|
Van zondag 28 juli t/m zaterdag 17
augustus 2002.
Voorwoord
In de
zomer van 2002 maakten wij een prachtige rondreis door het zuidwesten
van de Verenigde Staten: Californië, Arizona, Utah, Nevada.
Met
wij bedoel ik: Eddie, Sonia, zoon Stijn van 20 en dochter Leen van 14.
Het
was onze eerste, verre reis naar een ander continent. Een klassieke toer
met persoonlijke accenten.
Gekozen reisformule:
huurauto + overnachting in hotels/motels. Samen met de vliegtuigtickets
op voorhand geboekt via reisbureau.
Reisroute:
Los Angeles - Palm Springs - Flagstaff - Grand Canyon (Tusayan) - Page –
Monument Valley - Bryce Canyon - Las Vegas - Death Valley - Mammoth
Lakes - Oakhurst via Yosemite NP - San Francisco - Santa Barbara - Los
Angeles.
Totaal aantal
gereden mijlen:
3.083 ( = 4.932,8 km ).
Informatie/documentatie:
de voorbereiding van deze vakantie was op zich al een beetje reizen!
Naast het lezen van enkele reisgidsen, heb ik veel informatie, tips én
reisverhalen verzameld via het internet.
Interessante websites zijn o.m.:
www.verenigdestatenvanamerika.com
www.allesamerika.com
www.amerika.pagina.nl
www.theunitedstatesofamerica.nl
www.visitusa.org
www.nps.gov/parks.html (
informatie over de Nationale Parken )
www.parks.ca.gov ( informatie
over de State Parks van Californië )
www.usahotelguide.com (
overzicht en informatie hotels )
Veel plezier met dit reisverslag!
DAG
1
: Brussel – Frankfurt – L.A.
zondag, 28 juli
Na maanden van
aftellen, is het dan eindelijk zover! Onze eerste, verre reis naar een
ander continent! Reeds in januari hebben we onze vlucht vastgelegd.
Niets te vroeg zo blijkt. KLM is op de gewenste data reeds volgeboekt.
Sabena bestaat niet meer. Omdat we toch de voorkeur geven aan een
Europese luchtvaartmaatschappij, die rechtstreeks naar de westkust van
de VS vliegt, wordt het uiteindelijk Lufthansa. We moeten dan wel eerst
naar Frankfurt, maar dat is vanuit Brussel nauwelijks een uurtje
vliegen.
Om 4 uur in de
vroege ochtend – of eerder nacht! – worden we opgehaald door het busje
van het reisbureau. Omdat er op dat uur nog maar heel weinig verkeer op
de baan is, zijn we een halfuurtje later al in Zaventem. De balie om in
te checken, is nog gesloten.
Vrij stipt
stijgen we rond 7u op. In de luchthaven van Frankfurt hebben we in
principe meer dan twee uren de tijd om via de transit in te schepen
bestemming Los Angeles. Om de bagage hoeven we ons niet meer te
bekommeren, die is in Brussel-Zaventem al ingeboekt. Maar door de
uitgebreide veiligheidsmaatregelen, staan er lange rijen aan te schuiven
bij de hal bestemd voor alle vluchten naar de VS. De controle is
strenger dan normaal: iedereen wordt individueel gescand, sommigen
moeten hun schoenen uittrekken, hier en daar wordt handbagage manueel
doorzocht. Maar iedereen heeft geduld, iedereen beseft het belang van
een grondige controle.
Een Amerikaans
ambtenaar stelt ook nog enkele vragen over het doel van de reis, wij
moeten onze retourtickets tonen en de reispassen worden gecontroleerd.
Met drie
kwartier vertraging stijgen we op voor een vlucht van ongeveer 11 uur.
Het is een 747, erg groot dus. Helaas zit niemand van ons aan een
raampje; we hebben vier zetels in het midden. Blijkt dat men plaatsen
bij een raam moet reserveren. Toch iets meer beenruimte dan normaal in
een charter en prima service. Iedereen krijgt een extra kussentje en een
dekentje om het zich wat gemakkelijk te maken, koptelefoon met 10
muziekkanalen en mogelijkheid om de videofilms te volgen in het engels
of in het duits.
Nu is onze reis
écht begonnen: we zijn op weg naar Amerika!!!
De uren tikken
traag weg, en het 'vliegtuigje' dat op het videoscherm de gevolgde route
aangeeft, lijkt nauwelijks op te schieten! Maar na wat dutten, film
kijken, een beetje lezen, tweemaal eten, het invullen van de verplichte
immigratie-papieren,en vooral het beleven van zo'n eerste
langeafstands-vlucht, begint eindelijk de landing op LAX. Plaatselijke
tijd ongeveer 13 uur. Door het tijdsverschil van 9 uren doen we
bijgevolg de namiddag en avond nog eens over! De douanecontrole in de
luchthaven van Los Angeles verloopt vlotter dan verwacht. Ook onze
bagage - altijd een spannend moment! - ligt vrij vlug op de draaiende
band. In de aankomsthal lopen eveneens ambtenaren rond met kleine
snuffelhondjes. Het is immers verboden om voedsel, zoals fruit of
groenten, mee het land in te brengen en deze hondjes (met een grappig
jasje aan, waarop het woord 'agriculture' staat) zijn erop getraind om
dergelijk voedsel op te sporen.
Mochten we
ondertussen nog niet goed beseffen dat we in de Verenigde Staten zijn,
dan herinneren de vele vlaggen ons er meteen aan! Trouwens, tijdens deze
reis kunnen we niet naast de Amerikaanse vlaggen kijken: overal komen we
ze tegen; niet alleen aan officiële gebouwen of monumenten, maar net zo
goed in hotels, restaurants, winkels, voortuintjes, aan auto's en
bussen... kortom, het is overduidelijk dat de Amerikanen zich achter één
vaandel hebben geschaard!
Vóór het
luchthavengebouw rijden de shuttlebusjes van verschillende
autoverhuurmaatschappijen af en aan. Dat is handig en makkelijk. Elk
'merk' brengt zijn klanten (in principe gratis, maar een behulpzame
chauffeur mag natuurlijk op een fooi rekenen) naar het verhuurstation.
Wij reserveerden reeds in België, via ons reisbureau, een ruime
ALAMO-wagen voor vier personen met voldoende plaats voor de bagage.
Ruimte is immers niet onbelangrijk wanneer je vele uren in de auto
doorbrengt; bovendien is het altijd beter als alle spullen in de
kofferbak kunnen, zodat niets de aandacht trekt wanneer je de wagen
onbewaakt moet achterlaten op een parking.
Het busje van
ALAMO brengt ons in enkele minuten tijd naar de maatschappij. Ook hier
gelukkig geen ellenlange rijen. Vermits wij bij de boeking reeds onze
verhuurformule hadden vastgelegd (mét alle nodige verzekeringen) en
alles vooruit betaald, verloopt de afhandeling vlot. Men probeert zelfs
niet om ons een 'upgrade' aan de praten tegen een meerprijs; nochtans
had men ons gewaarschuwd voor dit soort verkoopspraatjes, waar een
argeloze en vermoeide toerist makkelijk inloopt! Want natuurlijk wil je
zo snel mogelijk op weg! En als ze je dan bijvoorbeeld vertellen dat de
gevraagde auto er helaas niet meer is, maar wel een mooie duurdere... of
dat je echt nog wel een bijkomende verzekering nodig hebt... tja, dan
heb je na die lange reis wellicht geen zin meer om nog een discussie aan
te gaan of je te verdiepen in de kleine lettertjes.
In de enorme
parkeergarage staat voor ons een glimmende Buick Le Sabre klaar.
De sleutel steekt al in het contact, we kunnen zó wegrijden. Nu ja, dat
is wel even wennen, want de handrem is hier een voetrem, en waar alle
knopjes voor dienen is ook niet meteen duidelijk. Aan de uitgang wordt
nog even nagekeken waar er mogelijk krassen of deukjes in het koetswerk
zitten - zodat problemen bij het inleveren worden voorkomen - en krijgen
we een vluchtig antwoord op een paar vragen. Echt behulpzaam is men nu
ook weer niet.
Time is money!
Het rijden in
een grootstad als Los Angeles is natuurlijk iets waar je je hoofd moet
bijhouden. Enerzijds zijn er in de V.S. enkele verkeersreglementen die
afwijken van de onze, anderzijds is het sowieso al niet gemakkelijk om
in een drukke, vreemde stad je weg te vinden. De bewegwijzering is ook
enigszins anders dan wij gewend zijn. Maar, we hebben ons huiswerk goed
gemaakt : zowel de Rand McNally Road Atlas (hier bij ons te
koop), als plannetjes en informatie uit reisgidsen, internet en
reisbureau bewijzen ons de ganse reis goede diensten.
Ons eerste
hotel ligt in de voorstad Santa Monica, op zo'n 17 mijl van de
luchthaven. Het traject verloopt bijna probleemloos; we rijden maar één
of tweemaal een blokje verkeerd, doch komen telkens weer goed uit.
Het Best
Western Gateway Hotel, op de hoek van de Santa Monica Boulevard
en de 20th Street, is een 'moderate' hotel, doch voldoet zeker en
vast wat betreft comfort en ligging. Weliswaar niet vlakbij het centrum
van Santa Monica en het strand, maar er is een gratis shuttlebusje.
Bovendien is dit een ideale uitvalsbasis voor onze geplande activiteiten
van de volgende twee dagen. Het hotel heeft ook een gratis ondergrondse
parkeergarage, wat in een stad altijd meegenomen is. We kunnen meteen
inchecken. Het is nu 15u30 plaatselijke tijd.
De kamer is
ruim en netjes. We frissen ons wat op en willen eigenlijk eerst een
e-mail naar het thuisfront sturen om onze aankomst en eerste indrukken
te melden, maar... het hotel heeft voor haar gasten geen PC met toegang
tot het internet ter beschikking; tenzij op de kamers de dure
aansluiting via het TV-toestel, te huren voor minimum een halve dag.
Maar dat hebben wij eigenlijk helemaal niet nodig. Telefoneren heeft nu
echter weinig zin want in België is het middernacht gepasseerd. Dat
wordt uitstellen tot morgenvroeg.
We willen de
dag afronden met een eerste blik op de Grote Oceaan en tevens
ergens wat eten. We wachten niet op de shuttlebus maar gaan stappen.
