een bezoek is meer dan de moeite waard! Voor mij persoonlijk één van de hoogtepunten van deze reis. Het is speciaal, een aparte wereld, nog nét iets ongerepter dan de andere parken die wij bezochten.

Naast de parking ligt het Visitor Center met een groot terras dat uitkijkt over dit spectaculair plateau: een eindeloze, rode vlakte met op de voorgrond de opvallende Merrick Butte en The Mittens. Deze kale tafelbergen steken zo'n 300 meter boven de woestijn uit. Een ongelooflijk en fantastisch staaltje van erosie. Uit beide mittens (= wanten) steekt de karakteristieke 'duim'! Nu al voel ik spijt bij de gedachte dat deze indrukken ooit een verre herinnering zullen worden.

 

 

Het is warm; op dit uitkijkplatform staan tafels en banken; het loopt tegen de middag aan; dus gaan we eerst eten. Een broodje kaas met zicht op een 'wildwest'landschap. Het lijkt onwerkelijk!

 

Natuurlijk mag je in dit tribaal park niet zomaar op eigen houtje overal gaan rondtoeren. Op sommige plekken kan je alleen komen met een Navajo-gids, per jeep of te paard.

Aanvankelijk zijn wij ook van plan om zo'n jeeptoer te boeken. Vooral Mystery Valley met de ruïnes en petroglyfen van de verdwenen Anasazi-stam intrigeert mij.

Bij het bezoekerscentrum staan verscheidene kiosken, waar indianen dergelijke excursies aanbieden. Maar déze mensen zijn helemaal niet vriendelijk, integendeel. Bovendien is het vrij prijzig: 30 dollar per persoon ( voor ons x 4 = $ 120 ) voor een kleine toer. En, de kans een onweer op ons dak te krijgen is evenmin uitgesloten!

We zijn het erover eens, dat we het bijgevolg liever houden bij de zgn. 'self guided tour', een 27 km lang parcours dat je met eigen wagen mag rijden, binnen de toeristische zone van het park. Het is wel een onverharde, stoffige weg met veel putten en bulten, maar dat is ook juist de charme. Tussen deze unieke rotsformaties zou een verharde (asfalt)weg trouwens afbreuk doen aan het landschap.

 

Het is een heel mooie route, en bij de stopplaatsen nemen we volop de tijd om uit te stappen, te fotograferen en te filmen (vooral onze Stijn is de man van de videocamera!). Natuurelementen als water en wind, alsook breuken in de aardkorst, hebben dit fascinerende landschap gecreëerd. Nu dragen de oude formaties namen als Three Sisters, Totem Pole, Elephant Butte, Rain God Mesa, enzovoort.

We doen enkele uren over de toer. Het weer wordt trouwens steeds beter. Prachtige beelden, die blauwe lucht met nog wat wolkenflarden, boven een zee van rood zand en grillige rotsen.

Het is er niet overrompeld door toeristen. Vaak hebben we een stopplaats voor ons alleen, zodat we naast het uitzicht ook genieten van de stilte in deze vreemde wereld.

 

Afscheid nemen van een mooie plek is altijd moeilijk. Wellicht kom je hier maar once in a lifetime. Ik kijk nog eens om... Tot de laatste karakteristieke piek aan de horizon is verdwenen.

 

Terug in Page, eerst opfrissen en omkleden. De kinderen nemen nog een duik in het zwembad, maar het water is veel kouder dan verwacht, zodat ze snel terug zijn. We gaan eten in het Butterfield Steakhouse. We hebben gereserveerd op het terras, want zelfs na zonsondergang ( ik heb de indruk dat de avond hier sneller valt dan bij ons? ) is het nog behoorlijk warm. Van hieruit heb je een wijds uitzicht op de vallei met in de schemerverte de Glen Canyon Dam en een stukje van het Lake Powell.Naast de dam de iets minder fraaie electriciteitscentrale. Het is er aangenaam zitten, de steaks zijn heel lekker en de bediening vriendelijk. Alleen spijtig dat Amerikanen zo weinig aandacht hebben voor gezellig natafelen. Bij de laatste hap ruimen zij meteen af; ook als nog niet iedereen klaar is met eten. Wij vinden dat eerder onbeleefd, zij efficiënt. Kwestie van hoe je het bekijkt natuurlijk!

 

DAG 9 :  Page – Bryce Canyon                      

               maandag, 5 augustus

 

Highway 89, langs de Vermilion en White Cliffs, is weer een schitterende route naar Bryce Canyon National Park.

We overschrijden nu de grens met de staat Utah, dus moeten we de klok één uur vooruit zetten. Het merendeel van de burgers in Utah is mormoon, gesteld op een sobere levenswijze zonder alcohol of tabak. In hotels en restaurants hebben wij daar weinig van gemerkt.

In Kanab stoppen we nog even om boodschappen te doen. De zon staat reeds hoog aan de hemel. Het belooft een schitterende dag te worden!

Afslag 12 naar Bryce gaat voorbij Red Canyon, een voorsmaakje van de eigenaardige, rode rotsformaties die we straks in meervoud te zien zullen krijgen. Bryce Canyon is immers een meesterwerk op een hoogte van 2.500 meter!

 

Als overnachtingshotel kozen we de Best Western Ruby's Inn, vlakbij de toegang tot het Nationaal Park. Net zoals bij de Grand Canyon is het een groot complex, opgedeeld in hoofd- en bijgebouwen; met alles wat een toerist nodig heeft: winkels, restaurants, benzinestation...

Vanaf 14 uur kunnen we inchecken, maar omdat we nog te vroeg zijn, eten we eerst onze broodjes, met een blikje cola of een Budweiser ( hét Amerikaanse bier ), op een bankje in de zon.

We krijgen een rustig gelegen kamer, prima in orde, kortbij de ijsmachines ( handig voor onze frigobox ).

Bagage uitladen, stapschoenen aan, kort overleg. Want natuurlijk proberen we altijd om uit de beschikbare tijd het maximum te halen; en dat betekent ook keuzes maken. In één namiddag kun je nu eenmaal niet alles zien, laat staan dóen!

 

Er loopt een route over de ganse lengte van het park, met parkings in de buurt van de mooiste uitzichtspunten. Sinds kort is ook hier het shuttle- systeem opgestart. We besluiten om de vier 'view points' te doen die uitkijken over het Bryce Amphitheater, het grootste en meest bijzondere van heel het park. Maar eerst een korte stop bij het Visitor Center. En het moet gezegd, deze bezoekerscentra zijn een uitstekend initiatief. Zij geven vrijblijvend informatie, tips, documentatie... Vaak zijn het ook mini-musea met een stukje geschiedenis over de streek; en uiteraard verkopen zij boeken, postkaarten, souvenirs...

 

 

Bryce Point is al meteen een voltreffer! Dit is inderdaad niet echt een canyon, maar een immens amphitheater, met rotsformaties die door wind, regen en sneeuw zijn uitgeschuurd tot grillige torens, de zogenaamde Hoodoos! Een verbluffend panorama in warme kleuren als baksteen en vanille. Je hebt hier ook een ontzettend mooi uitzicht over de wijde omgeving, natuur alom,in de verte eenzaam gebergte, uitgestrektheid, een prachtige blauwe hemel!

 

Inspiration Point brengt ons nog dichter bij de schoonheid van het amphitheater. De mysterieuze hoodoos zijn hier nadrukkelijk aanwezig. De verschillende vormen en tinten tonen zich in al hun variatie. Onnodig te zeggen dat dit weer een bijzonder fotogeniek landschap is!

 

Van Sunset Point wandelen we via de Rim Trail tot Sunrise Point. In dit park zijn wel 80 km paden om te wandelen, van makkelijk tot moeilijk.

De mooiste, wellicht ook de meest bewandelde trails, zijn de Queen's Garden Trail en de Navajo Loop Trail. Wij combineren beide, met vertrekpunt bij Sunrise Point.

 

Het pad daalt af tussen de gekleurde rotspilaren en brengt ons in de canyon. Deze toegankelijkheid maakt Bryce Canyon juist zo aantrekkelijk. Na het fantastische bovenaanzicht kan men hier de kloof te voet verkennen, de hoodoos aanraken, zich verwonderen over dit doolhof van oranje-rode spitsen, met hier en daar een spaarzaam groepje dennen. De schaduw van de bomen op de bodem van de canyon is trouwens erg welkom. Gelukkig hebben we altijd water bij ons. De trail is goed aangegeven. Onze schoenen zitten ondertussen onder het rode stof. We genieten van elke seconde.

 

 

Na een flinke afdaling volgt er natuurlijk een fikse klim. Wij volgen nu de Navajo Loop, die steil naar boven zigzagt tussen rotsen en kloven, om terug bij Sunset Point uit te komen.

Zo'n wandeling ( van ongeveer 5 km, te lopen in 2 à 3 uur, regelmatige rustpauzes inbegrepen ) is werkelijk een aanrader! Dit uitgehouwen landschap met z'n rossige gloed, moet je niet alleen zien, maar tevens ondergaan. Indrukken zijn ook niet als vanzelfsprekend te vatten in woorden. Ze komen op je af, branden op je netvlies en je probeert ze zo lang mogelijk vast te houden.

 

Rond 18 uur zijn we terug in ons hotel. Tijd om te beslissen waar we gaan eten. In de Capitool Reisgids ( deel USA-zuidwest & Las Vegas ) had ik, onder het hoofdstukje 'Een restaurant kiezen', gelezen dat de Bryce Canyon Lodge - het énige hotel binnen het Nationaal Park zelf -  het beste restaurant in de omgeving heeft, mét een Europese keuken. Misschien een beetje maf om in Amerika Europees te willen eten, maar eigenlijk is het ook wel wat nieuwsgierigheid naar hetgeen zij onder deze brede noemer verstaan: Frans? Italiaans? Of eerder Engels?

Kortom, we zijn het erover eens om dit eens uit te proberen. Telefonisch gereserveerd. Omdat er pas om 20u30 een tafeltje vrij is, hebben we nog ruim de tijd om een verkwikkende douche te nemen, wat TV te kijken en een uurtje te gaan zwemmen.

Ons hotel heeft namelijk een prachtig binnenzwembad, vrij groot zelfs. Het is er niet druk, zodat we rustig kunnen zwemmen. En in het kleinere bubbelbad hebben Stijn en Leen een gezellige babbel met een boomlange Amerikaan uit Oregon.

 

Het is één van de weinige spontane contacten. Want met het beeld van de joviale, weliswaar oppervlakkige maar toch hartelijke en behulpzame Amerikaan is er iets mis. Wij zijn ze slechts sporadisch tegengekomen. Het kan natuurlijk toeval zijn, maar soms voelden wij ons een beetje   vreemdeling in een maatschappij die op dit moment helemaal geen vreemdelingen hoeft. Het woord afstandelijkheid is misschien wat overdreven, maar toch...

Hun nieuwsuitzendingen en kranten staan trouwens bol van alles wat te maken heeft met terrorisme, aanslagen die verwacht worden, de haat tegen hun land, het onbegrip van de rest van de wereld.

 

Met flinke honger rijden we nu naar Bryce Canyon Lodge, dat werkelijk schitterend gelegen is in de bossen. Het is een klassiek  romantisch hotel,  grotendeels opgetrokken in hout. Omdat we nog wat te vroeg zijn, gaat ons Leen alvast eens snuisteren in het hotelwinkeltje en, jawel hoor, haar oog valt toevallig toch weer niet op een paar toffe oorbelletjes zeker!

 

De grote zaal van het restaurant zit goed vol. Origineel ingericht. Een eerste blik op de menukaart voorspelt echter niet veel goeds, want we vinden niet meteen onze gading. Ondertussen staat de ober al klaar om de bestelling op te nemen, want het moet snel gaan. Ik maak mezelf de bedenking hoe tegenstrijdig dit eigenlijk is: enerzijds probeert men een restaurant met stijl te creëeren, anderzijds gaat het hier louter om eten en niet om tafelen!

In een mum van tijd staan de dampende borden op tafel. Veel, duur, maar helaas niet lekker. We geven zeker de helft terug. Geen probleem, de rekening volgt onmiddellijk en we zijn zo weer buiten!

Gelukkig hebben we nog wat koekjes en fruit op de kamer; toch jammer van het geld, het had elders beter besteed kunnen worden!

 

DAG 10:  Bryce Canyon – Zion – Las Vegas             

                dinsdag, 6 augustus

 

We ontbijten in Ruby's Inn; een verzorgd restaurant met ontbijtbuffet. Zoals gewoonlijk houdt Stijn het bij French toast; wij kiezen nogmaals voor bacon met roereieren, koffie en vers fruitsap. Nooit zoveel eieren gegeten als in Amerika!

Eddie voelt zich vandaag niet honderd procent. Met een zere keel begint de dag niet zo denderend. Maar gelukkig hebben we een uitgebreid 'huisapotheekje' mee!

Neus en keel zijn hier trouwens extra gevoelig door het grote verschil tussen de warmte buiten en de overal aanwezige airco-koelte binnen!

 

Vooraleer verder te trekken, wil Stijn nog even telefoneren naar zijn vriendin, want ook hier is de internetmachine helaas buiten gebruik. In de grote lounge hangen meerdere telefoontoestellen. Maar noch met visakaart, noch met geldstukken komt de intercontinentale verbinding tot stand.  Verscheidene keren aan de balie om uitleg gevraagd, maar telkens teruggestuurd om het opnieuw te proberen. Uiteindelijk wil de (niet al te vriendelijke!) receptioniste dan toch het nummer op háár toestel vormen, mits we een telefoonkaart kopen van minstens 10 dollar! Hoewel Stijn helemaal niet van plan is om voor zo'n bedrag te bellen en er ook kaarten van 5 dollar te krijgen zijn, hebben we weinig keus. We kopen dan maar zo'n 10dollar-kaart; een 'souveniertje' om bij te houden!

 

We volgen voor een stuk dezelfde route terug als in het komen, doch bij Mount Carmel Jct. nemen we nu Highway 9 naar Zion National Park.

Landschappen wisselen elkaar af en wedijveren weer in schoonheid. Dat is hier telkens ook zo verrassend: het ene moment rijd je door uitgestrekte vlakten, even later tussen rotsen en kliffen; soms dor en schraal, elders groen doordat er water in de buurt is.

We komen Zion NP binnen via de oostelijke ingang, waar we al meteen een eerste stop hebben bij de eigenaardige Checkerboard Mesa, een 2.033 meter hoge rots met het patroon van een 'schaakspeltafel'.

Dan achtereenvolgens een korte en een langere tunnel van zowat 1 mijl.  Eens uit deze donkere en smalle tunnel slingert de weg  zich door de kloof van Pine Creek naar het dal bij de Virgin River, waar ook het Visitor Center is gehuisvest. Auto's blijven op de grote parkeerplaats achter. Ook hier weer gratis pendelbusjes, die bezoekers dieper het park in brengen. Om de rust en de natuur in de canyon te beschermen, is autoverkeer niet toegelaten langs de idyllische Zion Canyon Scenic Drive.

 

We pakken onze rugzak in, want we willen graag in het park picknicken en een korte wandeling maken. Het is erg warm. Op de shuttlebus vertelt de bestuurder (sommigen geven graag en ongevraagd uitleg aan de toeristen!) dat het vandaag meer dan 100° Fahrenheit (of zo'n 38°C.) zal worden. We zitten hier dan ook op de bodem van de kloof, met aan weerszijden gigantische rotswanden. We volgen de rivierbedding van de Virgin, door groene oases. Bij The Grotto stappen we uit, want hier is een mooie, lommerrijke picknickplaats. Het is aangenaam verpozen, maar als we ook nog The Narrows willen zien, kunnen we niet te lang blijven plakken. Verder met de shuttle tot het eindpunt aan de Temple of Sinawava. Onderweg merken we herten op; én  bergbeklimmers, hoewel nauwelijks te onderscheiden tegen de vertikale rotsen van meer dan 2.000 meter hoog.

 

Zion is een mooi park, maar minder spectaculair dan de andere parken. Misschien omdat we dit soort landschap ook wel korter bij huis vinden, in de Alpen bijvoorbeeld (de hitte eventjes terzijde gelaten natuurlijk!).

Bovendien hebben we hier slechts een kort oponthoud voorzien, zodat we  eigenlijk niet verder komen dan het meest toeristische gedeelte; en dat is in dit park drukker dan in de andere parken die we tot nu toe bezocht hebben. Wellicht voor een stuk te wijten aan het feit dat alle bezoekers hier onvermijdelijk samenstromen op die éne parking naast het Visitor Center én anderzijds gaat ook bijna iedereen dezelfde kant op!

 

Bij de eindhalte van de pendelbus, lopen we de Riverside Walk, een wandelpad dat, zoals het woord reeds aangeeft, het riviertje blijft volgen tot de beroemde Narrows. Hier is er géén pad meer, alleen nog het water van de ondiepe Virgin, stromend tussen steile rotswanden.

Naargelang de weersomstandigheden is het toeristen toegelaten verder stroomopwaarts door het water te waden. Maar dan heb je wel stevige (enkel)schoenen nodig en liefst ook nog een goede stok om je evenwicht te bewaren op de gladde, scherpe keien. Het lijkt mij best avontuurlijk! Wij hebben echter geen schoenen bij die hiervoor geschikt zijn en evenmin een waterdichte zak voor fototoestel, geld en papieren... We nemen het risico liever niet en keren terug.

 

 

Via de zuidkant verlaten we Zion en rijden nog een flink eind tot de Interstate 15 die ons naar Las Vegas zal brengen.

Op zo'n Interstate gaat het lekker vlot. Bizar landschap ondertussen. Droog. Heuvels zonder groen. Nauwelijks bewoond. En wanneer we Nevada binnenrijden, grote reclameborden die er ons aan herinneren dat er in deze staat naar hartelust gegokt kan worden! De klok draaien we nu een uur terug van Mountain naar Pacific Time. Rond 17u30 zien we, als een vlek in de woestijn, de stad Las Vegas opdoemen. De lichten zijn nog gedoofd, en de skyline ligt in het stof, maar de Stratosphere Tower is duidelijk te onderscheiden.

 

Las Vegas binnenrijden, is in een heksenketel belanden! Druk. Lawaai. Warm. Met een plannetje in de hand proberen we ons een weg te zoeken door het verkeer. De 350 meter hoge Stratosphere Tower, aan de noordzijde van de Las Vegas Boulevard ook kortweg The Strip genoemd, is een goed oriëntatiepunt. Ons hotel, het Flamingo Hilton, ligt namelijk centraal op deze hoofdstraat, hartje Las Vegas.

Ter hoogte van Fremont Street zit alles in een knoop; er is ergens een brand, de politie leidt het verkeer om; chaos. Opnieuw zoeken.

Eindelijk op The Strip, kijken we onze ogen uit. Hier liggen alle grote, maar vooral opmerkelijke, hotels op een rij! Sommige zijn echte blikvangers door hun fantasierijke bouw en replica van beroemde monumenten zoals de Eiffeltoren, het Vrijheidsbeeld, de Venetiaanse Campanile, enzovoort.

 

We zijn blij als we de grote oranje-roze bloem op de gevel van de Flamingo in 't oog krijgen en zonder al te veel problemen een plaatsje vinden in de gigantische parkeergarage.

Inchecken in een hotel in Las Vegas doe je echter niet eventjes, het vraagt tijd. Zo'n hotel is immers een stad op zichzelf, met gangen zo breed als straten, shops, restaurants, attracties en natuurlijk een enorm casino! De rij aan de incheckbalie valt gelukkig nogal mee. We zitten op de 24ste verdieping! Een grote en mooie kamer, dito badkamer, met panoramische ramen die uitkijken op de prachtige binnentuin. Wanneer we alle bagage uit de auto hebben gehaald, wat door de af te leggen afstand een vervelend karwei is, moeten we nodig wat bijkomen! Maar hier hebben we geboekt voor twee nachten, dus we hebben tijd.

 

Ondertussen rammelen onze magen én we snakken naar een verfrissende douche. Waarom het ons niet een keertje makkelijk maken? We bellen 'room service'! Op de kamer ligt namelijk een uitgebreide menukaart en in verhouding is dit nauwelijks duurder dan een restaurantje. Terwijl we wachten op onze bestelling kunnen we ons opfrissen en wat TV kijken.

Na een goed half uur, wordt een mooi gedekt en uitklapbaar tafeltje naar binnen gereden. We hebben een spaghetti besteld, maar voor die prijs krijgen we véél meer: extra porties fritjes, schoteltjes met groenten, belegde broodjes, koekjes...

Met uitzicht op een bruisende stad, waar de lichten worden ontstoken en het nachtleven begint, eten we huiselijk gezellig!

 

Stijn, Leen en ik willen daarna toch nog een paar uurtjes de Strip op om de sfeer te proeven. Eddie houdt het vanavond liever rustig; het was een lange en warme dag, zeker als je wat minder fit bent; maar morgen is hij er wellicht terug bovenop! Dan kunnen we ook eens uitslapen, de dag is nog niet ingevuld, we doen waar we zin in hebben, rustdag.

 

Om het hotel uit te komen, heb je bijna een plattegrond nodig! Je moet sowieso door het casino, met z'n dooreenlopende speelzalen, ongetwijfeld in de hoop dat je ondertussen ook in de verleiding komt om een gokje te wagen! Er heerst een drukte van jewelste! Glitter en glinster. Gerinkel van de speelkasten die hun muntstukken uitspuwen. Lege blikken van mensen die verbeten hun zoveelste dollar in de 'éénarmige bandiet' steken. En ernstige gezichten aan de tafels waar voor grof geld wordt gespeeld.

 

Op de Las Vegas Boulevard wordt het er niet minder druk om. Integendeel. Mensen en auto's krioelen door elkaar. Een lichtzee van neon, kleuren, lawaai, hitte... het overvalt je en sleept je mee in een decor dat alleen maar mogelijk is in een stad als deze! 

 

DAG 11 :  Las Vegas                                         

                 woensdag, 7 augustus

 

We beginnen de dag met een uitgebreid ontbijt in het Paradise Garden Buffet, één van de restaurants in ons hotel. Voor een vast bedrag per persoon kan je zoveel eten als je maar wil. Wij betalen voor vier: 42 dollar of afgerond (toen) 44 euro. Wat zeker niet overdreven duur is voor een stijlvol restaurant, dat uitziet op de prachtige tuin met waterpartijen. Ter vergelijking: bij een Denny's kost een ontbijt ons samen rond de 35 à 40 dollar. Maar in Las Vegas zijn hotels en restaurants merkelijk goedkoper dan vergelijkbare accommodaties in andere steden of toeristische oorden. Hier draaien alle inkomsten immers rond het gokken! Hoe meer volk je naar de casino's kan lokken hoe beter natuurlijk!

 

De diverse buffetten zijn werkelijk voortreffelijk. Gevarieerd en lekker. We bedienen ons meer dan eens. Ondertussen zien we Amerikanen grote stukken slagroomtaart op hun bord scheppen, naast andere siroop- en ketchuptoestanden. Of hoe smaken kunnen verschillen.

 

Nu we toch op het gelijkvloers zijn, lopen we door naar de tuin, die heel mooi is aangelegd met palmen, bloemen, fonteinen en.... échte roze flamingo's en Afrikaanse pinguins! Speciale nevelsproeiers houden de temperatuur draaglijk voor deze dieren, want ten slotte zitten we hier in een woestijnstad! Ook drie verschillende zwembaden, strandstoelen en parasols. Daar zullen we straks gebruik van maken, want nu willen we eerst een stukje Las Vegas by day zien. En speciaal voor de kinderen een bezoekje brengen aan de Belz Factory Outlet Mall, waar zij hopen om voor een prikje toffe kleding te vinden.

 

We wandelen de Strip af in zuidelijke richting. Aanvankelijk denken we nog te voet tot aan de Belz (7400 Las Vegas Boulevard South) te kunnen gaan, maar deze boulevard is werkelijk kilometers lang! Zonnecrème, een pet en een fles water zijn geen overbodige luxe. De zon weerkaatst op de brede trottoirs. De glamour van de nacht is verdwenen, maar ook overdag is Las Vegas geen dooie boel. Drommen toeristen wandelen hotels in en uit, want je kan hier vrij élk hotel bezoeken om te eten, drinken, shoppen en vooral natuurlijk om te spelen op de vele soorten gokautomaten.

De attracties echter, die komen vooral 's avonds tot leven, wanneer de duisternis invalt, de duizenden lampen gaan branden en de hitte enigszins afneemt. Maar niets belet je om nu ook al een spectaculair ritje te maken in de achtbaan van het New York New York hotel of de kick te zoeken van de 'Big Shot' bovenop de Stratosphere Tower!

Informatie over alles wat er, dag en nacht, te beleven valt in deze magische stad vind je onder meer op sites als www.lasvegas24hours.com en www.ilovevegas.com.

 

 

Wij blijven met beide voeten op de grond. En die worden wat zwaar, dus besluiten we, ter hoogte van het opmerkelijke Luxor hotel, om de bus te nemen. Die rijden de ganse Strip af en stoppen bij de belangrijkste hotels.

Een retourtje kost 2 dollar per persoon; met gepast geld te betalen.Je zit lekker koel, want de bussen hebben airco. Even verderop laten we de imposante hotels achter ons en rijden we langs de airport van Las Vegas en (nog) veel braakliggende terreinen. Weer erg stoffig! Zonder stoppen rijdt de bus nu in één trek door naar een overstaphalte ergens midden in die woestenij! Hier stapt iedereen uit. Wachten kan in de schaduw van een tentzeil, naast een geïmproviseerde eerste hulppost. Het is hier inderdaad om dood te vallen van de hitte!