Ongeveer een goed half uur, of twintig straten, tot het strand. Langs
dit gedeelte van de Santa Monica Boulevard stikt het van de
autodealers en hoewel het zondagnamiddag is, worden er hier en daar toch
nog zaken gedaan. Auto's rijden er trouwens in alle maten en modellen,
ook veel pick-ups. En de mythe van de gedisciplineerde Amerikaanse
autobestuurder wordt tijdens deze reis eveneens doorprikt! Amerikanen
durven best wel sneller rijden dan toegelaten en af en toe de
verkeersregels aan hun laars lappen. Misschien nog iets minder agressief
dan in Europa, maar ze zijn helaas goed op weg om hun braaf imago kwijt
te spelen!
Eindelijk
bereiken we het Palisades Park en de klip die uitkijkt op de
brede stranden, de oceaan, de Santa Monica Pier... Deze stranden, die
doorlopen tot Malibu, werden wereldberoemd door de TV-serie 'Baywatch'.
Op regelmatige afstanden staan trouwens nog steeds de bekende
Baywatch-hokjes met hun lifeguards. Doordat de stranden zo ruim zijn, is
er plaats in overvloed.

Vandaag hebben
we echter de moed niet meer om nog een strandwandeling te maken; we zijn
ten slotte al zowat 24u in touw! We keren terug tot de Third Street
Promenade, een verkeersvrije straat met vele winkels en restaurants.
Hier willen we nog een hapje eten. We kiezen voor een Italiaans
restaurantje, waar we heerlijk op het terras kunnen zitten. We zijn wel
moe, maar een jetlag kun je het moeilijk noemen. Geen van ons allen
voelt zich echt uit z'n doen of wil meteen gaan slapen. We willen dat
moment van eindelijk begint onze vakantie nog even rekken; een
lekkere pasta eten en ondertussen naar de flanerende mensen kijken;
daarna lopen we terug richting hotel. Onderweg kopen we in een klein
supermarktje blikjes cola en bier en wat fruit. Veel keuze is er niet.
Appelen of bananen! We schrijven onze eerste travellercheque uit. Naast
een kredietkaart, zijn deze reischeques (bij voorkeur in niet te grote
coupures) ideaal voor kleinere uitgaven. Bijna alle winkeliers,
benzinestations, enz. aanvaarden ze en geven contant wisselgeld terug.
Zo heb je ook altijd voldoende cash op zak. Je kan travellercheques
eveneens omwisselen aan de balie van het hotel (meestal beperkt tot een
bepaald bedrag), of gewoon in de bank. Handig en veilig, want verzekerd
tegen diefstal of verlies.
We zijn blij
terug aan het hotel te zijn, want nu zet de vermoeidheid toch door. Een
snelle douche, nog een cola of een biertje en dan lekker slapen. Het is
20u Pacific Time.
DAG
2
: Los Angeles
maandag, 29
juli
Omdat het grote
tijdsverschil ons natuurlijk nog parten speelt, zijn we zeer vroeg
wakker. Meer dan tijd genoeg om ons klaar te maken, wat in de bagage te
rommelen, TV te kijken, de dag te bespreken... tot eindelijk de zon
opkomt. Het is een stralende dag en het belooft lekker warm te worden.
Bovendien is ons Leen vandaag jarig. Ze wordt 14 jaar! Natuurlijk hebben
we dat al samen met de familie vóór ons vertrek gevierd, maar het geeft
aan deze dag toch wat extra glans!
We besluiten om
te gaan ontbijten in het Ihop Restaurant dat vlak naast ons hotel
ligt. Zoals overal gebruikelijk, staat ook hier het bordje 'Wait to be
seated' bij de ingang; en worden we door een serveerster naar een
tafeltje geleid. Op het ontbijtmenu keuze in overvloed, waaronder véle
eiergerechten. We kiezen elk naar goeddunken wat uit, maar éénmaal
bediend, weten we al op voorhand dat we het nooit op zullen krijgen! Een
Amerikaans ontbijt is werkelijk gigantisch! Scrambled eggs (roerei),
worstjes en spek, pancakes (gerezen pannekoeken), French toast
(wentelteefjes), hash browns (een soort rösti), home fries (gebakken
aardappelblokjes), fresh fruit, white toast en op elk bord ook nog een
flinke 'boterbal'...dat wordt allemaal voor ons uitgestald. En al hebben
we honger, zo'n kolossaal ontbijt zijn we nu eenmaal niet gewend.
Amerikanen hebben daar minder problemen mee en storten zich 's morgens
soms ook al op een breakfast steak, of kiezen voor een combinatie van
eieren met wafels en siroop, donuts, bagels, muffins, noem maar op. In
ieder geval, ons ontbijt is lekker maar helaas moeten we de helft laten
staan. Naar Amerikaanse gewoonte, wordt na de laatste hap meteen de
rekening gebracht. Omdat buitenlanders wellicht al eens vergeten om een
fooi bij het bedrag te tellen, wordt op de rekening vermeld "tip not
included" én extra omcirkeld. Wie het nu nog niet begrepen heeft...
Vandaag gaan we
een klein stukje van Los Angeles verkennen. In de "Big Orange",
zoals L.A. zichzelf noemt, leven en wonen miljoenen mensen, verdeeld
over wel 80 stadsdelen en voorsteden. Een stadscentrum is er nauwelijks.
Dwars door L.A. en de omliggende woongebieden loopt een ingewikkeld
systeem van freeways. De afstand van het ene stadsdeel naar het andere
kan wel 75 km zijn!
Het oudste deel van de stad, nu
Downtown L.A., werd in 1781 gesticht door de Spanjaarden en opgeëist
door de koning van Spanje als El Pueblo de la Nuestra Senora la Reina
de los Angeles ('de stad van Onze Lieve vrouwe, Koningin van de
Engelen'). Sinds 1850 heet de stad kortweg Los Angeles.
Wij
kiezen vandaag voor de heuvels van Bel Air, Beverly Hills en Hollywood.
Vanuit Santa Monica rijden we via de Pacific Coast Highway tot
Sunset Boulevard. Sunset is sinds de jaren twintig verbonden met de
film, toen het een onverharde weg was tussen de bekende filmstudio’s in
Hollywood en de huizen van de sterren in de heuvels. Nu kronkelt deze
boulevard over een lengte van 42 km tot Downtown L.A. en doorkruist o.m.
Bel Air en Beverly Hills.
Eens
Sunset Boulevard opgedraaid, kijken we uit naar Gelson's Market,
in de National Geographic Traveller (reisgids deel Californië)
aangestipt als een opmerkelijke supermarkt, en vermits we toch wat
voorraad moeten inslaan...
Gelson's
is inderdaad de moeite waard om even binnen te lopen: alles is er
superordelijk; zelfs de aardappelen zijn keurig op grootte gestapeld, de
groenten als een kleurenpalet uitgestald; je kan er je eigen
afhaalmaaltijd samenstellen met bereide gerechten, slaatjes en soepen;
de klanten behoren duidelijk tot de betere klasse. We kopen wat
sandwiches, beleg én een frigobox in piepschuim, versierd met - jawel! -
een Amerikaanse vlag.
De tip
een goedkope ijsbox of -zak te kopen, had ik gelezen in reisverhalen op
het internet. Een erg practische tip!. Elke dag vul je de box dan met
vers ijs - in elk hotel staan immers ijsmachines - en zo blijven drank
en spijs onderweg altijd koel. Wellicht is Gelson's niet de meest
voordelige market, doch we hebben nu meteen wat we zoeken, dus nemen we
die paar dollars extra er gewoon bij.
Onze
Sight Seeing Tour gaat verder langs Bel Air, woonplaats van de
'rich and famous', waar een paar van de duurste huizen staan van Los
Angeles. Fraaie toegangspoorten - zoals de Bel Air West Entrance
langs Sunset Boulevard - geven de wijk nog meer allure. Natuurlijk kan
je hier niet zomaar eventjes uitstappen en een wandelingetje gaan maken.
Practisch overal is er parkeerverbod.
Idem
in Beverly Hills, de woonwijk van de 'sterren'. We maken een
toertje door enkele straten om huizen te kijken, maar eigenlijk zie je
heel weinig omdat de meeste villa's goed omheind zijn; bovendien hebben
we niet echt een idee wie waar woont, zodat het bij een algemene indruk
blijft.
Ter
hoogte van het Old Studio District slaan we af naar Hollywood
Boulevard, waar het tamelijk druk is. Natuurlijk is Hollywood niet
meer de bruisende filmstad van weleer. De meeste studio's zijn verhuisd
en nu verspreid over gans L.A. en verder; maar de naam Hollywood blijft
legendarisch en wekt nog steeds associaties met glamour.
Uit
het gouden tijdperk van de film rest onder meer Mann's Chinese
Theater, een luxebioscoop (gebouwd in 1927) in de stijl van een
Chinese pagode. In de buurt is er een parkeergarage waar we, vrij
prijzig, de auto kwijt kunnen. Daarna nemen we de tijd om in de patio
van Mann's Chinese Theater de hand- en voetafdrukken van vele beroemde
filmsterren te bekijken. Tussen de toeristen wandelen hier figuranten
rond verkleed als Romeins soldaat, Batman, Marilyn Monroe... Wel
grappig!
Uiteraard lopen we ook een stukje van de Walk of Fame of de
'stoep der sterren'. Dit gedeelte van Hollywood Boulevard speelt
helemaal in op het toerisme, met souvenirwinkeltjes, kraampjes, venters
die sight seeing tours aanbieden, enzovoort. We kopen voor ons Leen een
mooi enkelbandje. Jarig zijn in Hollywood overkomt je wellicht maar eens
in je leven!

Naast
de nostalgie van vroeger zijn er nieuwe complexen gebouwd met bioscopen,
winkels, restaurants... We lopen de trappen op van zo'n gebouw en zijn
aangenaam verrast door de mooie terrassen en loopbruggen die niet alleen
uitzicht bieden op Hollywood Boulevard en de skyline van een deel van de
stad, maar ook op het wereldberoemde Hollywood Sign, symbool van
de filmindustrie! De 13 meter hoge letters staan hoog in de heuvels en
zijn nu een beschermd historisch monument. Nu ja, alles wat meer dan
vijftig jaar oud is, noemen de Amerikanen 'historic', dat zullen we op
onze verdere rondreis nog meer ervaren!