Gelukkig moeten we niet te lang wachten op de aansluitende bus. Deze rijdt recht naar de Belz en op dat korte traject geeft de vrouwelijke buschauffeur ons nog wat informatie mee over dit winkelcentrum.

 

Persoonlijk ben ik niet onder de indruk van deze mall. Onze winkelcentra kunnen de vergelijking best doorstaan wat betreft grootte en assortiment.

Ons Leen vindt er wel een leuke Levi's-jeans, voor een prijsje (26 dollar), met slechts een heel klein mankementje. In sommige zaken worden immers merkartikelen met kleine foutjes en restpartijen verkocht en wanneer daar iets tussen zit dat je bevalt, kun je een koopje doen.

Stijn heeft minder geluk. Hij had zijn zinnen gezet op de winkel van Tommy Hilfiger, maar dat valt tegen. Schreeuwerige kleuren, enorm grote logo's en felle bedrukkingen. Het lijkt wel een totaal ander gamma dan hier bij ons op de Europese markt! Dat wordt dus niks. Het is een ervaring om eens zo'n Amerikaanse mall binnen te lopen, maar aan mij en ook aan Eddie, is het minder besteed.

 

Dezelfde weg terug met twee bussen, een hapje eten op de kamer en dan heerlijk aan het zwembad relaxen! Het is er wel druk, maar we vinden toch nog een plaatsje in de schaduw. Stijn en Leen gaan de glijbaan uitproberen. Aan elk zwembad lifeguards in 'Baywatch'-stijl! Eigenlijk té gek, we zitten hier midden in de zuidelijke woestijn van Nevada aan een prachtige pool met waterval, op wandelafstand van een fantasiewereld gecreëerd rond de meest extravagante hotels!

 

Het is bijna onvoorstelbaar dat deze stad ooit begon als een nederzetting van mormonen; een handelspost; later een halte op de spoorlijn tussen Salt Lake City en Los Angeles. In 1920 woonden er niet meer dan 2.300 mensen. Nog later werd woestijngebied in de buurt van het stadje opgekocht door 'gangsterbendes' uit New York, die er casino's bouwden om 'zwart geld' wit te wassen. Historisch gezien is het Flamingo (ons hotel dus) het eerste casino, gebouwd rond 1945. In de jaren '70 werd het echter met de grond gelijk gemaakt. Maar op dezelfde plaats verrees een nieuw, nog groter luxehotel. Hiermee was het imago opgepoetst. De aanleg van de 6 ha fraaie tuin met zwembaden en tropische plantengroei, waarin wij nu rustig rondhangen, behoorde tot de latere renovaties.

 

Omdat de 'room service' gisteren een geweldige meevaller was, beslissen we om dat nog eens over te doen. Daarna maken we ons klaar om de Strip by night te verkennen. Wij hebben gisterenavond al van de sfeer geproefd, maar nu is ook Eddie weer helemaal de oude en nieuwsgierig om onze verhalen te toetsen aan de werkelijkheid. Of kun je dit geen werkelijkheid noemen, eerder magie en illusie?

 

We banen ons een weg naar buiten tussen de rinkelende gokautomaten. Voor de grap wil ik ook wel eens aan zo'n soort 'fruitmachine' gaan zitten en voor een dollar m'n geluk beproeven. Veel geld is dat niet, maar in één seconde of de tijd van één-druk-op-de-knop ben ik het biljet al kwijt! Meer hoef je immers niet te doen: geld invoeren, knopje drukken, schermpje kijken. Ik begrijp niet hoe al die mensen dat úren volhouden, om maar te zwijgen van het geld dat ze er op die manier ongemerkt doorjagen!

Spannender gaat het er alleszins aan toe aan de poker- en blackjacktafels, de roulette en andere kansspelen. Doch dat is al helemaal niets voor ons!

 

Eindelijk staan we buiten. We worden onmiddellijk overspoeld door drukte, hitte, neonkleuren en lawaai. Maar het is een prettige mix, die hoort bij deze opwindende stad. Door grote lichtreclames wordt de aandacht getrokken voor shows, spektakels, casino's... Overal ook toeterende auto's en zwarte of witte limo's met feestgangers die letterlijk door het dak gaan. Af en toe een bruidspaartje (elk hotel heeft hier wel een wedding chapel!) met de champagneglazen nog in de hand, toeristen in short en T-shirt naast opgedirkte dames en gladde jongens; je kunt het zo gek niet bedenken, of je ziet het wel in Las Vegas!

 

Recht tegenover ons hotel ligt Caesars Palace, één van de mooiste hotels aan de Strip. Inderdaad, stijlvol met fonteinen, cipressen en reproducties van Romeins beeldhouwwerk. Je hoeft zelfs niet te stappen om het hotel binnen te komen, je rólt binnen! Ons is het vooral te doen om de zogenaamde 'Forum Shops', een winkelgalerij waar de illusie wordt gewekt dat je niet meer in het hotel bent, maar in het antieke Rome.

Ook hier moet je, zoals in elk casinohotel, eerst door een doolhof van speelzalen vooraleer te komen waar je wou geraken. Maar het is de moeite waard! Een architecturale fantasie met een piazza, gezellige straatjes, sierfonteinen, beelden... én vooral een firmament als een échte hemel met mooiweerwolkjes! Het lijkt alsof je ergens in Italie in een oud stadje ronddwaalt! Stijn koopt er prompt een T-shirt van Armani!

 

Wanneer we de Mirage naderen, barst net de 'vulkaan' uit! Deze verheft zich in de exotische voortuin van het hotel, en breekt elke avond om de 15 minuten uit met veel gerommel, vuur en rook!

 

Voor de deur van het aangrenzende Treasure Island wordt dan weer in een lagune, enkele malen per avond, een 'piratengevecht' gehouden. Spijtig genoeg, is juist het laatste schot gevallen als wij ter plekke zijn.

Het is wellicht spectaculair, maar het is ons net iets te druk om hier nog een hele poos te moeten wachten tot de volgende vertoning.

 

Het Venetian is op zich al een verbazingwekkend bouwwerk; een kopie van het echte Venetië, compleet met Dogenpaleis, Campanile en Rialtobrug! Langs de Strip een stukje 'Canal Grande', waar men een gondel kan huren. Tot onze verwondering zijn er bovendien gondeliers die het beste van zichzelf geven, en met één of andere aria het straatrumoer  proberen te overstemmen! Ongelooflijk maar waar!

 

Wat we zeker niet willen missen, zijn de 'dansende fonteinen' van het Bellagio, weer een hotel dat geïnspireerd is op de mediterane sfeer van het oude Italië. Voor de okerkleurige gebouwen ligt een 3 ha groot meer (en dat midden in een woentijn notabene!) waar op geregelde tijdstippen honderden fonteinen beginnen te spuiten op de maat van prachtige muziek. Mist- en lichteffecten verhogen de spektakelwaarde. De fonteinen gaan zeer hoog en wiegen ook mee op het ritme. Dit is werkelijk een applaus waard!

 

Tot slot werpen we nog een blik op de verlichte skyline van 'Manhattan' of het New York New York hotel, maar meer wordt het niet want onze kaarsjes zijn uit. We zijn doodop van al dat slenteren! Op de terugweg zien we nogmaals de fonteinen dansen en horen we de vulkaan in de verte bulderen!

 

 

DAG 12 :  Las Vegas – Death Valley                      

                 donderdag, 8 augustus

 

Het Paradise Garden Buffet geniet ook vandaag onze voorkeur. Deze keer moeten we wel een wachtrij trotseren zoals in een pretpark! Al bij al schiet het gelukkig nogal op en met flinke trek storten we ons weer op de overvloedige buffetten!

 

Omdat we (ten laatste) pas om 12 uur van de kamer moeten en de afstand tot onze volgende halte, Furnace Creek Ranch in Death Valley, slechts een 140 mijl bedraagt, kiezen we ervoor om tot de middag aan het zwembad te blijven. Het heeft immers weinig zin om op het heetste van de dag toe te komen op een plek waar het nóg warmer is en  we normaal gezien niet vóór 16 uur kunnen inchecken. Dus wachten we zolang mogelijk met ons vertrek uit dit comfortabele hotel.

 

Bij het verlaten van Las Vegas nog een laatste blik op al die geweldige hotels. Misschien jammer dat we, door de tijdlimiet, bij de meeste hotels niet verder gekeken hebben dan de blikvangers én het spektakel voor hun deur. Binnen gaat de magie immers verder. Maar Las Vegas is ook een totaalindruk, een onderdompeling in a city that never sleeps! Het is trouwens niet mogelijk om in een tijdspanne van één of twee dagen alle hotels van de ganse Strip én Fremont Street met z'n spectaculaire avondlichtshow (nochtans aangestipt op mijn 'lijstje' maar niet gedaan) te bezoeken. Overdag is het verlammend warm en 's avonds/s'nachts overrompelend druk! Als kennismaking laat Las Vegas bij ieder van ons echter een onvergetelijke indruk achter.We hebben de sfeer geproefd, het kloppende hart van de stad gevoeld, en de gekte een plaatsje gegeven in onze herinneringen.

 

Zodra we Las Vegas uit zijn - de buitenwijken zijn al heel wat minder glamoureus - volgen we Highway 95. Onderweg gooien we de benzinetank nog eens vol en kopen extra water. Niet in flessen, maar in jerrycans van enkele liters. Ter hoogte van Amargosa Valley, waar de afslag is naar de te volgen route 373, staat op de kaart een rustplaats aangegeven met mogelijkheid om te picknicken. Dat klopt ook, alleen is het er bloedheet en er is nauwelijks schaduw. We parkeren onze auto onder een mieserig boompje. Er is verder bijna niemand. De tafeltjes en banken staan leeg te blinken in de volle zon. Omdat we toch meer dorst dan honger hebben, houden we slechts een korte pauze en blijven in dat ene streepje schaduw. Het is ín de auto trouwens véél koeler door de draaiende airco dan buiten in de trillende hitte!

 

De route naar Death Valley is op een speciale manier spannend. Een ongekend gebied, maar ook een beetje een ongekende sensatie.

 

Om de één of andere reden moet ik daarbij denken aan gelezen verhalen over de eerste pioniers die, helft 19e eeuw, naar het westen trokken. De ongelooflijke moed waarmee zij, met volgestouwde huifkarren, hun weg zochten door riskant en onherbergzaam gebied, heb ik altijd fascinerend gevonden. Wat zij presteerden, is bijna niet mogelijk!

Eén van die karavanen heeft in déze vallei, voor hun droom naar een beter leven, een hoge prijs betaald! De naam 'dodenvallei' zegt trouwens genoeg.

 

Daarmee vergeleken, snorren wij nu wel héél comfortabel (lekker koel, eten en drinken binnen handbereik, een muziekje op de achtergrond) over de 190, die recht naar Death Valley National Park voert. Dit is één van de grootste parken van de Verenigde Staten; met in de zomermaanden de hoogste gemiddelde temperatuur ter wereld (rond de 46°C, het record is 57°C geweest in juli 1913).

 

Langs deze invalsweg, in tegenstelling tot de andere Nationale Parken, geen kassa bij de inkom om te betalen of de National Parks Pass te tonen. Door de extreme hitte is het wellicht ook niet mogelijk om overal posten op te zetten. Enkel daar waar de nodige voorzieningen zijn - zoals Furnace Creek en Stovepipe Wells - kunnen bezoekers terecht voor informatie; en wordt er ook van hen verwacht dat ze de toegangsprijs betalen of hun pas laten zien. Kwestie van vertrouwen. Het grootste deel van de inkomsten vloeit hier, maar ook elders, trouwens terug naar de parkprogramma's voor onderhoud, bescherming van de natuur en onderzoek. Of zoals het zo mooi verwoord staat in één van hun brochures:

"Death Valley National Park is eigendom van alle mensen, bewaar het, ook voor de komende generaties. Draag er zorg voor zodat iedereen van zijn intense schoonheid kan blijven genieten."

 

 

En het is hier inderdaad mooi op een bijzondere manier. Eigenlijk is het een uitgestrekt aandrijkskundig museum, want de vallei ontstond 3 tot 5 miljoen jaar geleden door aardbevingen en een instorting van de aardkorst. Het is een gebied begrensd door ruige bergketens, een dal met zinderende zoutvlakten, rotsen en subtiele kleuren.

 

We stoppen bij Zabriskie Point, één van de toeristische hoogtepunten van Death Valley. Het uitzicht op de Golden Canyon is fantastisch. De mosterdkleurige heuvels doen mij denken aan versteend zand. Dodelijk leeg en kaal. We filmen en fotograferen, maar langer dan 10 minuten houden we het niet uit in de zon. Niet voor niets noemden de indianen deze vallei 'tomesha' of brandende grond.

 

Een boogscheut verder ligt Furnace Creek, een oase in deze woestijn. Aanvankelijk vestigden zich hier gelukzoekers, op zoek naar kostbare ertsen als goud en zilver. De werkelijke mijnenrijkdom van Death Valley bleek echter borax te zijn. In de jaren '50 van de vorige eeuw, werden de laatste ertsaders uitgeput. De bestaande infrastructuur werd daarna omgebouwd voor... toeristen. Er staat een viersterrenhotel, The Furnace Creek Inn, met een behoorlijk prijskaartje! Maar ook de meer betaalbare Furnace Creek Ranch, waar wij een overnachting hebben geboekt. De oase ligt werkelijk als een groene vlek in the middle of nowhere. Deze '19th century historic Ranch' is opgevat als een klein dorpje met naast het onthaalgebouw en de gastenverblijven ook een  supermarktje, restaurant, postkantoortje, mini-museum, zwembad en zelfs een golfterrein!

 

We hebben weer een ruime kamer, op de verdieping, met uitzicht op het groen van het hoger vermelde golfterrein (in dit seizoen wellicht buiten gebruik), palmbomen en in de verte vage bergreliëfs. Het is er heerlijk koel! Bagage uitladen; en nadat we wat bekomen zijn een korte verkenning van deze plek met een bezoekje aan de market.

Late namiddag willen Eddie en ik nog tot Badwater rijden, maar Stijn en Leen zijn met geen stokken meer buiten te krijgen. Zij vinden het hier véél en véél en véél te heet! Ok, geen probleem, terwijl zij rustig een douche nemen (zelfs het water dat hier uit de koudwaterkraan komt is lauw!), en languit op bed TV kijken met een cola, trekken wij er nog voor een uurtje of twee op uit.

 

Badwater ligt ongeveer op 20 mijl van Furnace Creek. Het is een opgedroogd zoutmeer, 85 meter ónder de zeespiegel. Het laagste punt van het westelijk halfrond! Maar... hoe lager, hoe warmer natuurlijk. Wij hebben in ieder geval een grote jerrycan water bij ons. In de folder met veiligheidstips wordt geadviseerd om per persoon minstens vier liter water mee te nemen! Dat lijkt veel, maar dit is een desolaat en uitgestrekt gebied met weinig autoverkeer. Ingeval van autopech is het bijgevolg wachten tot een andere passant of een parkranger hulp kan bieden. Sommige verlaten wegen zijn in de heetste zomermaanden trouwens afgesloten.

 

De route naar Badwater volgt nu de andere kant van de Golden Canyon, en gaat voorbij Artists Drive en de Devils Golf Course. Mooi in hun verlatenheid, kleuren en gevoel van ruimte.

Reeds van ver zien we de zoutpannen van Badwater schitteren in de zon.

Het is een eigenaardige plaats. Een uitgestrekte, witte vlakte die zindert van de hitte! Je kunt er over de 'zoutbrokken' wandelen, maar de weinige toeristen die er momenteel zijn, geraken - net als wij - niet veel verder dan het bordje dat aangeeft: "Badwater, 280 feet/85 meters below sea level"! Het lijkt alsof de hitte uit de bodem omhoog kruipt in je benen! Heeft er iemand een oven aangezet?

Het is een verademing om terug in de auto te zitten met de airco op volle toeren. Iets wat je zeker niet mag doen bij langere afstanden want dan raakt de motor oververhit.

 

Persoonlijk kan ik kijken en blijven kijken naar dit speciale landschap. De combinatie van het desolate, de stilte en de buitensporige warmte valt buiten onze normale belevingswereld. Ik vind het een fantastische ervaring!

 

Rond 18u30 zijn we terug in Furnace Creek. Een snelle douche en dan gaan we eten. Veel keuze is er niet. Eén restaurant, annex bar, die uitkomt in nog een andere eetzaal. Het menu is beperkt, niet bijzonder, maar onze magen zijn weer gevuld.

 

's Avonds versturen Stijn en ik nog een paar e-mails. In het onthaalgebouwtje is er namelijk een PC voor de gasten. Je moet wel geduldig je beurt afwachten. Bovendien schiet zo'n qwerty-klavier niet erg op en het wegtikken van de tijd (afhankelijk van het betaalde bedrag) maakt mij zenuwachtig. Net voor het afsluiten, toets ik iets verkeerd aan en... weg is mijn brief! Stijn, die alles van computers afweet, belooft om mijn 'verloren' bericht bij een volgende gelegenheid terug op te vissen, want nu is onze tijd opgebruikt.

 

Door het pikkedonker gaan we terug naar onze kamer. Aan de hemel duizenden sterren. En een nacht die niet veel koeler wordt dan de voorbije dag.

 

DAG 13 :  Death Valley – Mammoth lakes               

              vrijdag, 9 augustus

 

Het was niet mijn beste nacht. Per vergissing heeft iemand van ons de airco op ventilatie gezet in plaats van op koeling, zodat het veel te warm was om goed te kunnen slapen. Blij dat het ochtend is, hoewel reeds snikheet buiten. Het is slechts een goeie vijf minuten wandelen tot aan het restaurant, nu ontbijtzaal, maar ik voel mij zowaar uitgeput. Een groot glas fruitsap en wat zoutige bacon blijken een goeie remedie. Toch heb ik niet echt veel trek. Het is gewoon te warm om te eten! Het is ook opvallend hoe weinig mensen je hier buiten ziet; zelfs het zwembad wordt nauwelijks gebruikt.

Voor de meeste toeristen is Furnace Creek, in dit seizoen, louter een overnachtingsplaats; een plek van waaruit ze een stukje woestijn kunnen verkennen; per auto dan, want wandelen of paardrijden is in deze hitte onmogelijk. Maar... het is ook altijd leuk om eens in een echte oase tussen de palmbomen te kunnen slapen!

 

Vandaag hebben we nog een mooi stukje Death Valley voor de boeg; om te beginnen richting Stovepipe Wells. Vlak voor dit onooglijk plaatsje, liggen de unieke Sand Dunes: 36 km² door de wind gerimpelde zandduinen, waarvan sommige wel 24 meter hoog zijn. Hier en daar wat verdorde grassen en struiken. Eigenaardig om hier midden in die versteende woestijn plots duinen te zien! Een lap Sahara, even warm en verlaten. Maar prachtig! In Stovepipe Wells is ook een rangerpost, waar we - op vertoon van onze parkpas - weer goede documentatie krijgen en warempel zelfs een folder in het Nederlands!

 

De route 190 doorkruist nu de Panamint Range, een kale bergketen, met kloven en stenige valleien. Een verbluffend landschap! De weg klimt over de Towne Pass (1.511 m.) en om oververhitting van de motor te voorkomen, wordt - via een bord langs de baan - geadviseerd om de airco uit te schakelen. Op regelmatige afstanden staan hier trouwens reservoirs met water om eventueel de radiator bij te vullen.

Zonder airco loopt de temperatuur in de auto onmiddellijk op. En een raampje openzetten is natuurlijk niet meteen de oplossing. Dus zweten maar! Ondertussen rijden we werkelijk door een ruig en onherbergzaam gebied, maar ook dat heeft z'n eigen charme en schoonheid.

 

Het is al middag gepasseerd wanneer we het (uitgedroogde) Owens Lake bereiken en daarmee eveneens Scenic Route 395. We hebben het Death Valley National Park nu achter ons gelaten en het landschap verandert langzaam van droog en dor in groen met wat schaarse dennenbossen. Voorbij het dorpje Lone Pine rijzen rechts van ons de Inyo Mountains op en links de Sierra Nevada met de 4.418 m. hoge Mount Whitney. Het is moeilijk om niet in herhaling te vallen, want ook deze route is gewoonweg weer prachtig!

Eigenlijk kan je in het zuidwesten van Amerika uren rijden, op zeer goede banen overigens, en van de éne verbazing in de andere vallen. Het ene moment trek je door een woest en verweerd landschap, en wat later zit je lekker te picknicken onder de dennen! Bijna overal ook dat gevoel van ruimte, er is nog plaats zat. En, met uitzondering van de steden:  geen overvolle wegen, geen bebouwing alom, geen vervuilde horizon.

 

Ons doel van vandaag, Mammoth Lakes, ligt hoog in de bergen van de oostelijke Sierra. Maar dit is geen traject van gevaarlijke haarspelbochten en ravijnen. De route stijgt bijna onmerkbaar. Het is een gebied van meren en bossen. Alleen het laatste stukje, wanneer we de 395 reeds hebben verlaten, kronkelt verder over de lange Minaret Road naar het hoger gelegen gedeelte van Mammoth Lakes.

Wij hebben hier gereserveerd in The Mammoth Mountain Inn, een groot hotel in chaletstijl. Trouwens, alles doet hier aan een Alpendorpje denken, met uitzondering dan van de Amerikaanse vlaggen! Toppunt is echter wel, dat sommige hotels ook namen dragen als 'Alpenhof', 'Matterhorn', 'Austria Hof', 'Edelweiss',...

 

Het is ongeveer 16 uur als we inchecken, zodat we daarna nog alle tijd hebben om iets te gaan drinken. Tegenover ons hotel is een  taverne mét groot terras. Eén van de zeldzame, want gezellig een terrasje doen is aan veel Amerikanen niet zo besteed.

Op het moment dat we toekomen, horen we echter dat de bediening buiten al is afgesloten, omdat ze één of andere festiviteit moeten voorbereiden. Maar we mogen zelf onze drankjes binnen gaan halen , om ze daarna op het terras op te drinken. De cola's en biertjes krijgen we mee in plastieken (wegwerp)glazen. Niet zo erg smakelijk, doch het uitzicht op de omliggende bergen en de kabelbaan maakt alles goed. In de winter is dit een ski-oord. Nu een paradijs voor wandelaars, vissers, mountainbikers... die we met een rotvaart naar beneden zien duiken!

Het is prettig zitten in het zonnetje, maar lang kunnen we het toch niet rekken, want achter ons beginnen ze stoelen en tafels op te ruimen.

 

Terug in ons hotel, nog een wasje slaan in de laundry, bagage wat ordenen (want anders worden die valiezen een echte puinhoop, ze worden immers nooit helemaal uitgepakt!), ons opfrissen, uitzoeken waar we gaan eten...

Maar vooraleer het zover is, nog een spannende anekdote. Onze kamer ligt namelijk in een zijvleugel van het hotel en de aangrenzende gang komt eveneens uit in de parkeergarage. En net wanneer wij deze gang ten einde zijn, op weg naar buiten, worden we bijna omver gelopen door een jongen van een jaar of zestien. Eerst verstaan we niet goed wat hij zegt, maar de schrik staat in z'n ogen te lezen en hij ziet wel érg bleekjes! Blijkt dat hij het heeft over een 'bear', die hij heeft gezien in de garage! Eerst denken we nog dat het een grapje is, maar neen hoor... er zit écht een kleine beer! De poorten van de grote garage staan open en in de verte zien wij nu ook een donker beertje tussen de geparkeerde auto's. Maar waar is moeder beer?

Personeel van het hotel, daar toevallig in de buurt, maakt zich niet erg druk over de aanwezigheid van deze gast. Blijkbaar zijn ze hier meer gewoon! Toch zou ik zelf liever niet oog in oog staan met een beer hoe klein ook; en als ik dan bedenk dat we zojuist enkele keren van en naar de auto zijn gelopen om onze bagage uit te laden...

 

In het stijlvolle restaurant van de Mammoth Mountain Inn hebben we meteen stof tot napraten. Blijkbaar hebben meer gasten het beertje gezien; en in de loop van de avond ontstaat er nog enige deining voor het raam wanneer iemand opnieuw de ongenode gast meent op te merken in de duisternis van de vallende avond.

Tja, nu we de waarschuwingen voor ratelslangen en schorpioenen, eigen aan woestijnachtige gebieden, achter ons hebben gelaten, komen we in het gebied van de Black Bear! In plaatselijke foldertjes altijd een hoofdstukje 'be bear aware', met tips wat te doen en te laten mocht een beer je wandelpad kruisen, of (speciaal voor kampeerders) je tent een bezoekje brengen. Het lijkt soms wat overdreven; en met het woordje 'caution' wordt kwistig omgesprongen! Maar wie zijn wij - die nog nooit een beer of een ratelslang in de vrije natuur hebben gezien! - om daarover te oordelen. Spreekwoorden genoeg om overmoed te temperen!

 

Ondertussen genieten we van de sfeer, de bediening én het lekkere eten. Dit is een uitstekend restaurant; wat mij betreft, het beste van de hele reis. Overzichtelijke porties, prima steaks, een goed Californisch wijntje...