Onze volgende stop is Rodeo Drive. In de onmiddellijke buurt van
deze beroemde winkelstraat met zijn elegante maar dure winkels en
warenhuizen, zijn (sommige) parkeergarages - eigenaardig genoeg - gratis
voor een beperkte tijd, o.a. aan Brighton Way. Daar maken we dan
ook graag gebruik van.
Alleen
window-shopping past in ons budget.
Maar meer nog dan de
uitstalramen, interesseren ons de mensen die hier écht komen winkelen,
de glimmende limousines met chauffeur...
Rodeo,
gelegen aan de gelijknamige straat, is één van de duurste winkelcentra
aller tijden; het lijkt hier wel op een Hollywood-decor van een Europese
winkelstraat, inclusief plein en victoriaanse straatlantaarns. De
keienstraat of Via Rodeo leidt naar de Spaanse Trappen.
Ondertussen is
het al een flink stuk in de namiddag, maar door ons copieuze ontbijt
hebben we gewoon een maaltijd overgeslagen! Via de Santa Monica
Boulevard rijden we terug naar ons hotel. Op de kamer organiseren we een
picknick en we besluiten om onze dag te beeindigen met een wandeling
langs het strand. Deze keer maken we wel gebruik van de shuttle, die ons
afzet in de buurt van de Santa Monica Pier. Het is echter geen
rustige wandelpier, maar een soort pretpark met allerlei attracties.
Persoonlijk houd ik meer van de aanblik van golven die tegen een houten
steiger opspatten, zonder al die kermisdrukte.
Een pad loopt
langs de stranden en we wandelen richting Venice Beach ten zuiden
van Santa Monica. Dit kustpad blijkt ook erg in trek te zijn bij
joggers, fietsers en sportievelingen op rolschaatsen of rollerskates...
met hier en daar zelfs een apart 'rijvak' zodat ze niet gehinderd worden
door wandelaars en omgekeerd. We lopen een heel eind, maar of we
werkelijk tot in Venice geweest zijn, is niet helemaal duidelijk.
Straatartiesten of opvallende types van mensen - eigen aan Venice Beach
naar het schijnt - hebben we zo goed als niet gezien.
Terug in het
hotel kunnen we echter terugblikken op een goed gevulde dag! We eten en
drinken nog wat, zappen tussen de verschillende TV-kanalen -
onvoorstelbaar welke programma's hier allemaal het scherm halen! - en
kijken al uit naar de dag van morgen.
DAG
3
: Universal Studio’s – Palm Springs
dinsdag, 30 juli
Ontbijt in
hetzelfde restaurant als gisteren. Dat is handig kortbij. Bovendien is
het er goed, maar natuurlijk krijgen we weer veel te veel!
Wie in Los
Angeles is, kan ook een dagje Disneyland of Universal Studio's
meepikken. Omdat wij reeds twee maal in Disneyland Parijs waren, kiezen
we voor Universal. Dit pretpark, want zo kun je het toch wel noemen,
ligt boven Beverly Hills en West-Hollywood.
Universal
Studio's is niet goedkoop. Wij betalen voor vier personen 164 dollar (of
zo'n 170 euro) en dat ná aftrek van enkele reductiebons, plus 7 dollar
parking.
Coupons die
korting geven op van alles en nog wat, vind je trouwens in veel winkels
en in speciale reclameblaadjes - zeg maar bláden - die te vinden zijn in
hotels, eetgelegenheden, benzinestations...
De auto laten
we achter in het reusachtige parkeercomplex, dat meteen uitkomt op de
Universal City Walk, een 'entertainment center' met winkels,
restaurants, café's, filmzalen... Je moet er doorheen wandelen om bij
het park te komen. De drukte valt mee, maar het is nog vroeg. Bij de
ingang worden alle rugzakjes en tassen gecontroleerd.
We geginnen met
de Studio Tour. Dit is een rondrit, met een open bustreintje,
achter de schermen van het filmgebeuren. We haasten ons naar de
opstapplaats, maar eigenlijk is dat helemaal niet nodig, want er staat
nauwelijks volk. Vreemd. Wil het publiek alleen nog maar spectaculaire
attracties?
We kiezen onze
zitplaatsen zo dat we aan de linkerkant zitten, per twee achter elkaar,
want dan zie je alles het beste (gelezen tip die inderdaad klopt ).
Het treintje
rijdt eerst over het uitgestrekte terrein met de studio's waar films en
TV-series worden opgenomen. Je ziet echter alleen de buitenkant, grote
grijze loodsen dus. Maar de uitleg van de chauffeur, met af en toe een
grapje, en de getoonde videofragmenten - al rijdend op TV-scherm -
vullen de leemte aan. De rondleiding brengt ons vervolgens door beroemde
filmstraten als 'New York Street', 'Colonial Street', 'Six Points Texas'
en zelfs een 'European Street'. Knap gedaan!
Naast sets en
decors van bekende series en films ( o.a. het motel uit de film
Psycho van Alfred Hitchcock ), telkens met beeld en uitleg, worden
er in de toer ook enkele stunts ingebouwd, zoals bijvoorbeeld het
nabootsen van een aardbeving in een ondergronds metrostation. Wij rijden
eveneens over een instortende brug, maar het tofste vinden wij toch het
oude Mexicaanse dorpje waar een hevig onweer in scène wordt gezet. Plots
wordt het straatje overspoeld door het aanzwellende water. We zien het
op ons afkomen, maar denken dat het wel ónder het treintje zal
doorstromen. Voor we er erg in hebben, zijn we drijfnat! Gelukkig is het
heel warm, zodat we deze verkoeling niet eens zo erg vinden.
Omdat we niet
alle attracties kunnen doen, hebben we op voorhand een eigen keuze
gemaakt. Het meest spectaculaire is ongetwijfeld Jurassic Park:
in bootjes vaar je door het prehistorisch land van de dino's met plots
opduikende T-Rex en raptors, geënt op het grote succes van de
gelijknamige film. De tocht eindigt bij een adembenemende waterval; hier
stort je, in het pikdonker, zo'n 25 meter steil naar beneden!
Opnieuw kletsnat! Later op de dag doen we deze kick nog eens over.

Erg leuk zijn
ook Back to the Future, met een spannende virtuele achtervolging
in een auto, waarbij je echt het gevoel krijgt door tijd en ruimte te
vliegen; en Terminator II, met hele goeie 3D-effecten, spannende
scènes met de bekende robots en acteurs, veel geluidseffecten, je gaat
helemaal in de actie op en schrikt wanneer het lijkt alsof je valt
omdat de stoelen onverwacht iets naar beneden zakken!
Als een
hongergevoel begint te knagen, kiezen we een terrasje uit in de schaduw.
De prijzen voor fritjes met een hamburger en een cola zijn hier echter
ook niet mis!
In de namiddag
wordt het drukker. We genieten nog van de show Spider-man Rocks!;
en lopen door de Mummy Returns: Chamber of Doom, een Egyptisch
spookhuis. Eigenlijk niet echt opwindend, want je trapt zowat op elkaars
hielen, zodat veel van de griezeleffecten verloren gaan. Erg goed
gevonden is echter wél de als mummie verklede man (Live actor!) die uit
de tegenovergestelde richting opduikt! Gegil alom!
Het park is
vrij uitgestrekt en - door zijn ligging in de heuvels - op verschillende
niveau's gebouwd. Terwijl je één van de roltrappen neemt, heb je een
schitterend uitzicht over het enorme complex met de filmstudio's en het
openluchtterrein waar we in de ochtend de Studio Tour maakten. In de
verte ook de hoge kantoorgebouwen van het Business District downtown,
ten minste als er niet teveel smog hangt.
In de latere
namiddag houden we het voor bekeken. We hebben niet alle attracties
uitgeprobeerd, niet alle shows gezien, maar toch ongeveer gedaan wat we
wilden doen. Nog even meegeven, dat je op de website
www.universalstudios.com veel info over
Universal vindt; en bij het openklikken van 'Theme Parks: Hollywood' kun
je bij de gewenste attracties zelfs korte video previews
bekijken!
Via de
Hollywood Freeway en vervolgens de San Bernandino Freeway
zetten we nu koers naar Palm Springs, waar we hebben gereserveerd
in de Best Western Inn. In principe ligt Palm Springs slechts op
een 2-tal uurtjes rijden van Universal, maar het is erg druk op deze
Interstates die dwars door L.A. lopen. Spitsuur. We ondervinden nu pas
daadwerkelijk hoe uitgestrekt Los Angeles eigenlijk wel is! Je hebt
werkelijk úren nodig om de stad door te komen. Maar we maken ons niet
druk, want om zeker te spelen hebben we deze ochtend het hotel al
verwittigd van een (mogelijk) latere aankomst. Omdat de kamer
gereserveerd én betaald is, blijkt verwittigen hier (en ook elders)
zelfs helemaal niet nodig te zijn! Erg handig! Wanneer een dag wat
uitloopt, zoals deze, hoef je niet te stressen om vóór een bepaald uur
ter bestemming te geraken; er wacht altijd een bed!
Wanneer we
eindelijk de Interstate 10 verlaten om de afslag naar Palm
Springs te nemen, wordt het landschap werkelijk desolaat. Een stenige,
droge bodem. Maar wel veel beweging van... een massa windmolens! Overal
zie je die turbines staan wieken! Er loopt ook een spoorlijn naar Palm
Springs en hier zien we onze eerste trein-zonder-einde. Vier aan elkaar
gekoppelde locomotieven trekken onvoorstelbaar veel goederenwagons. Er
lijkt gewoonweg geen einde te komen aan deze trein. Nooit gezien!
Wanneer we Palm
Springs binnenrijden, is het al ruim 7u30. Ondanks een vrij goede
routebeschrijving wordt het toch even zoeken. De South Palm Canyon
Drive blijkt een erg lange straat te zijn met veel toeristische
accommodatie, maar tamelijk verlaten. Het centrum van Palm Springs is
niet echt mijn ding. Eens een bekend kuuroord omwille van de warme
mineraalbronnen, hangt er nu een zweem van vergane glorie. Of zit het
vallen van de avond er voor iets tussen? De Best Western Inn ligt
iets verderop, stijl motel. Wanneer we uitstappen, valt de warmte als
een deken over ons!
Eens de bagage
uitgeladen, hebben we eigenlijk geen zin meer om nog terug te rijden en
een restaurant te zoeken. Het was een vermoeiende maar fijne dag!