Het is wel niet het goedkoopste (we nemen slechts één hoofdschotel en dat kost ons toch zo'n 120 dollar voor 4 personen), maar een lekkere maaltijd in een leuk en aangenaam kader is zijn prijs beslist waard!

 

DAG 14 :  Mammoth Lakes – Bodie – Yosemite NP    

                 zaterdag, 10 augustus

 

We komen wat laat op gang. In de Matterhorn, waar we gaan ontbijten, is het duidelijk spitsuur en duurt het lang voor er eindelijk een tafeltje vrij komt. Weer een overvloed aan eieren, spek, worstjes, pancakes, French toast, gebakken aardappelen... We kunnen er opnieuw voor enkele uren tegen. Nog wat boodschappen gedaan en dan... op weg. Er staat ons een goed gevulde dag te wachten!

Het is zonnig en warm. Uitstekend weer voor een bezoek aan de grootste en beroemdste ghost town van Californië: Bodie. Dit spookstadje ligt hoog, boven de 2.500 meter, in de oostelijke uitlopers van de Sierra Nevada.

 

Het is één van die typische goudzoekersstadjes geweest, waar samen met het laatste klompje gouderts helaas ook de leegloop begon.  Meer dan een eeuw geleden was zuidwest Amerika immers in de ban van de goudkoorts. Een verschijnsel dat de geschiedenis inging als de grote Gold Rush!

 

We vervolgen nu onze weg van gisteren, namelijk highway 395, met veel bos en uitzicht op witte bergtoppen. Schitterend gewoon!

Bij de afslag naar het Bodie State Historic Park, hebben we nog 13 mijl te gaan, waarvan de laatste drie over onverharde weg. Dat geeft veel stof, maar ook het gevoel dat deze plek niet zonder enige moeite te bereiken is. Een groen glooiend landschap. Bijna geen bomen meer. Het stadje duikt op als een prentkaart, met houten huisjes en een kerkje tussen de heuvels van het hooggebergte.

 

 

Het was William S. Bodey die hier in 1859 goud vond. Deze vondst lokte  vele andere goudzoekers en avonturiers naar de hoge Sierra; er ontstond mijnactiviteit, het stadje begon te groeien en telde rond 1880 al zo'n 10.000 inwoners! Het was één van de ruigste stadjes van het wilde Westen! Maar toen de mijnen waren uitgeput, wilde niemand meer zo hoog in de bergen wonen. Bovendien werd een groot deel van de stad door brand verwoest. In 1932 verlieten de laatste inwoners het gehucht.

Bodie werd niet gerestaureerd. De resterende gebouwen bevinden zich nu in een staat van tot staan gebracht verval met indringend resultaat!

 

Voor een State Park is de National Parks Pass niet geldig, maar de toegang bedraagt slechts enkele dollars. Auto's blijven op de voorziene parking. Hier ook géén cafetaria, benzinestation, souvenirshops... alleen een handvol vervallen huizen en gebouwen (toch nog meer dan 100 of zo'n 5 % van de oorspronkelijke stad), verspreid over de bergflank.

 

We hebben een brochure gekocht, met uitleg en een plannetje van de 'hoofdstraten', leuke foto's en anekdotes.

Persoonlijk houd ik van een plek als deze. Het laat ruimte voor verbeelding; en levert alleszins fotogenieke plaatjes op! De tientallen toeristen die er rondslenteren - en daar horen wij uiteraard ook bij!-, verstoren het effect van verlatenheid, maar beelden uit het verleden zijn toch nooit ver weg. In een paar huisjes kan je binnengaan en zien hoe de mensen toen leefden. Of je kan ongegeneerd door de ramen naar binnen gluren. Hier en daar hangen nog flarden van gordijnen, versleten of te zware meubelstukken werden achtergelaten, door brand geteisterde huisraad slingert nog rond...

Het kleine kerkje (the old Methodist Church) vertelt z'n eigen geschiedenis. Het kerkhof ligt op een boodscheut. De mijnen wat verderaf zijn niet toegankelijk.

In één van de 'betere' gebouwen is een mini-museum ingericht, met gevonden voorwerpen, kledingstukken, documenten, foto's... Een flardje geschiedenis. Interessant. Hier kan je eventueel ook een drankje kopen, of postkaarten... Voor de deur enkele banken om een moment te verpozen en indrukken op te slorpen.

 

We verlaten Bodie. Niet omdat er geen goud meer te vinden is, maar omdat we vandaag ook nog aan de andere kant van de Sierra moeten geraken!

We volgen dezelfde route terug en komen zo voor de tweede maal voorbij één van de oudste meren ter wereld: het Mono Lake. Dit zeer grote meer is twee en een half keer zo zout als de oceaan en door de daling van de waterspiegel rijzen uit het water grillige tufsteenpieken op. Dat geeft het iets bijzonders. We stoppen bij een uitkijkplaats, waar ook enkele banken en tafeltjes staan, zodat we hier ons laat middagmaal kunnen verorberen.

Het is altijd fijn om ergens te kunnen eten waar het tevens aangenaam en mooi zitten is. En het mag gezegd, de Amerikanen hebben oog voor die dingen. Goed onderhouden banen, maar meestal ook goed gelegen halteplaatsen. Reizigers on the road hebben weinig reden tot klagen!

 

Na onze sandwiches wandelen we tot aan de rand het meer. Van ver leek het helder, maar het heeft een donkere, mysterieuze kleur en er dansen duizenden muggen boven het water. Leen en Stijn roepen in koor dat het hier 'stinkt'! Daar is wel iets van aan, doch je moet het geheel bekijken. Aangespoeld zeewier stinkt ook, maar is de zee daarom minder mooi?

Rond het Mono Lake zijn trouwens wandelpaden uitgezet, al dan niet met gids; ook nog diverse activiteiten. Je kan er makkelijk een ganse dag doorbrengen. Het aanpalende Visitor Center is de place to be voor alle info. Van hieruit nogmaals een fantastisch zicht op het Mono Lake Tufa!

 

Informatie over een State Park zoals Bodie, of een State Reserve zoals het Mono Lake, is eveneens te vinden op de 'California State Parks' website, opgenomen onder mijn Links.

 

Via de Tioga Pass Entrance rijden we het Yosemite National Park binnen, één van de oudste parken van de VS.

De Tioga Pass ligt op 3.026 meter hoogte en is daarom enkel tijdens de zomermaanden open. Vandaag treffen we het bijzonder goed met het weer: droog, warm, heldere hemel... Kortom, ideaal voor deze route over een bijzonder mooie bergpas.

Aan de inkom krijgen we deze keer niet enkel de gebruikelijke folders met parkinformatie, maar ook een pamfletje dat waarschuwt:

"Warning! You are entering active bear country! Last year, bears damaged hundreds of cars, tents, and backpacks searching for food."

Gevolgd door een hele reeks tips.

"However, bear damage and confrontations are still possible even when you follow all the guidelines!"

De kans dat wij een beer tegen het lijf zullen lopen is echter bijzonder klein; door het strakke tijdschema zit een berg- of boswandeling er niet in. Wij houden het bij enkele korte stops; toch even genieten van de adembenemende Tuolumne Meadows, het grootste alpine moerasgebied van de Sierraketen, aan de Tuolumne River. Lieflijk zijn ook de vele kleine meertjes in een decor van groen en ongenaakbare bergtoppen.

Voor trekkers is dit vast een paradijs! Let wel, voor een meerdaagse tocht is een zogenaamde 'Permit' vereist.

 

De Tioga Road doorkruist Yosemite van oost naar west. Onderweg een paar plaatsen waar gecontroleerde branden een surrealistisch landschap hebben achtergelaten: zwartgeblakerde boomskeletten tussen nieuw opschietend groen. Bij het afdalen naar Yosemite Valley vinden de kinderen het wat saai worden. Zij hebben voorlopig genoeg dennenbomen en natuurschoon gezien! Het wordt ook steeds drukker. Misschien omdat het weekend is? De meeste toeristen stromen bovendien allemaal samen in deze vallei, die niet groter is dan zo'n 18 km². Slechts een zeer klein stukje van het park dus, maar Yosemite Valley is beroemd om zijn watervallen, imposante rotsformaties, loodrechte granietkliffen...

Hier ook weer een 'village' met volledige toeristische infrastructuur (lodges, winkels, postkantoor, visitor center, enzovoort). Wij hebben er echter voor gekozen om niet in dit al té toeristische (én dure!) dal te overnachten, maar wel even buiten het park in het plaatsje Oakhurst, op een aantal mijlen van de South Entrance.

 

Dat betekent dat we nu nodig moeten opschieten, want het is al laat in de namiddag. We zitten nog een hele poos tussen de naaldbomen, en zijn nu écht wel overtuigd van de uitgestrektheid van Yosemite!

 

Wanneer we rond 19 uur kunnen inchecken in de Best Western Yosemite Gateway Inn, zijn we toch weer blij onze hotels op voorhand geboekt te hebben. Geen tijdverlies met zoeken. We kunnen meteen naar onze kamer, nemen een douche of bad en besluiten om in het nabijgelegen Viewpoint restaurant te gaan eten. Het is er best lekker, met als voorgerechtje een slaatje van het buffet.

Daarna gezellig op bed TV kijken met nog een drankje. En dan heerlijk slapen want tomorrow there will be another day!

 

DAG 15 :  Yosemite – San Francisco                         

                  zondag, 11 augustus

 

Om 9u gaat de dag van start. We ontbijten terug in het Viewpoint restaurant en deze keer neem ik eens pannenkoekjes en vers fruit. Daarna de bagage inladen, nieuw ijs in de frigobox, uitchecken. Het wordt routine. Op weg naar Yosemite National Park nog een stop bij een kleine market voor de gebruikelijke boodschappen. Voor de eerste maal wordt mij, bij het uitschrijven van een travellercheque, gevraagd naar mijn identity. Tot nog toe straalde ik blijkbaar genoeg vertrouwen uit om zonder bewijs van identiteit met cheques te kunnen betalen en cash wisselgeld terug te krijgen. Dit in tegenstelling tot Eddie, die áltijd zijn identiteitskaart (of reispas, of rijbewijs, als er maar een handtekening op staat) moet bovenhalen! In feite is dat vrij normaal, doch zoals gezegd, zelf heb ik het maar eenmaal meegemaakt.

 

Bij het binnenrijden van Yosemite langs de South Entrance zitten we meteen goed voor de afslag en korte rit naar de Mariposa Grove of Giant Sequoias. Dit bos, met een 500-tal mammoetbomen waaronder vele die meer dan 2000 jaar oud zijn en 75 meter hoog, willen we zeker zien. We hebben geluk dat de toegangsweg naar de Grove nog open is voor auto's, want ééns de parking vol wordt deze (tijdelijk) gesloten, en kan je alleen nog met de shuttlebus dit deel van het Nationaal Park bezoeken.

Bij de parking staan al enkele van deze gigantische bomen, verwant aan de Redwoods (die nóg hoger worden!). Langs verschillende wandelpaden kan men dieper het bos intrekken. Er rijdt ook een open treintje, dat een 8 km lange route volgt tot de Upper Grove. Wij beperken ons tot de Lower Grove. Een mooi pad voert voorbij de 'Fallen Monarch', een sequoia die volgens biologen reeds een paar eeuwen geleden is omgevallen, en in 1899 werd gefotografeerd met een gánse cavalerie soldaten op de stam.

Dit ter illustratie van de grootte! Op deze boom mag je nu niet meer klimmen, maar een foto nemen bij de reusachtige wortels kan wel. Alleszins opmerkelijk zijn ook de 'Grizzly Giant', 2.700 jaar oud, en de 'California Tunnel Tree', waar doorheen in 1895 een tunnel werd gekapt groot genoeg voor een postkoets.

 

Het is aangenaam wandelen in het bos; hier en daar kan je wat uitleg opsteken van een ranger, die als gids toeristen rondleidt. Opvallend is het enthousiasme waarmee deze mensen over hún park praten én over deze bomen in het bijzonder. Je kan de wandeling zo groot of zo klein maken als je zelf wil. Geregeld zien we  weer  speelse 'squirrels'.

Er staan natuurlijk nog andere bomen in dit bos, maar de sequoias haal je er gemakkelijk tussenuit: door hun omvang en rijzige stammen stralen ze een zekere fierheid uit!

 

Na het verlaten van de Mariposa Grove rijden we richting Valley.We komen zo voorbij de route naar Glacier Point, maar moeten deze helaas laten voor wat het is. Dit ommetje zou ons teveel tijd kosten. Even vóór Yosemite Village opent de vallei zich en is er een zeer mooi uitkijkpunt: 'Tunnel View',  met een fantastisch zicht op de omliggende bergen, zoals de Half Dome, Sentinel Rock en de Cathedral Rocks, maar vooral op El Capitan, een 2.307 meter hoge granieten monoliet!

 

 

In de vallei zelf zijn er enkele goed gelegen picknickplaatsen, zoals o.a. 'Sentinel Beach' aan de Merced River, waar wij onze middagstop houden.

Een ruime plek onder de bomen, vrij rustig. Het is warm en een fris pintje zint mij wel! Wanneer je echter in het openbaar - dus ook op een plek als deze - een blikje bier wil opentrekken, dan kan dit alleen op voorwaarde dat je het blikje of flesje niet ziet; door het bijvoorbeeld in een bruine papieren zak te wikkelen. In winkels worden alcoholische dranken trouwens altijd apart in zo'n zak verpakt. En voor jongeren onder de 21 is alcohol al helemaal taboe! Eigenlijk is het gek te bedenken dat zowat iedereen hier wel een wapen op zak mag hebben, maar dat het verboden is om met een paar onverpakte pilsjes de supermarkt uit te wandelen!

 

Vooraleer Yosemite National Park te verlaten, nog een halte in de buurt van de Yosemite Falls, de hoogste watervallen van Noord-Amerika. Volgens reisgidsen onvergetelijk: het water stort zich van 740 meter hoogte in twee etappes omlaag, de Upper Yosemite Fall en de Lower Yosemite Fall. Het is niet gemakkelijk om  een vrije parkeerplaats te vinden, want het is ondertussen behoorlijk druk. Het pad naar de watervallen is in mijn ogen té: te gekunsteld, te voorspelbaar, te breed, te aangelegd... het lijkt wel een oprijlaan naar één of ander paleis. Over het plaveisel slenteren drommen toeristen naar de beroemde watervallen, maar... in deze tijd van het jaar moet je al héél goed kijken om nog een straaltje water te bespeuren! Slechts een klein beetje water sijpelt nog langs de rotswand naar beneden. Alleen de losgewoelde rotsblokken en keien, op de nu droge rivierbedding, laten vermoeden dat het hier in andere jaargetijden heftig kan toegaan.

 

Persoonlijk kijk ik met gemengde gevoelens terug op Yosemite NP. De hoge Sierra vind ik prachtig, het sequoia-bos beslist de moeite waard, maar de vallei is mij te druk. Wellicht kun je in dit nationaal park fantastische tochten maken, maar dan moet je hier minstens enkele dagen blijven. Wij trekken verder.

 

Highway 140 gaat via El Portal over Merced. Na al dat boomgeweld komen we in een totaal ander landschap. Kilometers en kilometers, of beter gezegd: mijlen en mijlen, gele heuvels met een paar eenzame boerderijen. Geen koeien of paarden, alleen geel grasland. Het lijkt wel savanne.

 

Het is ongeveer een goeie vier uur rijden tot San Francisco. Naargelang we naderen verstedelijkt de omgeving. De banen worden breder en drukker. De dag is voorbij wanneer we via de lange Oakland Bay Bridge de stad binnenrijden. De skyline zwemt in mistwolken. Deze typische oceaanmist trekt in grote flarden over de baai en verder landinwaarts. Van ver gezien is het een hallucinant zicht. Maar eens in de stad zijn we hiermee ook de avondzon kwijt!

 

In tegenstelling tot Los Angeles is San Francisco een compacte stad. Wel veel éénrichtingsverkeer. Maar zonder al te veel problemen vinden we het Ramada Plaza Hotel, vlakbij het Civic Center, op  Market Street. Om onze auto te parkeren (20 dollar/nacht!) moeten we aan de achterzijde van het hotel zijn en dat straatje doet mij denken aan de stegen die je vaak in Amerikaanse films ziet met typische brandtrappen en grote vuilnisbakken. Een portier houdt hier echter een oogje in 't zeil. De hotelparking is helaas reeds vol. Daarom eerst inchecken, onze bagage uitladen en dan op een nabijgelegen parking (even duur!) de auto stallen.

Wanneer we uitstappen, schrikken we van de koude! Een paar uur geleden waren we nog blij met elk streepje schaduw, maar nu bibberen we zowat uit onze shorts en T-shirts. Deze kilte zijn we niet meer gewend!

 

Het Ramada Plaza is een groot hotel. Niet modern, maar met ouderwetse flair en eigenlijk wel stijlvol. Onze kamer is, in vergelijking met vorige hotels, eerder klein en de badkamer zelfs piepklein. Gelukkig is er een soort 'kastkamertje' waar we onze bagage in kwijt kunnen; alles is ook erg netjes. We trekken warmere kleding aan. Blijft de vraag: waar gaan we eten? Het restaurant aan ons hotel heeft een beperkte én dure kaart!

Om nog de stad in te trekken, hebben we weinig zin: we zijn moe, het is koud, het wordt donker en... er lopen wel érg veel zwervers rond in deze buurt. Wellicht doen ze geen vlieg kwaad, maar een gevoel van onbehagen is hoe dan ook niet weg te cijferen. Aan de overkant van de straat is een Burger King en dat hebben we nog niet uitgeprobeerd,dus...

We laten onze bestelling inpakken, want het is er niet bepaald gezellig om  zitten; ook hier een nogal haveloos publiek.

In hotels maken ze er trouwens geen punt van dat gasten in- en uitlopen met boodschappen; en op kleding wordt al evenmin veel gelet. Het gaat er in het algemeen veel informeler aan toe dan bij ons.

Zodoende eten wij even later, op onze kamer, smakelijk onze fastfood-maaltijd, TV-kijkend. We vernemen dat vandaag de Golden Gate Bridge afgesloten is geweest, omdat er (weer eens) gevreesd werd voor een terroristische aanslag. Overdrijven ze niet een beetje? In elke nieuwsuitzending is 'de strijd tegen het terrorisme' het hoofditem. Wat er in de rest van de wereld gebeurt, is slechts bijzaak.

 

Wanneer ik uit het raam van onze kamer kijk, laat ik indrukken, geluid, mist, donkerte en verlichting, het geheimzinnige van een ongekende stad op mij inwerken. Morgen gaan we op verkenning. Is San Francisco zo mooi en boeiend als wordt verteld?

 

DAG 16 :  San Francisco                              

                 maandag, 12 augustus

 

Om geen tijd te verliezen, ontbijten we in het tamelijk dure restaurant naast de lounge van ons hotel. Hier geen overdreven porties. Integendeel zelfs. Eddie bestelt een 'continental breakfast' en krijgt welgeteld één croissant met een fruitsapje en koffie. En verder geen toespijs ofzo hé! Dit is wel even ánders dan al die overvloed van de voorbije twee weken!

 

We hebben slechts één dag om San Francisco te bezoeken, dus moeten we proberen om er het maximum uit te halen. Dat we daarbij niet verder komen dan de klassieke, toeristische trekpleisters is misschien jammer, maar langs de andere kant ongetwijfeld een niet te missen begin!

 

Het is slechts een tiental minuutjes lopen tot Powell Street, waar zich een draaihalte bevindt van de wereldberoemde cable car. Er staat al een korte 'file' toeristen aan te schuiven. We kopen tickets (erg mooie!) en  sluiten aan. Gelukkig is het zonnig en droog, maar wel frisjes. We kunnen onze truien goed gebruiken.

De kabeltram is een transportmiddel uit 1873; nu zijn er nog drie lijnen in gebruik. Waar wij staan is de cable car turntable, of de draaischijf die nodig is om de trams bij de begin- en/of eindhalte te keren. Als alle passagiers zijn uitgestapt, wordt de tram op de schijf geduwd en met de hand omgedraaid. Het is een eenvoudig maar goed bedacht systeem.

 

Stijn en Eddie belanden ergens vooraan in de kabeltram en in een flits zie ik hoe Stijn aan zo'n stang buitenboord hangt met de videocamera in de aanslag; Leen en ik staan op het achterplatform. Ideale plek om foto's te nemen. Deze lijn van de cable car gaat over twee steile heuvels: Nob Hill en Russian Hill. De straten van San Francisco slingeren zich trouwens op en neer tussen meerdere heuvels, waarvan sommige bijzonder steil zijn! Tijdens de rit doorkruisen we reeds een aantal pittoreske wijken.

 

San Francisco was vroeger, vóór de grote Gold Rush, niet meer dan een strategisch punt voor de Spanjaarden, met een handvol inwoners rond het garnizoen en de missiepost. Toen echter in de nabije bergen goud werd gevonden, stroomden migranten uit alle uithoeken van de wereld toe en steeg de bevolking spectaculair! De stad werd belangrijk voor de proviandering, handel en transport. De houten huizen en barakken verspreidden zich over de heuvels. Bij de aardbeving in 1906 verbrandde het grootste deel van de stad, maar de groei was niet te stoppen...

 

We stappen uit aan Lombard Street, vooral bekend omwille van dat ene steile stukje dat werd aangelegd met acht bochten. Alleen op deze manier kunnen auto's de helling af. Ze zigzaggen stapvoets naar beneden. Voor de voetgangers is er een trap. Dit 'bochtigste straatje ter wereld' is mooi aangelegd, met veel bloemen en lage heggen; een groene slalompiste!

 

Het eindje wandelen tot de waterkant met z'n vele pieren gaat gelukkig bergaf. We komen uit bij de Hyde Pier, waar verscheidene oude schepen liggen aangemeerd. Deze verzameling maakt deel uit van het San Francisco Maritime National Historic Park; sommige boten kan men bezichtigen. Wij beperken ons tot een wandeling over de pier, met prachtig uitzicht over de baai en het pelikaneneiland Alcatraz. Een trip naar deze voormalige maar vooral beruchte gevangenis hebben wij niet gemaakt. Daar moet je immers enkele uren voor uittrekken en zoveel tijd hebben wij niet op overschot. Misschien een gemiste kans?

 

In deze buurt bevinden zich eveneens een aantal mooie winkelcentra in oude verbouwde fabrieken, zoals The Cannery (ooit conservenfabriek) en Ghirardelli (voormalige chocoladefabriek); The Cannery staat nu in de steigers omdat er in het voorjaar een hevige brand heeft gewoed. Maar winkelen staat evenmin op ons programma.

 

Met de bus rijden we tot de noordwesthoek van het Presidio Park, waar The Golden Gate Bridge de oversteek maakt naar Marin County; de brug verbindt daarmee de twee schiereilanden die de natuurlijke ingang vormen tot de San Francisco Bay. Het is er tamelijk druk, maar toch niet overrompelend. Zoals te verwachten liggen de baai én de brug gedeeltelijk in de mist. Maar het is fantastisch om hier te staan en met eigen ogen dít beroemde Amerikaanse symbool te aanschouwen. De Golden Gate is nochtans niet de oudste, noch de spectaculairste van de vijf bruggen die de stad telt, maar wel de meest gracieuze én de meest opvallende dankzij die oranje-rode kleur!

 

 

We lopen de brug over. De lengte bedraagt 2,7 km, de overspanning 1.280 meter. De rijstroken voor auto's en het pad voor voetgangers (dit laatste uitsluitend overdag toegankelijk) liggen 67 meter boven het water. De wandeling biedt dan ook geweldige uitzichten. Vandaag blijft de skyline van San Francisco door de mistflarden helaas erg vaag; én het is hier venijnig kil! De wind heeft vrij spel en de zon priemt slechts af en toe door de nevel. Toch geeft het stappen over de brug de voldoening van een unieke ervaring. Je voelt de trilling, je ziet de enorme pijlers en staalkabels van ruim één meter dik, je bént hier gewoonweg!

 

Na deze fikse heen-en-weer wandeling, nemen wij terug bus 28. Omdat we natuurlijk het traject niet kennen, ontdekken we pas na 10 of 15 minuten dat we de verkeerde richting uitgaan. Dat wordt overstappen. Geen ramp, zo zien we een extra stukje van de stad.

 

In de straatjes van Fisherman's Wharf veel kleine restaurants, kraampjes, kitscherige winkeltjes...

Eens was dit de plek waar vissers uit Genua en Sicilië zich vestigden en waar de visindustrie van San Francisco begon; nu probeert men vooral toeristen binnen te halen. Visstalletjes met grote, verse krabben, kennen alvast veel bijval. Langs de straat wordt overal in potten en pannen geroerd. Omdat ondertussen de honger ook bij ons flink begint te knagen, zoeken we een vrij tafeltje. Buiten op de stoep zijn de tafeltjes echter schaars, maar het lukt ons een plekje te vinden; weliswaar te midden van de drukte doch dat hoort hier bij de sfeer. Er blijken ook busjes rond te rijden die er nét zo uitzien als cable cars. Natuurlijk worden ze niet ondergronds voortgetrokken door stalen kabels en ze rijden ook niet op een vast spoor. Een beetje nep dus!

 

Het hart van Fisherman's Wharf is uiteraard Pier 39. Het is er gezellig met straatoptredens en ambiance. Aan het einde van de pier liggen tientallen logge zeeleeuwen op houten aanlegsteigers. Het stinkt er verschrikkelijk, maar dit is dé attractie die hoort bij Pier 39. De zeeleeuwen worden als echte sterren doorlopend gefotografeerd!