Terwijl Eddie en ik op zoek gaan naar een supermarktje om wat voorraad
in te slaan, nemen de kinderen alvast een douche en installeren zich
gezellig voor de TV. Het gezoem van de nogal lawaaierige airco neemt
iedereen er in deze hitte graag bij. Dat winkels hier 7 dagen op 7 en
bijna de klok rond open zijn, is een geweldig pluspunt voor reizigers
zoals wij. Je vindt altijd nog wel wat; ook al is de keuze in kleinere
markets erg beperkt wat betreft verse waren als fruit, brood, beleg...
Althans, dat is onze ervaring.
DAG
4
: Palm Springs – Flagstaff
woensdag, 31 juli
Palm springs is
een goed vertrekpunt voor onze eigenlijke rondreis. We hebben nu de
drukte van de grootstad achter ons gelaten. Voor ons ligt de Mojave
Desert.
Terwijl wij met
de bagage bezig zijn en vers ijs in de frigobox kieperen, nemen Stijn en
Leen een vroege duik in het zwembad. Een klein maar mooi zwembad, dat
aanleunt tegen de dorre heuvels van het omringende landschap. Er is hier
alleen groen waar gesproeid wordt.
Vooraleer Palm
Springs te verlaten, ontbijt bij Denny's, een vrij populaire
restaurantketen in de Verenigde Staten. Eddie bestelt een zogenaamd
'houthakkersontbijt'. Op die hoeveelheid kun je met gemak een ganse dag
teren!
Maar nu op weg!
We hebben een lange rit van zowat 360 mijl voor de boeg tot Flagstaff in
Arizona. We passeren terug de honderden windmolen, die profiteren van de
warme bries. De gevolgde route 62 gaat voorbij het Joshua Tree
National Park, bekend op zijn yucca-achtige cactusbomen. Dit park
zal best wel de moeite waard zijn, maar wij hebben het niet opgenomen in
ons programma. Te beperkte tijd. Bij de voorbereiding van deze vakantie,
hebben wij alle keuzes immers goed overwogen. Je kan in een kleine drie
weken nu eenmaal niet álles stoppen!
Voorbij
Twentynine Palms verlaten we stilaan de bewoonde wereld. Een bordje
met de tekst 'next 100 miles no service' waarschuwt om de benzinemeter
te controleren en voldoende drinkwater mee te nemen; want in
woestijngebied is er inderdaad niets, ook geen praatpalen om de paar
kilometer zoals bij ons!
De omgeving is
fascinerend. Eerst nog wat rommelig, met hier en daar een eenzaam (vaak
bouwvallig) huis of stacaravan in de middle of nowhere. Hoe kunnen die
mensen daar (over)leven? Maar eens de laatste electriciteitspaal
voorbij, is er werkelijk niets anders meer dan een strook glimmend
asfalt dwars door een ongelooflijk schraal en heet landschap. Langs de
weg slechts zand, stenen, verdorde struiken en in de verte onherbergzaam
laaggebergte. Auto's kom je in deze woestenij nauwelijks tegen; af en
toe zo'n stoere Amerikaanse truck met van die grote vertikale
uitlaatpijpen naast de stuurcabine. Dat gevoel van verlatenheid
is voor ons dan ook een totaal nieuwe ervaring. We stappen een paar maal
uit om foto's te nemen. Het is bloedheet! Bijzonder fijn dat we airco
hebben in de auto.
Bij Vidal
Jct. terug een eerste teken van leven: een stoffig benzinestation,
annex winkeltje. We stoppen even om bij te tanken. Nu is het nog maar
een goeie boogscheut tot Parker, grens met Arizona, waar
de Colorado River terug wat groen in het landschap tovert.
We volgen een
prachtige route langs de Colorado en de Parker Dam, met de bedoeling aan
het Lake Havasu een pauze in te lassen om te picknicken. Dit
meer, ontstaan door de bouw van de stuwdam, is ongeveer 72 km lang en
watersportgebied bij uitstek, maar waar vind je een mooie picknickplek
die niét in de blakende zon ligt? Soms helpt het toeval daarbij een
handje. In Lake Havasu City rijden we op goed geluk de London Bridge
over, die hier in de jaren '60 door een rijke Amerikaan werd neergezet,
en toeren een beetje rond tot ons oog valt op een kleine wegwijzer naar
London Beach. Eerst denken we nog dat het misschien bij een hotel
hoort, maar neen hoor, we komen uit bij een rustig strandje met warempel
palmbomen, een afgebakende zone om te zwemmen en voorzieningen als
sanitair, banken & tafels onder een 'afdakje' tegen de zon. Perfect
gewoon! We nemen ruim de tijd om te eten en te genieten van het uitzicht
over het water. Leen gaat zwemmen, want je droogt hier toch in een mum
van tijd weer op. Stijn strekt zich uit op een bank. Wij bekijken de
kaart nog even.

Blij om deze
meevaller beginnen we aan de tweede helft van onze dag. We volgen een
klein stukje de Interstate 40 tot Kingman, waar we
aansluiting zoeken met de beroemdste weg van Amerika: Route 66,
The Mother Road, symbool van de trek naar het westen per auto!
Deze eerste
grote doorgangsweg van Chicago naar Los Angeles (Santa Monica), geopend
in 1926, is nu grotendeels vervangen door de Interstate 40, maar hier en
daar is nog een stuk van het oude traject bewaard gebleven, zoals dus
o.a. tussen Kingman en Ash Ford.
Weliswaar
rijden wij niet van het oosten naar het westen, zoals vele duizenden
deden op zoek naar een beter leven in Californië, maar net omgekeerd!
Wij trekken oostwaarts, door een wijds landschap, stippen op de kaart
die niet meer zijn dan een paar huizen en een benzinestation, een stukje
indianenreservaat (Hualapai Indian Reservation), en een spoorlijn met
superlange Santa Fe-treinen!
De R66 zelf
verschilt echter weinig of niets van andere R's en ligt er eigenlijk
vrij nieuw bij. Geen versleten wegdek, zoals je zou verwachten, maar
mooi, breed asfalt met keurige lijnen. Op regelmatige afstanden een
bordje dat aangeeft dat het hier wel degelijk gaat om de 'Historic Route
66'!
Onderweg zien
we ook armtierige houten huizen en woonwagens, vooral daar waar Indianen
wonen. Hoewel de oorspronkelijke bewoners van Amerika, zijn zij helaas
niet meegegroeid in de welvaart.
Voor een stukje
nostalgie moet je goed uitkijken. In de buurt van Hackberry
rijden wij voorbij een benzinestation prachtig versierd met
herinneringen aan de hoogtijdagen van de Route 66. Achteraf gezien,
volgens ons, het mooiste van het ganse traject, maar dat wisten wij toen
nog niet. Jammer dat we niet even gestopt zijn!
In Seligman
houden wij wel halt. In documentatie beschreven als een pittoresk dorp
waar je de pure 'Route 66 nostalgie' tegenkomt. Seligman is echter niet
een dorp zoals wij dat kennen met huizen rond een kerktoren - trouwens
dat zien we hier nergens - maar een aantal verspreide woningen en
winkeltjes kriskras door elkaar aan een kruispunt.
Vrij rommelig
en kitscherig eigenlijk. Opmerkelijk is een winkel in tweedehands
voedingwaren (of hoe noem je zoiets?) We hebben het niet direct in de
gaten, tot het ons opvalt dat wel erg veel blikjes gedeukt zijn en het
assortiment meer dan oubollig. We kopen er toch een zak appelen (recht
uit de ijskast)en een pak koekjes; en in het volgestouwde
souvenirwinkeltje ernaast enkele postkaarten.
Het échte
R66-gevoel heeft ons persoonlijk niet te pakken. Maar voor de
liefhebbers:
www.route66.com.

Nu rijden we in
één trek door naar Flagstaff, gelegen op een hoogte van ruim
2.100 meter aan de voet van de San Francisco Mountains. We hebben
een kamer geboekt in de Hilton Garden Inn, en dat valt reuze mee.
Dit hotel heeft alles te bieden wat een reiziger nodig heeft na een
lange dag: een ruime kamer en badkamer met alle comfort, een klein maar
aangenaam binnenzwembad, zelfs de mogelijkheid om gratis (!) te
e-mailen.
Na het
inchecken, uitladen van de auto, opfrissen... tijd om te gaan eten. Onze
onmiddellijke buur is Coco's bakery and restaurant, waar men
rechts grote slagroomtaarten kan kopen en links zich laten bedienen in
het restaurant. Wij kiezen uiteraard voor dat laatste. Wanneer we bij
het opnemen van de bestelling een beetje uitleg vragen over bepaalde
gerechten, volgt er een spraakwaterval waarvan we nauwelijks de helft
begrijpen, zodat we maar een gokje wagen. Resultaat: Eddie en Leen
zitten even later respectievelijk boven een broccoli- en aardappelsoep
waarin je een lepel kan rechtzetten! Van een entrée gesproken! En dan
moet de hoofdschotel nog komen. Tja, zelfs het eten is hier een aparte
ervaring. Soms rare combinaties, of speciale smaken, en altijd veel té
veel!
Vandaag hebben
we een flinke afstand gereden. Hier ervaar je dat echter niet als
kilometers vreten. Het is zelden saai. Je ziet voortdurend zoveel nieuwe
dingen, doet zoveel nieuwe indrukken op; je rijdt door wisselende
landschappen, overal is er nog zoveel ruimte...
Een klein
stukje van die impressies proberen we vast te houden in foto's en op
videofilm; maar het mooiste zijn toch de herinneringen, voor ieder van
ons anders; met andere accenten.
DAG 5
: Flagstaff – Sedona – Tusayan
donderdag, 1 augustus
Flagstaff hebben we in onze reisplanning opgenomen omwille van de
prachtige Oak Creek Canyon ten zuiden van het stadje.
We
trekken er een ganse dag voor uit.De ochtend begint grijs, maar het is
helemaal niet koud, ook niet op dit plateau.
Na het
ontbijt, terug bij een Denny's vlak tegenover het hotel, volgen
we de
89A die zich door de Oak Creek Canyon naar het stadje Sedona
slingert. In de 'road atlas' aangegeven als een Scenic Route en
dat klopt helemaal! Het is een schitterende weg, aanvankelijk door
bossen, wat later tussen de steile kliffen van de kloof.
Vooraleer de baan met scherpe bochten naar beneden gaat, is er echter
nog een uitkijkpost. Van hieruit heeft men een fantastisch uitzicht op
de canyon. Door de bebossing lijkt het wel wat op een diepe Alpenvallei,
alleen is de tint van het gesteente rood in plaats van grijs.