We zien een vlucht pelikanen voorbij vliegen... de ferry die naar het grijze Alcatraz vaart...  boten die door de baai stomen...

Aan de andere kant van de pier een schitterend uitzicht op de jachthaven en de stad met de Transamerica Pyramid, die met z'n 260 meter het hoogste gebouw is, gelegen in het Financial District.

We wandelen voorbij kleurrijke fruitstalletjes; bij ons te vinden op elke markt, maar hier eerder uitzonderlijk. Ze vallen ons meteen op!

 

 

San Francisco verkennen, dat is stappen. Met een grote boog gaan we nu via The Embarcadero naar Filbert Street, één van de steilste straten van de stad! Langs de oostelijke kant van de heuvel gaat de straat over in trappen. Deze Filbert Steps brengen ons tot boven op Telegraph Hill, voorbij knus gerestaureerde huisjes, wild begroeide muren, bloemen, prachtige kijk op de Oakland Bay Bridge. Dit is weer een heel ánder San Francisco. Ik heb de trappen niet geteld, maar het waren er veel, zeer veel! Een prima conditietest!

Op het topje van de heuvel, staat de Coit Tower, een betonnen zuil die een excentrieke filantrope in 1933 heeft laten bouwen als eerbetoon aan de brandweer van de stad. In de toren muurschilderingen gemaakt door toenmalige, werkloze kunstenaars (niet bijzonder) en een souvenirshop. Je kan met een lift naar het observatieplatform, maar dat is vrij duur en eigenlijk heb je aan de voet van het bouwwerk ook al een spectaculair zicht over de stad. We nemen de tijd om even uit te blazen.

 

Aan de westkant van de heuvel heeft Filbert Street geen trappen, maar gaat het behoorlijk schuin. Wij zijn blij dat we niet bergop maar bergaf moeten! Voor de bewoners is dit klimmen en dalen echter dagelijkse kost, chapeau!

 

De namiddag is al aardig opgeschoten. Eigenlijk willen we nog naar Chinatown, maar dat loopt anders. Om te beginnen, blijkt het onmogelijk te zijn om de kabeltram, die door Chinatown gaat, aan de geplande tussenhalte te nemen. De overvolle trams rijden immers doodleuk door!

Dus hebben we de keuze: ofwel te voet naar Chinatown, maar dat is over twee heuvels (!); ofwel wandelen we naar het beginpunt van deze lijn en schuiven daar aan in de rij. Dat laatste wint het pleit. Bovendien zien we een tweede ritje in dit 'rijdend monument' wel zitten. Dit kun je alleen in San Francisco!

 

Aan de draaischijf staat al een heuse file! Ik denk dat het wachten ons toch wel 45 minuten heeft gekost! Ondertussen is de zon definitief achter avondwolken verdwenen.

We zitten nu op één van de banken vooraan, vlak bij de gripman die met veel show de 'grijper' (op de kabel) en de rem bedient. Een stukje stad flitst nog eens aan ons oog voorbij. En bij Stijn wel erg letterlijk, want hij krijgt een stofje in zijn oog, en vermits hij lenzen draagt, heeft hij de pech dat het blijkbaar achter z'n lens blijft zitten en begint te irriteren. Omdat hij er behoorlijk last van heeft, besluiten we om niet af te stappen in de buurt van Chinatown; maar door te rijden naar de eindhalte op Market Street, ons beginpunt van deze ochtend. Het is trouwens al 19 uur en er valt weer een grijzige kilte over de stad. De dag is omgevlogen!

 

Maar daarmee valt ook ons vage plannetje om in Chinatown, of op Union Square, iets te gaan eten in duigen. En op weg naar ons hotel komen we zo goed als geen restaurants of winkels meer tegen. Wel weer veel daklozen en haveloze figuren. Sommigen met hun hele hebben en houden in een winkelkarretje. Wie hier uit de boot valt, moet zich op straat zien te redden. Overleven. Afhangen van liefdadigheid. Het contrast tussen arm en rijk is in ieder geval erg groot.

 

Eens in ons hotel en het probleem van de lenzen opgelost, moeten we natuurlijk nog wat te eten vinden. In de koffieshop naast ons hotel zijn belegde broodjes te krijgen. Niet meteen onze eerste keuze, maar op dit moment het meest voor de hand liggende. Market Street is immers geen buurt die uitnodigt om 's avonds nog een wandelingetje te maken.

 

Eigenlijk is één dag te weinig voor een fascinerende stad als San Francisco. Wij hebben maar een paar hoekjes gezien. Toch genoeg om er met enthousiasme op terug te blikken en de deur op een kier te houden!

 

DAG 17 :  San Francisco – Santa Barbara              

                 dinsdag, 13 augustus

 

Naargelang de vakantie vordert, vertraagt blijkbaar ook ons ritme! Leen en Stijn geraken al wat moeilijker uit hun bed, we blijven wat langer aan de ontbijttafel hangen... Nochtans, we hebben vandaag een tamelijk lange rit voor de boeg: 340 mijl.

 

We verlaten San Francisco via de Interstate 280, doorheen verscheidene voorsteden en langs Silicon Valley, sinds de jaren '70 wereldcentrum van de computerindustrie. Tegen de middag zijn we in Monterey, eens de Spaans-koloniale hoofdstad van Californië. Halverwege de 19e eeuw verhuisde de Californische regering echter naar Sacramento, maar Monterey bleef een levendig en aantrekkelijk stadje. We stoppen bij het Visitor Center voor wat informatie over de streek. In een nabijgelegen market slaan we een 'laatste' voorraad broodjes, beleg, koekjes, fruit en drank in.

 

Aanvankelijk wilden we hier ook de 17-Mile Drive rijden, maar we moeten onze plannen bijsturen. De dag is al een eind gevorderd en een overhaaste rit heeft weinig zin. Ik had anders wel eens graag de Lone Cypress gezien; de meest gefotografeerde boom ter wereld, die eenzaam op een rots over de oceaan uitkijkt!

 

Vanaf Monterey nemen we Highway 1, de kustweg door een ongelooflijk mooi en ruig landschap. De schrijver Robert Louis Stevenson noemde dit gebied: de mooiste ontmoeting tussen land en zee ter wereld!

Aan de ene kant ligt de Pacific met stranden, baaien en klippen, aan de andere kant heeft men de bergen. Het grootste gedeelte van de kust tussen Monterey en San Luis Obispo is trouwens opgenomen in State Parks.

 

 

Even voorbij Carmel houden we een picknick-pauze op het strand. Het is een prachtige baai, weinig volk, fantastisch zicht op de branding van de oceaan. Hoge golven spatten uitéén op rotsblokken en rollen schuimend het strand op. Zwemmers of surfers zie je hier nergens. Waarschijnlijk te gevaarlijk én ook wel erg koud water! Mist komt en gaat. Helemaal helder is het niet. De weerkundige uitleg weet ik niet precies, maar deze nevel zou typisch zijn voor de zomermaanden.

Ik zou op deze plek best een paar uren kunnen blijven, genietend van de rust, het geruis van de golven, de natuurlijke schoonheid...

 

We moeten echter verder, want Highway 1 nodigt niet alleen uit om veel te stoppen op verbluffende View Points, maar schiet door de vele bochten ook traag op!

 

Tussen Carmel en Big Sur rijden we over de Bixby Creek Bridge, een fotogenieke boogbrug uit 1932, die jarenlang de grootste enkelvoudige overspanning ter wereld was.

De kustlijn van Big Sur is trouwens één van de mooiste stukken langs Highway 1. Heel speciaal is onder andere de McWay Creek-waterval, die zich van een 30 meter hoge kaap op het strand stort. Vermits dit beschermd gebied is, kan je er wel niet heel dichtbij. Een aangelegd wandelpad geeft echter een goede kijk op dit idyllisch stukje strand; een pittoreske inham; vogels die komen drinken aan het neerstortende water en opfladderen wanneer golven aanrollen.

 

Nabij het dorp San Simenon kan je ook het beroemde Hearst Castle bezoeken, gebouwd door mediamagnaat en miljonair William Randolph Hearst. Voor toeristen worden rondleidingen georganiseerd. Ons interesseert dit kasteel, in Amerikaans-Spaanse stijl met z'n 165 kamers en parktuin, minder. Amerikanen schijnen er nochtans dol op te zijn, en wegens de grote toeloop moet men dan ook tijdig reserveren. Maar zoals gezegd: ons kan het niet boeien en bovendien is deze dag sowieso al te kort!

 

Hier en daar zien we nog groepjes pelikanen! Alleen jammer dat de zon er bijna niet meer doorkomt. De mist hangt als een sluier over de oceaan.

 

In Morro Bay verlaten we Highway 1 en nemen verder de Interstate 101 tot Santa Barbara, onze eindbestemming voor vandaag. Dat betekent toch nog een goeie 2 1/2 uur rijden. We proberen wat op te schieten, want de zomeravond valt hier vroeg en om 20u is het al donker!

Dit laatste stuk is er eigenlijk wat te veel aan, maar bij de voorbereiding van zo'n reis is het soms ook erg moeilijk om goed in te schatten wat je op een dag allemaal wil zien en doen en hoe je daarbij met de beschikbare tijd omspringt. Misschien was het beter geweest om een halte vroeger te boeken?

 

Om 20u45 komen we toe in de Best Western Pepper Tree Inn, helemaal gebouwd in Spaanse stijl. Zo laat zijn we nog nooit geweest, maar er wacht ons een erg ruime en comfortabele kamer én... enkele kleine attenties zoals een schaaltje met vers fruit en een krant! Dit is een motel met stijl, twee prachtige zwembaden, vriendelijke receptie. We laden snel onze bagage uit, want in het aangrenzende restaurant wordt nog nét bediend. Een warme hap, een warme douche en dan heerlijk vanop ons bed TV kijken, met een drankje bij de hand. Programma's waarin de één of andere 'priester' in naam van God 'mirakels' verricht, blijken hier nogal in trek te zijn. Wat een show! Leen ligt bijna dubbel! Voor ons een grappige noot, maar Amerikanen denken daar toch anders over. Althans, als je ook mag afgaan op het aantal kerkgebouwen dat je hier overal aantreft, zelfs in de kleinste dorpen.

 

Het was weer een dag boordevol nieuwe impressies, beelden om nooit meer te vergeten. We vallen als een blok in slaap!

 

DAG 18 :  Santa Barbara                                   

                 woensdag, 14 augustus

 

We hoeven ons helemaal niet te haasten. Vandaag en ook morgen hebben we immers uitgetrokken om uit te blazen van de rondreis. Voor Leen en Stijn betekent dit: uitslapen, aan het zwembad liggen én shoppen! Wij willen echter wel iéts meer zien van het stadje.

Nergens in de streek is de Spaanse erfenis zo goed merkbaar als in Santa Barbara! Vooral in het downtown's Historic Arts District, met leuke winkeltjes, galerijen, kleine restaurants én terrasjes! De meeste huizen zijn in Spaanse stijl opgetrokken, met rode pannendaken; veel bloemen en palmbomen. Niet zo echt Amerikaans allemaal, maar gezellig!

 

Ons hotel is iets buiten het centrum gelegen, zodat we de auto nodig hebben om ons te verplaatsen. Bij het verlaten van onze kamer al meteen twee prettige verrassingen: 1) de krant ligt voor de deur, 2) de autoruiten werden gratis en voor niks gewassen; achter de ruitenwisser een kaartje with compliments of te Pepper Tree Inn. Een aanrader,deze Best Western!

 

In de voormiddag verkennen Eddie, Leen en ik de Paseo Nuevo, een web van autovrije winkelstraatjes, met merken als 'Gap', 'American Eagle Outfitter', 'Armani'... En natuurlijk wordt er ook weer wat gekocht! Dat hoort nu eenmaal bij vakantie!

 

Op de middag willen we wel eens zo'n Mexicaans eettentje uitproberen. Omdat ze er echter geen visa, noch travellercheques accepteren, moeten we eerst wat cash bijtanken. Terwijl Leen en ik op een bankje in het zonnetje blijven wachten, gaat Eddie naar de Bank of America om enkele cheques in te ruilen. Dat duurt en blijft duren. Wanneer hij uiteindelijk opdaagt, blijkt dat het tonen van identiteitspapieren bij deze bank alvast niet voldoende was; er werden ook nog vingerafdrukken genomen! En dat allemaal voor amper 100 dollar! Is dit om te lachen of te huilen? Wij kunnen er in ieder geval om lachen en voegen deze anekdote bij al die andere leuke reisherinneringen!

 

Leen en ik bestellen een taco. De vulling van deze gevouwen tortilla kun je zelf kiezen. Het ziét er allemaal even smakelijk uit, dus doen we een gokje. Mijn keuze valt spijtig genoeg nogal 'vettig' uit; terwijl Leen na twee happen van haar taco al drie glazen water nodig heeft omdat het ontzettend pikant is! Niet echt een meevaller.

 

Wanneer Stijn ziet welke leuke broek en trui ons Leen gekregen heeft, spijt het hem al een beetje dat hij niet mee geweest is. Maar morgen komt er nog een dag en kan hij wellicht ook zijn slag slaan.

Opvallend in deze modewinkels zijn de pascabines die, in tegenstelling tot onze (vaak) benepen hokjes, echte kleedkamertjes zijn! In Amerika is  alles nu eenmaal wat groter! Of misschien hebben de mensen een maatje meer, hoewel... het gezegde dat "Amerikanen dik zijn" moet ik toch tegenspreken. Sommigen zijn struis, ja. Maar het merendeel, zeker in een staat als Californië met z'n strandcultuur, ziet er net zo uit als de doorsnee Europeaan. Slank. Mollig. Een beetje van alles dus.

Ook wat betreft kleding, heb ik de indruk dat het felle Hawaïhemd of de onmogelijke combinaties achterhaald zijn. Je vindt hier trouwens tamelijk veel merken die bij ons eveneens in de rekken hangen; wat niet meteen wil zeggen dat de stijl identiek is. Smaken zullen altijd wel enigszins blijven verschillen.

 

In de namiddag gaan Eddie en ik terug op stap; Stijn en Leen blijven luieren aan het zwembad.

Eerst rijden we tot aan de Old Mission Santa Barbara, de enige missiepost in Californië die sinds zijn vestiging, in 1786, in gebruik is gebleven. Het waren de Franciscaner paters die in 1769 vanuit San Diego langs de kust begonnen met de bouw van 21 missieposten, telkens op een afstand van ongeveer 30 km (of een toenmalige dagreis) van elkaar. De missiepost van Santa Barbara was de tiende in de rij. Ze werden gebouwd met de bedoeling de 'heidense' indianen te bekeren. Meer dan eens werd de missie getroffen door een aardbeving, maar telkens opnieuw opgebouwd of hersteld volgens het oorspronkelijk ontwerp.

 

 

De Santa Barbara Mission ligt tegen de heuvels in het bovenste gedeelte van de stad, tussen groen en met een wijds uitzicht over de benedenstad en de Grote Oceaan. Die paters wisten hun plekje wel te kiezen! Binnen kan je ook een paar kamertjes bezichtigen, maar dat stelt niet zoveel voor en is vooral toegespitst op de verkoop van eigen (?) werk en souvenirs.

 

Via State Street rijden we vervolgens naar het strand en de pier. Langs deze hoofdstraat én z'n zijstraatjes tal van kleine kunstgalerijen, winkeltjes met leuke snuisterijen, restaurants...

 

We geraken de auto makkelijk kwijt op een betaalparking en lopen het laatste eindje tot het strand. Dat strekt zich breed voor ons uit, maar met opvallend weinig zonnekloppers. Door de oceaanbries is het natuurlijk ook niet écht warm! Ideaal voor de jacht- en zeilboten.

We wandelen eerst de pier af. Hier geen kermisdrukte zoals op de pier van Santa Monica, maar wél enkele giftshops, een paar restaurants én een  parking! Wie rijdt er nu in godsnaam met z'n auto een houten pier op? Wij voorlopig nog niet, maar als we de menukaart van het Moby Dick Restaurant bekijken, lijkt het ons wel een leuk idee om hier vanavond te komen eten. Het restaurant is prachtig gelegen boven het water. Op de prijzen letten we even niet. Dit is ten slotte onze voorlaatste avond!

 

Op het einde van de pier, in volle wind, is het in T-shirt en short wel erg frisjes en dus keren we terug naar de wandelboulevard naast het strand. We lopen door tot de jachthaven. In één van de reisgidsen had ik gelezen dat hier de legendarische Moreton Bay vijgeboom staat, een zeer oude boom geplant in 1877. Wij hebben hem echter niet gevonden.

 

Tijd voor een kopje koffie. Op State Street pikken we een terrasje uit. Het is er aangenaam verpozen, alleen wordt die koffie weer geserveerd in wegwerpkopjes!

 

's Avonds gaan we dus tafelen in het Moby Dick Restaurant, waar we een mooi plekje krijgen aan het raam, met uitzicht over het water, de boten, de ondergaande zon... Dat laatste is bloedmooi! Aan het tafeltje naast ons neemt men er foto's van. Ik had het ook moeten doen.

We eten lekker én duur. 127 dollar. Maar we hebben er dan wel een ontzettend mooie zonsondergang bijgekregen!

 

DAG 19 :  Santa Barbara – Los Angeles            

                 donderdag, 15 augustus

 

Vandaag willen we nog een laatste keer in een Denny's ontbijten. Vlak bij ons hotel is er één, dus lang moeten we niet zoeken. Ieder van ons bestelt zowat naar gewoonte z'n favoriete ontbijt. Zelf heb ik tijdens deze reis heel veel eiergerechten met krokant gebakken spek en toast gegeten. Soms al eens afgewisseld met pannenkoekjes, zeg maar pannenkoeken, niet groot maar dik, dus je zit meteen vol!

 

En nu ik het toch over het eten heb: in het algemeen zijn wij niet echt kieskeurig, maar hier in Amerika hebben wij eigenlijk vrij eenzijdig gegeten. Enerzijds omdat het zoeken naar restaurants geen prioriteit was; anderzijds omdat we gewoonlijk ook op veilig speelden, door iets te bestellen waarvan we op voorhand wisten wat we ongeveer konden verwachten. Zo werd het 's avonds veelal pasta of een steak. Wat dat laatste betreft: de steaks zijn hier werkelijk uitstekend! Altijd prima gegrild zoals gewenst.

Verder kochten wij voor onze picknick een soort zachte sandwiches, kaas, chocolade, bananen en appelen, koekjes...

De meeste winkels die wij op onze route aandeden, hadden trouwens weinig meer te bieden, vooral wat betreft verse waren. Maar nogmaals: wij hebben niet speciaal gezocht. We sloegen gewoon onze voorraad in waar zich een gelegenheid voordeed, zonder al te veel tijdverlies.

Nochtans vraag ik mij af, hoe andere reizigers dit aanpakken? Eten zij ook vaak hetzelfde? Of trekken zij meer tijd uit voor het zoeken naar winkels en restaurants?

 

Na het ontbijt, terug naar de Paseo Nuevo, want Stijn wil nu toch ook eens een kijkje gaan nemen in deze leuke winkelstraatjes. Aangenaam om te flaneren, maar de zon breekt moeilijk door. Wanneer het rond de middag nog altijd mistig is, beslissen we om door te rijden naar Santa Monica, begin- en eindpunt van deze reis. Daar willen we nog even genieten van het strand en van Third Street Promenade met z'n gezellige drukte. We volgen eerst een stukje Interstate 101 en dan opnieuw Highway 1. Zo komen we voorbij Malibu. De strandhuizen van de 'rijken' zijn echter goed afgeschermd, en voor het overige zien we alles slechts in een flits omdat we de baan niet verlaten. Wanneer we tegen 15 uur de voorsteden van L.A. naderen, breekt de zon door. En als we even later de auto parkeren naast het strand, is het terug zomers warm. Precies zoals het was toen we hier toekwamen en ons avontuur nog moest beginnen!

 

 

We slenteren richting Third Street. Deze omgeving is ons al bekend en doet meteen vertrouwd aan. We zoeken een terrasje uit om een hapje te eten en lopen nog wat winkels in en uit. Een paar aankopen. Enkele foto's. Maar het afscheid hangt al in de lucht. Tot slot wandelen we nog een keertje over het strand, voorbij de 'Baywatch'-hokjes, tot aan het water. De golven komen en gaan, op de pier draait het rad, in de verte een paar bootjes... de zon zakt steeds verder weg. De dag is voorbij, zo'n laatste blik doet altijd een beetje pijn.

 

Onze laatste nacht hebben we geboekt in het Los Angeles Hilton Airport Hotel, zoals de naam reeds zegt: een luchthavenhotel. De kamer is heel comfortabel en ruim. We halen de auto nu helemaal leeg, want dit is het definitieve eindpunt. Morgenochtend zullen we 'onze' Buick terug inleveren. We hebben samen bijna 5.000 km afgelegd. Door het stof en de hitte van woestijnen, de bergen, de steden... Ongelooflijk, hoeveel we tijdens deze vakantie hebben gezien!

 

We gaan eten in één van de restaurants van het Hilton. Stijn bestelt nog een keertje een 'New York' steak. Kwestie van de lijn tot het laatst door te trekken. Veel zakenmensen ook in dit hotel. Alles heel verzorgd.

 

In het zogenaamde Business center van het hotel kunnen we op internet en zodoende versturen we nog enkele e-mails. We houden het echter kort, want de betaling is met visa en elke minuut tikt aardig aan.

Daarna in onze kamer nog iets drinken, TV-kijken, een lekker bad nemen, de verzamelde documentatie sorteren...

 

DAG 20 en 21:  Los Angeles - Frankfurt - Brussel

                           vrijdag en zaterdag, 16 & 17 augustus

 

Dit is zo'n dag waar ik van baal. Ons vliegtuig vertrekt pas om 19 uur vanavond, maar in deze buurt valt er helaas weinig te beleven. Nadat Eddie en Stijn de auto hebben ingeleverd, wat erg makkelijk en vlug gaat, blijven we nog een poosje in het hotel rondhangen. Ontbijten, bagage goed inpakken, overbodige rommel in de papiermandjes proppen, en ja... dit is ook het einde van onze (ondertussen enigszins gehavende) frigobox.

 

We geven de bagage in bewaring aan de receptie, zodat we de handen vrij hebben om nog wat rond te kijken in de hotelwinkeltjes; kopen een laatste souvenir en een paar tijdschriften voor in het vliegtuig.

 

Het kriebelt om te vertrekken, want we zijn uiteraard niet vertrouwd met zo'n grote luchthaven als LAX, en evenmin kunnen we goed de tijd inschatten die nodig zal zijn om hier, met de huidige veiligheids-maatregelen, in te schepen.

 

Met het hotelbusje zijn we in enkele minuten tijd bij de toegang tot de Tom Bradley International Terminal, waar de meeste intercontinentale vluchten vertrekken. Aan de check-in van Lufthansa staat een ellenlange file, maar dat blijkt nog voor een eerdere vlucht te zijn. Wachten dus.

Daarna gaat het inchecken vlot. Er wordt wel uitdrukkelijk nagevraagd of er geen scherpe voorwerpen ( zakmesjes, nagelschaartjes, spelden...) in de handbagage zitten en of we alles zelf hebben ingepakt.

Ook de persoonlijke controle verloopt efficiënt, zonder noemenswaardig oponthoud. Ons Leen moet wel haar sportschoenen uittrekken, zodat die apart kunnen gescreend worden, en de tas van de videocamera wordt eveneens grondig onderzocht. Blijkbaar let men toch altijd op specifieke zaken. De stroom passagiers, eigen aan zo'n enorme luchthaven, wordt echter goed opgevangen en vrij vlug zitten we in de transit.

 

We hebben nog enkele uren te wachten! Buiten glinstert de zon op het tarmac en op de grote boeings met verre bestemmingen. Dezelfde zon schittert nu wellicht ook over de Grand Canyon, de tafelbergen van Monument Valley, de hoodoos van Bryce... al die fantastische plekken waar we geweest zijn en die een onvergetelijke indruk hebben nagelaten!

 

De vlucht terug is een halfuurtje korter. Nog meer dan lang genoeg natuurlijk! We hebben ongeveer dezelfde plaatsen in het vliegtuig als bij de heenvlucht. Even na het opstijgen, een maaltijd en dan worden de lichten gedoofd en de meeste luikjes aan de ramen gesloten, zodat 'de nacht' kan invallen. Echt slapen blijft toch moeilijk, vind ik.

Opstijgen om 19u en tien en een half uur vliegen, betekent dat we volgens onze huidige biologische klok om 05u30 landen, doch nu moeten we er negen uur bijtellen, dus in Frankfurt is het al 14u30!

Daar een wachttijd van ongeveer drie uur, maar na zo'n lange vlucht lijkt Brussel opeens naast de deur. En inderdaad, dat uurtje vliegen is zo om!

 

In Brussel-Zaventem loop je als EU-burger zó door de douane; bagage van de band halen; en gelukkig staat de man van de reisorganisatie met z'n busje ( zoals afgesproken en besteld ) reeds te wachten. We kunnen meteen instappen om naar ons huis en naar het-leven-van-elke-dag terug te keren!

 

Sonia Hermans

Reacties welkom: sonia.hermans@pandora.be

 

 

 

 
  Home   |   Vorige pagina   |   Top pagina   |   Zoeken 
 
 
Active USA Center A.U.C. | Int. website | Danish | Dutch | French | German | Italian | Spanish