Waar
toeristen komen, is er natuurlijk ook een handeltje opgezet. Hier een
rij kraampjes waar Indiaanse vrouwen allerlei sieraden en handwerk
verkopen.
Eens
beneden in de canyon opent de vallei zich steeds meer en meer en rijden
we door een 'wild-west'-panorama met rode rotsformaties.In dit dal ligt
de kleine stad Sedona, grotendeels gebouwd in de kleur van het
omliggende landschap.
We nemen
de tijd om hier onze dagelijkse boodschappen te doen, zodat onze
frigobox weer goed gevuld is!
We
blijven de
89A volgen tot de afslag naar het berggehucht Jerome; 25
jaar geleden nog een ghosttown, maar nu terug bewoond door een
400-tal mensen. Dit voormalig kopermijnstadje ligt als het ware op de
rand van een berg. Een deel van het oude centrum is gerestaureerd.
Ik vind
dat dit stadje,zo hoog in de bergen, met z'n steile straten en sporen
uit het verleden, wel iéts heeft, maar de kinderen vinden het ronduit
saai. We blijven er dan ook maar de tijd van een korte wandeling.
We keren
terug en slaan in Cottonwood af naar Montezuma Castle, één
van de best bewaarde prehistorische Indiaanse nederzettingen van geheel
Arizona.
Het is
ondertussen weer erg warm geworden. Er zijn nog altijd wolken, maar als
de zon doorbreekt, wordt het écht heet!
Naast de
parking en het Visitor Center is er, gelukkig onder lommerrijke bomen,
mogelijkheid voorzien om te picknicken.
Net wat
wij nodig hebben!
Daarna kopen we in het Visitor Center voor 50 dollar onze National
Parks Pass, waarmee je in álle parken van de VS terecht kan. Je
hoeft dan niet telkens apart inkom te betalen en na meer dan 2 parken
heb je dat bedrag er al terug uit.
Montezuma Castle is slechts een mini-parkje, maar beslist de moeite
waard. Wij vinden deze rotswoningen, gebouwd in de 12de en 13de eeuw
door de Sinagua-Indianen, erg tot de verbeelding sprekend. Opmerkelijk
is dat ze op zo'n 30 meter hoogte tegen de rotswand werden gebouwd en
wel 5 verdiepingen tellen. We kunnen er naar blijven kijken! Vooral
omdat ook het decor, de omgeving, zo mooi is. Wanneer we onze rondgang
verder afmaken, zien we voor het eerst de kleine 'squirrels',vrij tamme
grond- eekhoorntjes die afkomen op de kruimels van toeristen. Ook in
andere parken zullen we ze nog regelmatig ontmoeten.

Weer op
pad, terug richting Sedona, maar nu langs de 179. Echt aan te
bevelen! Je rijdt hier tussen de fascinerende rode rotsen van het Red
Rock State Park, die beelden oproepen van een 'Far West' zoals wij
die kennen uit cowboyfilms!
Onze
laatste stop voor vandaag is het Slide Rock State Park, waar we
deze ochtend reeds voorbij gereden zijn, maar toen was het nog te vroeg
om... in het ijskoude water te gaan ploeteren. Nu kunnen we best wat
afkoeling gebruiken! In dit park heeft de rivier namelijk natuurlijke
glijbanen gemaakt over en tussen de rotsen. Het is er tamelijk druk. Op
de grote rotsblokken langs de oevers nestelen vooral gezinnen die een
dagje uit zijn. In het water wordt gegleden, gezwommen of gewoon pootje
gebaad. Ons Leen wil die 'glijbanen' wel eens uitproberen, maar na
enkele 'blauwe' plekken houdt ze het voor bekeken. Wij zijn minder
moedig en gaan niet verder dan tot onze enkels in het koude rivierwater!
Na deze
leuke halte hebben we het wel gehad voor vandaag.
In
Flagstaff had ik best nog wat langer willen toeven. De omgeving is zeer
mooi en van het stadje zelf hebben we helaas veel te weinig gezien.
Nochtans zou het Downtown Historic District beslist de moeite
waard zijn; en de hoofdstraat santa Fe Avenue was ooit een stukje
van de Route 66. Maar dat hebben wij dus gemist.
Onderweg
naar
Tusayan overvalt ons een hevig onweer; tevens de eerste regen van
onze vakantie.
Tegen
valavond komen we toe in de Best Western Grand Canyon Squire Inn,
een mondvol voor ons hotel, op amper 4 km van het Grand Canyon
National Park. Hier zullen we twee nachten verblijven. Het is een
groot maar aangenaam complex, met een hoofdgebouw en verscheidene
bijgebouwen. Restaurants, shops, verwarmd buitenzwembad... het is er
allemaal.
Tusayan
zelf is niet zo erg groot; in hoofdzaak hotels. Toch een supermarktje
waar we voldoende vinden voor een avondmaal en nog wat lekkers toe voor
bij de TV.
Zelf
sluit ik meestal de dag af met het bijhouden van dit dagboek én het
uitpluizen van alle toeristische foldertjes die ik hier ter plaatse op
de kop heb kunnen tikken!
DAG 6
: Grand Canyon ( South Rim )
vrijdag,
2 augustus
Vroeg
op, want om 7u30 moeten we reeds op het plaatselijk vliegveldje zijn
voor een helikoptervlucht over de Grand Canyon. In gelezen reisverhalen
stond zo'n toer steevast genoteerd mét stip! Thuis via het internet
nieuwsgierig info opgevraagd én de 'North Canyon Tour' (25 à 30 minuten)
van Papillon gereserveerd, voor vandaag dus om 8 uur.
Keuze is
er trouwens genoeg; naast de helikopter kan je ook opteren voor een
Scenic Tour met een klein vliegtuigje.
Voor wie
er meer wil over weten:
www.papillon.com
www.airstar.com
www.grandcanyonairlines.com
Het weer zit mee. Terug droog en tamelijk zonnig hoewel niet wolkenloos.
Het ontbijt stellen we uit tot ná ons avontuur want nu dringt de tijd.
Toch vlug een appel of wat koekjes om de eerste honger te stillen.
De zgn.
Grand Canyon Airport
is bij wijze van spreken naast onze deur. Eddie brengt ons weg maar zelf
zal hij niet mee vliegen.Door zijn hoogtevrees ziet hij het immers niet
zitten om in een helikopter mét panoramische ramen boven die gigantische
kloof te gaan hangen!
Wanneer we de parking opdraaien, zien we de helikopters al keurig op een
rijtje staan. Het zijn inderdaad precies libellen! Na het controleren
van onze reservatie en het betalen (weer niet echt goedkoop natuurlijk:
109 dollar per persoon!), worden we nog discreet gewogen en dan mogen we
in de wachtruimte. Daar volgen wat instructies en informatie.
En dan
een onverwachte meevaller! We worden even apart geroepen, en in het
grootste geheim wordt ons een voorstel gedaan: we kunnen voor de
prijs van de door ons geboekte 'North Canyon Tour' ook mee met een
'Imperial Tour', die dubbel zo lang duurt en normaal gezien 169 dollar
per persoon kost! Uiteraard nemen we dit aanbod meteen aan! Natuurlijk
hebben zij er ook baat bij: elke helikopter kan namelijk 5 passagiers
meenemen en het ligt voor de hand dat ze proberen om elke vlucht netjes
vol te puzzelen. Maar dat wij met ons drietjes de gelukkigen van de
dag zijn, is aardig meegenomen! Bovendien krijgt ons Leen de plaats
naast de piloot toegewezen. Stijn en ik zitten in het gedeelte achter de
piloot, samen met een wat ouder Amerikaans koppel.Nu veiligheidsgordel
om, grote koptelefoon op, de piloot heet ons welkom, de schroeven
draaien steeds sneller, we laten de grond los...
Is de
vlucht met een helikopter op zich al een sensatie, de eerste indrukken
van de Grand Canyon zijn het dés te meer!
Aanvankelijk zijn er onder ons alleen de uitgestrekte bossen van het
Kaibab National Forest, maar dan doemt plots een rand van de kloof
op! De muziek - die we via onze koptelefoon te horen krijgen, naast
tekst en uitleg - gaat crescendo en onderlijnt het volgende,
indrukwekkende beeld van een immens brede en diepe canyon! De helikopter
is hier slechts een speldekop, die cirkelt boven de grillig gevormde
afgrond , met in de diepte de Colorado, aan de einder de vlakte
van de Painted Desert, ongelooflijk mooi allemaal!
Door de
bekendheid van de Grand Canyon heb je wel een beetje een 'déjà vu'
gevoel, doch dat weegt zeker niet op tegen de ervaring dit natuurwonder
met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Het is een cliché, maar wat je
hier ziet, laat zich heel moeilijk in woorden vatten. We nemen heel veel
foto's! Vanuit de helikopter hebben we immers ook meerdere invalshoeken;
we zien meer dan één kant van de canyon; we zien beter de diepte en het
spel van licht en schaduw; en we hebben ook een uniek overzicht!

Terug
vaste grond onder de voeten, hebben we een korte babbel met het
Amerikaanse echtpaar. Ze komen uit West-Virginia en maken een
uitgebreide trip door hun land. Volgens hen, is zo'n excursie per
helikopter de béste manier om de canyon te zien!
We
willen meteen ook ons verhaal kwijt aan Eddie, die ondertussen bij een
kop koffie het komen en gaan op deze mini-luchthaven van nabij heeft
kunnen volgen. In de souvenirshop kopen we nog 'onze foto', routineus
gemaakt bij het instappen, doch een leuke herinnering voor in het album!
En dan is het hoog tijd om te gaan ontbijten.
Het
restaurant van de Squire Inn lijkt ons wel wat, vooral omdat je
kan kiezen voor zelfbediening. Scrambled eggs en bacon zijn ook op dit
ontbijtbuffet weer topfavorieten!
Tijd nu
voor de stapschoenen en de rugzak, want de rest van de dag willen we
doorbrengen in het Grand Canyon NP. Het ligt in onze bedoeling de
West Rim Trail te lopen tot het eindpunt bij Hermit's Rest :
een pad langs de zuidrand van de Grand Canyon. Uiteraard minder
spectaculair dan een afdaling in de canyon zelf, maar toch goed voor
zo'n 12 km.
Trouwens, helemaal tot de Colorado River heen en terug is niet haalbaar
in één dag. Er is namelijk een hoogteverschil van 1.524 meter,het pad is
smal en steil en nergens is er schaduw! Niet te onderschatten dus.
Met onze
National Parks Pass komen we vlot het park in; we moeten nauwelijks
aanschuiven. Meteen krijgen we ook al een kaartje en een krantje met
info over dit Nationaal Park in onze handen gestopt. Altijd leuk en
handig.
We
rijden door naar de parking bij Market Plaza.
Het is
duidelijk dat men het toerisme - hier maar ook in andere Nationale
Parken - zodanig probeert te kanaliseren dat de natuur maximaal wordt
gespaard. Auto's blijven dus achter op vaste parkings. Pendelbusjes op
gas brengen de bezoekers dieper het park in, of naar de toeristische
voorzieningen.
In het
Grand Canyon NP is zelfs een heuse 'Village' uitgebouwd met niet alleen
enkele hotels, lodges, restaurants, shops, een visitor center, doch ook
een medische post, een bank en een postkantoor. Dat lijkt overdreven,
maar toeristische trekpleisters van dit formaat kunnen eigenlijk niet
zonder een efficiënte opvang van de vele duizenden, ja zelfs miljoenen,
bezoekers per jaar.
Voor mij
persoonlijk mag het allemaal best wat minder georganiseerd zijn,
maar ik besef dat deze aanpak de juiste is om vernielende overrompeling
te vermijden; én om iedereen (ook ouderen en gehandicapten) de kans te
geven van dit unieke landschap te genieten.
Van de
Market Plaza tot de Rim is het zowat tien minuten wandelen. We komen uit
ten westen van Yavapai Point en zijn opnieuw onder de indruk van
de immense schoonheid!
We
wandelen de trail, die bijna altijd vlak naast de canyon loopt, met
regelmatig prachtige uitzichtspunten zoals Maricopa Point,
Hopi Point, Mohave point... namen die verwijzen naar het
Indiaans verleden van dit gebied.
Eigenlijk is het helemaal niet zo druk als verwacht. Op sommige stukken
zie je nauwelijks andere wandelaars. Alleen in de buurt van de
uitkijkposten, waar ook de shuttlebusjes stoppen, drommen toeristen
samen.
We
kruisen het begin van de Bright Angel Trail, het pad dat afdaalt
naar Phantom Ranch op de bodem van de canyon.
Ik voel
de kriebel om even een stukje van deze trail te volgen, een klein eindje
avontuurlijke diepte, maar mijn dierbare medereizigers delen dit gevoel
helaas niet.
Misschien is het ook al wat laat om nog zo'n bijkomende wandeling in te
lassen, want je bent toch gauw een paar uren kwijt. In de diepte zien we
kleine groepjes die Indian Garden hebben bereikt en over het
plateau wandelen; het zijn minuscule poppetjes die zich traag
voortbewegen in een groots decor!
Grillige rotsformaties hier en elders in de canyon hebben prachtige
namen als Wotans Trone, Isis Temple, Tower of
Ra...
We
hebben net een hapje gegeten als donkere onweerswolken zich samenpakken.
Het begint te regenen. Het is 13u30 en we zijn nog maar halfweg. We
wandelen door, maar omdat we geen regenkledij bij ons hebben, zijn we
genoodzaakt bij een volgende stopplaats de pendelbus te nemen. Die
brengt ons verder naar Hermit's Rest. Deze blokhut is niet
te vergelijken met een berghut zoals wij die kennen in de Alpen, waar je
bij een gezellige pint kunt uitblazen.
Iets
drinken of een snack eten, doe je hier uit het vuistje, en voor de rest
is het één grote winkel met voornamelijk Grand Canyon souvenirs en
voorwerpen Handmade by Native American Indians.Er zitten wel mooie
dingen tussen. Stijn en Leen kopen elk een Dream Catcher. De
legende wil dat zo'n 'dromenvanger', opgehangen in de buurt van de
slaapplaats, alle dromen - goede én slechte - vangt in zijn web. De
slechte dromen verbranden in het eerste ochtendlicht. De goede dromen
worden opgevangen in de veren onderaan het web, waar ze bewaard blijven
om opnieuw gedroomd te worden!
We
snuisteren nog wat rond, zitten een poosje op één van de banken buiten
onder het afdak, doch de zon laat zich helaas niet meer zien.
Optimistisch vatten we de terugtocht aan, maar omdat het blijft miezeren
en regenen, zit er niets anders op dan opnieuw de shuttle te nemen, nu
richting parking.
In ons
hotel tijd zat om postkaartjes te schrijven en een wasje te draaien in
de 'laundry'. De meeste hotels stellen trouwens zo'n volledig uitgeruste
wasruimte ter beschikking van hun klanten. Alle was- en droogautomaten
werken op munten.
Eddie
knoopt er een gesprek aan met een Amerikaanse lerares, die beaamt dat
het toerisme inderdaad minder is dan vorige jaren. Enerzijds omwille van
de haperende economie, maar anderzijds ook omdat veel Amerikanen bang
zijn voor nieuwe terroristische aanslagen na de tragedie van 11
september.
Normaal gezien, telt het Grand Canyon Park zo'n 5 miljoen bezoekers per
jaar, nu hoopt men ten minste de kaap van 4 miljoen te halen.
Omdat de
regen ook kilte meebrengt - we zitten hier ten slotte boven de 2000
meter! - ligt het mooie zwembad er verlaten bij.
Jammer! Om de dag toch prettig te besluiten gaan we eten in het
Yippee-Ei-O Steak House, zo uit een western weggeplukt. Zelfs de
(plastieken) tafelkleedjes hebben een koeievacht motief. Het is er druk
en de obers, uiteraard in cowboy-plunje, draven af en aan. Steaks en
ribs zijn er te krijgen in alle maten en soorten. Wijselijk kiezen ons
Leen en ik voor een zogenaamde 'girl steak' (mignon, kleinste) en Eddie
en Stijn voor een 'New-York steak' (ietsje groter). Daar hoort
natuurlijk weer een heel garnituur bij, maiskolf incluis, zodat er echt
geen hap meer bij kan! We schieten dan ook in een lach wanneer ze plots
aan onze tafel staan met een blad vol gebak; en geen kleine taartjes hé,
maar grote stukken met véél slagroom en ander zoets. Neen, dank je, voor
ons geen dessert meer!
DAG 7
: Grand Canyon – Page
zaterdag, 3 augustus
Via de
lange Desert View Drive (East Rim) zullen we vandaag het Grand
Canyon National Park verlaten. Hier is autoverkeer wel toegelaten. We
stoppen bij enkele van de mooiste uitzichten, zoals o.a. Grandview
Point. De Spanjaarden zouden hier in 1540 hun eerste blik op de
canyon hebben geworpen!
Een
aantal kilometer verderop ligt de stenen uitkijktoren Desert View,
gebouwd in een natuurlijke stijl die past bij de omgeving. Het
gelijkvloers is ingepalmd door een souvenirshop, maar men kan ook naar
boven. De verdiepingen zijn in Hopi-stijl.Vanop de bovenste etage heeft
men een schitterend panorama van 360° op de omgeving. Van hieruit zien
we niet alleen de Colorado River zeer goed, maar tevens ook
Painted Desert; zo genoemd, omdat bij een bepaalde stand van de zon
het landschap een fraaie schakering van kleuren tevoorschijn tovert.
Helaas, de zon zijn we kwijt, er hangt opnieuw onweer in de lucht.

Jammer
dat we in de regen afscheid moeten nemen van de Grand Canyon. Een kloof
met adembenemende afmetingen, kliffen en pieken, kleuren naargelang het
gesteente en het spel van licht en schaduw. Jammer ook, dat we door de
weersomstandigheden geen zonsondergang hebben kunnen meemaken. Die zou -
heb ik gelezen - de rode wanden van de canyon nog intenser kleuren en
een onvergetelijke indruk nalaten!
We nemen
highway 89 naar Page aan het Lake Powell, een
Scenic Route door het land van de Navajo's en de Hopi's. De
schoonheid van het landschap staat echter in fel contrast met de vaak
armoedige omstandigheden waarin afstammelingen van die eens zo trotse
stammen vandaag de dag leven. Eigenlijk is hun geschiedenis een triest
verhaal.
Van het
toerisme proberen zij nu een graantje mee te pikken door langs de kant
van de weg, maar vooral op vaste stopplaatsen, kleine marktjes te
organiseren met sieraden en spullen allerhande.
De
onweersbuien blijven ons spijtig genoeg achtervolgen, zodat onze pauzes
worden ingekort en we reeds rond 15u in Page aankomen. Ons hotel, eerder
motel, de Best Western Page Inn, is vlug gevonden, maar we kunnen
nog niet inchecken. Daarom besluiten we om eerst tot aan het Lake Powell
te rijden en eventueel de Glen Canyon Dam te bezoeken. Deze
(zoveelste) indamming op de Colorado River, heeft hier een fantastisch
mooi en mijlenlang meer doen ontstaan, genoemd dus naar de man van de
Colorado- expedities: majoor John Wesley Powell.
De Glen
Canyon Dam wordt bewaakt alsof hij elk moment door terroristen kan
aangevallen worden! Nog vóór de inkom worden we al aangesproken door
iemand van de security omdat ik een klein rugzakje bij me heb. Dat mag
al zeker niet mee binnen. Maar eigenlijk is dit mijn handtas met onze
reispassen, hotelvouchers, wat geld, enz. er in, en ik heb geen zin om
dat in de auto achter te laten. Die veiligheidsmaatregelen maken een
bezoekje al minder aantrekkelijk en we beslissen om door te rijden tot
Wahweap Marina, aan de jachthaven.
De
Glen Canyon National Recreation Area maakt deel uit
van het National Park System, zodat we ook hier gebruik kunnen maken van
onze parkpas. Tot Wahweap is slechts een kwestie van enkele
kilometers, maar ondertussen valt de regen bij bakken uit de lucht! We
zien amper iets van deze mooie plek. Slechts wazige beelden. Terug naar
het motel. Misschien hebben we later in de namiddag meer geluk?
De kamer
die wij toegewezen krijgen, is netjes en ruim, maar het uitzicht is een
echte afknapper: parking én het dak van een laagbouw mét gigantische
aircobakken! En dat terwijl de omgeving zo mooi is! Net hier hebben we
voor twee nachten geboekt. Door het geruis van die airco-installatie is
het ook niet mogelijk om het raam open te zetten. We troosten ons met de
gedachte dat we toch niet veel op de kamer zullen zijn en gaan alvast
wat boodschappen doen. De kinderen ontdekken op de
Dam Plaza van Page een leuke Outlet, waar de eerste
Levi's-jeans wordt gekocht naast nog een paar andere kledingstukken van
Amerikaanse merken.
Ondertussen is het terug droog en zelfs zonnig. We hernemen onze tocht
naar het Lake Powell, met een stop bij het uitzicht op de Navajo
Mountain, een heilige berg. Wel jammer, dat iets bezijden deze berg
een drietal schouwen naar de lucht priemen. Industrie?
In
Wahweap parkeren we de auto en maken een korte maar fijne wandeling
langs het water. Opvallend zijn de vele woonboten.
Hier zie
je ook goed de pracht van de ondergelopen canyons. Het water is blauw.
De zon speelt op de witte kliffen. Een boottocht moet beslist de moeite
waard zijn, bijvoorbeeld tot Rainbow Bridge, maar daarvoor
ontbreekt ons de tijd.

We keren
terug naar de Dam Plaza waar we lekker eten op het terras van de
Dam Bar and Grille, napratend over de wat regenachtige maar daarom
niet minder goed gevulde dag!
DAG 8 :
Page – Monument Valley – Page
zondag, 4 augustus
Nog vóór
het ontbijt gaan vader en zoon tot aan een internet-café, dat we
gisteren op de Dam Plaza hebben ontdekt. Tja, er staat welgeteld
één PC, maar dat is voldoende om wat nieuws te versturen naar familie en
vrienden en de e-mail te checken. Zo'n gelegenheid moet je echt
meepikken waar je kunt, want de mogelijkheden om even te internetten
liggen niet als vanzelfsprekend op je route! In de hotels die wij
aandeden, was er: ofwel geen aansluiting ( althans niet voor klanten),
ofwel buiten gebruik, ofwel een wachtrij, ofwel vrij duur!
De enige
uitzondering hierop was de Hilton Garden Inn in Flagstaff.
Omdat er
in de prijs van ons motel een Continental Breakfast is begrepen,
hoeven we de deur niet uit, hoewel... lekker en gezellig kun je dit
moeilijk noemen. Wat rommelige tafeltjes, plastieken bekers en bestek,
zeer beperkte keuze...
We nemen
dan maar een extra stuk fruit: een appel of een banaan! Eerlijk waar,
nergens heb ik een keur aan zomerfruit gezien zoals wij die kennen in
onze winkels. Tenzij misschien in San Francisco, maar daarover later
meer.
Vandaag staat Monument valley op ons programma. Vanuit Page
ongeveer 120 mijl. We hebben er voor gekozen om heen en weer te rijden
en niet van hotel te verkassen. Hoeven we ons een keertje niet te
bekommeren om de valiezen, het in- en uitchecken; en bovendien sluit
Page ook beter aan op ons volgend traject.
De rit
naar Monument Valley gaat door het reservaat van de Navajo's, dat qua
oppervlakte groter is dan België. Het is tamelijk bewolkt en af en toe
valt er zelfs een spatje regen. In Kayenta, nemen we Route 163,
een rechte lijn door het schrale landschap! Reeds van ver zien we enkele
pieken en typische tafelbergen oprijzen, wereldberoemd door de western-
films die er werden gedraaid.
Monument Valley ligt in het noordelijk deel van het Navajo-reservaat, op
de grens van 2 staten (Arizona en Utah) en 1.700 meter hoog. Het is geen
Nationaal Park. De Navajo's beheren dit park op hun manier en met de
financiële middelen die zij hebben. De faciliteiten zijn er bijgevolg
niet te vergelijken met deze in het National Park System, maar een
bezoek is meer dan de moeite waard! Voor mij persoonlijk één van de
hoogtepunten van deze reis. Het is speciaal, een aparte wereld, nog nét
iets ongerepter dan de andere parken die wij bezochten.
Naast de
parking ligt het Visitor Center met een groot terras dat uitkijkt over
dit spectaculair plateau: een eindeloze, rode vlakte met op de voorgrond
de opvallende Merrick Butte en The Mittens. Deze kale
tafelbergen steken zo'n 300 meter boven de woestijn uit. Een
ongelooflijk en fantastisch staaltje van erosie. Uit beide mittens (=
wanten) steekt de karakteristieke 'duim'! Nu al voel ik spijt bij de
gedachte dat deze indrukken ooit een verre herinnering zullen worden.

Het is
warm; op dit uitkijkplatform staan tafels en banken; het loopt tegen de
middag aan; dus gaan we eerst eten. Een broodje kaas met zicht op een
'wildwest'landschap. Het lijkt onwerkelijk!
Natuurlijk mag je in dit tribaal park niet zomaar op eigen houtje overal
gaan rondtoeren. Op sommige plekken kan je alleen komen met een
Navajo-gids, per jeep of te paard.
Aanvankelijk zijn wij ook van plan om zo'n jeeptoer te boeken. Vooral
Mystery Valley met de ruïnes en petroglyfen van de verdwenen
Anasazi-stam intrigeert mij.
Bij het
bezoekerscentrum staan verscheidene kiosken, waar indianen dergelijke
excursies aanbieden. Maar déze mensen zijn helemaal niet vriendelijk,
integendeel. Bovendien is het vrij prijzig: 30 dollar per persoon ( voor
ons x 4 = $ 120 ) voor een kleine toer. En, de kans een onweer op ons
dak te krijgen is evenmin uitgesloten!
We zijn
het erover eens, dat we het bijgevolg liever houden bij de zgn. 'self
guided tour', een 27 km lang parcours dat je met eigen wagen mag rijden,
binnen de toeristische zone van het park. Het is wel een onverharde,
stoffige weg met veel putten en bulten, maar dat is ook juist de charme.
Tussen deze unieke rotsformaties zou een verharde (asfalt)weg trouwens
afbreuk doen aan het landschap.
Het is
een heel mooie route, en bij de stopplaatsen nemen we volop de tijd om
uit te stappen, te fotograferen en te filmen (vooral onze Stijn is de
man van de videocamera!). Natuurelementen als water en wind, alsook
breuken in de aardkorst, hebben dit fascinerende landschap gecreëerd. Nu
dragen de oude formaties namen als Three Sisters, Totem Pole,
Elephant Butte, Rain God Mesa, enzovoort.
We doen
enkele uren over de toer. Het weer wordt trouwens steeds beter.
Prachtige beelden, die blauwe lucht met nog wat wolkenflarden, boven een
zee van rood zand en grillige rotsen.
Het is
er niet overrompeld door toeristen. Vaak hebben we een stopplaats voor
ons alleen, zodat we naast het uitzicht ook genieten van de stilte in
deze vreemde wereld.
Afscheid nemen van een mooie plek is altijd moeilijk. Wellicht kom je
hier maar once in a lifetime. Ik kijk nog eens om... Tot de
laatste karakteristieke piek aan de horizon is verdwenen.
Terug in
Page, eerst opfrissen en omkleden. De kinderen nemen nog een duik in het
zwembad, maar het water is veel kouder dan verwacht, zodat ze snel terug
zijn. We gaan eten in het Butterfield Steakhouse. We hebben
gereserveerd op het terras, want zelfs na zonsondergang ( ik heb de
indruk dat de avond hier sneller valt dan bij ons? ) is het nog
behoorlijk warm. Van hieruit heb je een wijds uitzicht op de vallei met
in de schemerverte de Glen Canyon Dam en een stukje van het Lake
Powell.Naast de dam de iets minder fraaie electriciteitscentrale. Het is
er aangenaam zitten, de steaks zijn heel lekker en de bediening
vriendelijk. Alleen spijtig dat Amerikanen zo weinig aandacht hebben
voor gezellig natafelen. Bij de laatste hap ruimen zij meteen af; ook
als nog niet iedereen klaar is met eten. Wij vinden dat eerder
onbeleefd, zij efficiënt. Kwestie van hoe je het bekijkt natuurlijk!
DAG 9
: Page – Bryce Canyon
maandag, 5 augustus
Highway 89,
langs de Vermilion en White Cliffs, is weer een schitterende
route naar Bryce Canyon National Park.
We
overschrijden nu de grens met de staat Utah, dus moeten we de
klok één uur vooruit zetten. Het merendeel van de burgers in Utah is
mormoon, gesteld op een sobere levenswijze zonder alcohol of tabak. In
hotels en restaurants hebben wij daar weinig van gemerkt.
In
Kanab stoppen we nog even om boodschappen te doen. De zon staat
reeds hoog aan de hemel. Het belooft een schitterende dag te worden!
Afslag
12 naar Bryce gaat voorbij Red Canyon, een voorsmaakje van
de eigenaardige, rode rotsformaties die we straks in meervoud te zien
zullen krijgen. Bryce Canyon is immers een meesterwerk op een hoogte van
2.500 meter!
Als
overnachtingshotel kozen we de Best Western Ruby's Inn, vlakbij
de toegang tot het Nationaal Park. Net zoals bij de Grand Canyon is het
een groot complex, opgedeeld in hoofd- en bijgebouwen; met alles wat een
toerist nodig heeft: winkels, restaurants, benzinestation...
Vanaf 14
uur kunnen we inchecken, maar omdat we nog te vroeg zijn, eten we eerst
onze broodjes, met een blikje cola of een Budweiser ( hét Amerikaanse
bier ), op een bankje in de zon.
We
krijgen een rustig gelegen kamer, prima in orde, kortbij de ijsmachines
( handig voor onze frigobox ).
Bagage
uitladen, stapschoenen aan, kort overleg. Want natuurlijk proberen we
altijd om uit de beschikbare tijd het maximum te halen; en dat betekent
ook keuzes maken. In één namiddag kun je nu eenmaal niet alles zien,
laat staan dóen!
Er loopt
een route over de ganse lengte van het park, met parkings in de buurt
van de mooiste uitzichtspunten. Sinds kort is ook hier het shuttle-
systeem opgestart. We besluiten om de vier 'view points' te doen die
uitkijken over het Bryce Amphitheater, het grootste en meest
bijzondere van heel het park. Maar eerst een korte stop bij het Visitor
Center. En het moet gezegd, deze bezoekerscentra zijn een uitstekend
initiatief. Zij geven vrijblijvend informatie, tips, documentatie...
Vaak zijn het ook mini-musea met een stukje geschiedenis over de streek;
en uiteraard verkopen zij boeken, postkaarten, souvenirs...

Bryce Point
is al meteen een
voltreffer! Dit is inderdaad niet echt een canyon, maar een immens
amphitheater, met rotsformaties die door wind, regen en sneeuw zijn
uitgeschuurd tot grillige torens, de zogenaamde Hoodoos! Een
verbluffend panorama in warme kleuren als baksteen en vanille. Je hebt
hier ook een ontzettend mooi uitzicht over de wijde omgeving, natuur
alom,in de verte eenzaam gebergte, uitgestrektheid, een prachtige blauwe
hemel!
Inspiration Point
brengt ons nog dichter bij de schoonheid van het amphitheater. De
mysterieuze hoodoos zijn hier nadrukkelijk aanwezig. De verschillende
vormen en tinten tonen zich in al hun variatie. Onnodig te zeggen dat
dit weer een bijzonder fotogeniek landschap is!
Van
Sunset Point wandelen we via de Rim Trail tot Sunrise
Point. In dit park zijn wel 80 km paden om te wandelen, van
makkelijk tot moeilijk.
De
mooiste, wellicht ook de meest bewandelde trails, zijn de Queen's
Garden Trail en de Navajo Loop Trail. Wij combineren beide,
met vertrekpunt bij Sunrise Point.
Het pad
daalt af tussen de gekleurde rotspilaren en brengt ons in de
canyon. Deze toegankelijkheid maakt Bryce Canyon juist zo aantrekkelijk.
Na het fantastische bovenaanzicht kan men hier de kloof te voet
verkennen, de hoodoos aanraken, zich verwonderen over dit doolhof van
oranje-rode spitsen, met hier en daar een spaarzaam groepje dennen. De
schaduw van de bomen op de bodem van de canyon is trouwens erg welkom.
Gelukkig hebben we altijd water bij ons. De trail is goed aangegeven.
Onze schoenen zitten ondertussen onder het rode stof. We genieten van
elke seconde.

Na een
flinke afdaling volgt er natuurlijk een fikse klim. Wij volgen nu de
Navajo Loop, die steil naar boven zigzagt tussen rotsen en kloven, om
terug bij Sunset Point uit te komen.
Zo'n
wandeling ( van ongeveer 5 km, te lopen in 2 à 3 uur, regelmatige
rustpauzes inbegrepen ) is werkelijk een aanrader! Dit uitgehouwen
landschap met z'n rossige gloed, moet je niet alleen zien, maar
tevens ondergaan. Indrukken zijn ook niet als vanzelfsprekend te
vatten in woorden. Ze komen op je af, branden op je netvlies en je
probeert ze zo lang mogelijk vast te houden.
Rond 18
uur zijn we terug in ons hotel. Tijd om te beslissen waar we gaan eten.
In de Capitool Reisgids ( deel USA-zuidwest & Las Vegas ) had ik,
onder het hoofdstukje 'Een restaurant kiezen', gelezen dat de
Bryce Canyon Lodge - het énige hotel binnen het Nationaal Park zelf
- het beste restaurant in de omgeving heeft, mét een Europese
keuken. Misschien een beetje maf om in Amerika Europees te willen eten,
maar eigenlijk is het ook wel wat nieuwsgierigheid naar hetgeen zij
onder deze brede noemer verstaan: Frans? Italiaans? Of eerder Engels?
Kortom, we zijn het erover eens om dit eens uit te proberen. Telefonisch
gereserveerd. Omdat er pas om 20u30 een tafeltje vrij is, hebben we nog
ruim de tijd om een verkwikkende douche te nemen, wat TV te kijken en
een uurtje te gaan zwemmen.
Ons
hotel heeft namelijk een prachtig binnenzwembad, vrij groot zelfs. Het
is er niet druk, zodat we rustig kunnen zwemmen. En in het kleinere
bubbelbad hebben Stijn en Leen een gezellige babbel met een boomlange
Amerikaan uit Oregon.
Het is
één van de weinige spontane contacten. Want met het beeld van de
joviale, weliswaar oppervlakkige maar toch hartelijke en behulpzame
Amerikaan is er iets mis. Wij zijn ze slechts sporadisch tegengekomen.
Het kan natuurlijk toeval zijn, maar soms voelden wij ons een beetje
vreemdeling in een maatschappij die op dit moment helemaal geen
vreemdelingen hoeft. Het woord afstandelijkheid is misschien wat
overdreven, maar toch...
Hun
nieuwsuitzendingen en kranten staan trouwens bol van alles wat te maken
heeft met terrorisme, aanslagen die verwacht worden, de haat tegen hun
land, het onbegrip van de rest van de wereld.
Met
flinke honger rijden we nu naar Bryce Canyon Lodge, dat werkelijk
schitterend gelegen is in de bossen. Het is een klassiek
romantisch hotel, grotendeels opgetrokken in hout. Omdat we nog
wat te vroeg zijn, gaat ons Leen alvast eens snuisteren in het
hotelwinkeltje en, jawel hoor, haar oog valt toevallig toch weer niet op
een paar toffe oorbelletjes zeker!
De grote
zaal van het restaurant zit goed vol. Origineel ingericht. Een eerste
blik op de menukaart voorspelt echter niet veel goeds, want we vinden
niet meteen onze gading. Ondertussen staat de ober al klaar om de
bestelling op te nemen, want het moet snel gaan. Ik maak mezelf de
bedenking hoe tegenstrijdig dit eigenlijk is: enerzijds probeert men een
restaurant met stijl te creëeren, anderzijds gaat het hier louter om
eten en niet om tafelen!
In een
mum van tijd staan de dampende borden op tafel. Veel, duur, maar helaas
niet lekker. We geven zeker de helft terug. Geen probleem, de rekening
volgt onmiddellijk en we zijn zo weer buiten!
Gelukkig hebben we nog wat koekjes en fruit op de kamer; toch jammer van
het geld, het had elders beter besteed kunnen worden!
DAG
10:
Bryce Canyon – Zion – Las Vegas
dinsdag, 6 augustus
We
ontbijten in Ruby's Inn; een verzorgd restaurant met
ontbijtbuffet. Zoals gewoonlijk houdt Stijn het bij French toast; wij
kiezen nogmaals voor bacon met roereieren, koffie en vers fruitsap.
Nooit zoveel eieren gegeten als in Amerika!
Eddie
voelt zich vandaag niet honderd procent. Met een zere keel begint de dag
niet zo denderend. Maar gelukkig hebben we een uitgebreid
'huisapotheekje' mee!
Neus en
keel zijn hier trouwens extra gevoelig door het grote verschil tussen de
warmte buiten en de overal aanwezige airco-koelte binnen!
Vooraleer verder te trekken, wil Stijn nog even telefoneren naar zijn
vriendin, want ook hier is de internetmachine helaas buiten gebruik. In
de grote lounge hangen meerdere telefoontoestellen. Maar noch met
visakaart, noch met geldstukken komt de intercontinentale verbinding tot
stand. Verscheidene keren aan de balie om uitleg gevraagd, maar
telkens teruggestuurd om het opnieuw te proberen. Uiteindelijk wil de
(niet al te vriendelijke!) receptioniste dan toch het nummer op háár
toestel vormen, mits we een telefoonkaart kopen van minstens 10 dollar!
Hoewel Stijn helemaal niet van plan is om voor zo'n bedrag te bellen en
er ook kaarten van 5 dollar te krijgen zijn, hebben we weinig keus. We
kopen dan maar zo'n 10dollar-kaart; een 'souveniertje' om bij te houden!
We
volgen voor een stuk dezelfde route terug als in het komen, doch bij
Mount Carmel Jct. nemen we nu Highway 9 naar Zion National
Park.
Landschappen wisselen elkaar af en wedijveren weer in schoonheid. Dat is
hier telkens ook zo verrassend: het ene moment rijd je door uitgestrekte
vlakten, even later tussen rotsen en kliffen; soms dor en schraal,
elders groen doordat er water in de buurt is.
We komen
Zion NP binnen via de oostelijke ingang, waar we al meteen een eerste
stop hebben bij de eigenaardige Checkerboard Mesa, een 2.033
meter hoge rots met het patroon van een 'schaakspeltafel'.
Dan
achtereenvolgens een korte en een langere tunnel van zowat 1 mijl.
Eens uit deze donkere en smalle tunnel slingert de weg zich door
de kloof van Pine Creek naar het dal bij de Virgin River,
waar ook het Visitor Center is gehuisvest. Auto's blijven op de grote
parkeerplaats achter. Ook hier weer gratis pendelbusjes, die bezoekers
dieper het park in brengen. Om de rust en de natuur in de canyon te
beschermen, is autoverkeer niet toegelaten langs de idyllische Zion
Canyon Scenic Drive.
We
pakken onze rugzak in, want we willen graag in het park picknicken en
een korte wandeling maken. Het is erg warm. Op de shuttlebus vertelt de
bestuurder (sommigen geven graag en ongevraagd uitleg aan de toeristen!)
dat het vandaag meer dan 100° Fahrenheit (of zo'n 38°C.) zal worden. We
zitten hier dan ook op de bodem van de kloof, met aan weerszijden
gigantische rotswanden. We volgen de rivierbedding van de Virgin,
door groene oases. Bij The Grotto stappen we uit, want hier is
een mooie, lommerrijke picknickplaats. Het is aangenaam verpozen, maar
als we ook nog The Narrows willen zien, kunnen we niet te lang
blijven plakken. Verder met de shuttle tot het eindpunt aan de Temple
of Sinawava. Onderweg merken we herten op; én bergbeklimmers,
hoewel nauwelijks te onderscheiden tegen de vertikale rotsen van meer
dan 2.000 meter hoog.
Zion is
een mooi park, maar minder spectaculair dan de andere parken. Misschien
omdat we dit soort landschap ook wel korter bij huis vinden, in de Alpen
bijvoorbeeld (de hitte eventjes terzijde gelaten natuurlijk!).
Bovendien hebben we hier slechts een kort oponthoud voorzien, zodat we
eigenlijk niet verder komen dan het meest toeristische gedeelte; en dat
is in dit park drukker dan in de andere parken die we tot nu toe bezocht
hebben. Wellicht voor een stuk te wijten aan het feit dat alle bezoekers
hier onvermijdelijk samenstromen op die éne parking naast het Visitor
Center én anderzijds gaat ook bijna iedereen dezelfde kant op!
Bij de
eindhalte van de pendelbus, lopen we de Riverside Walk,
een wandelpad dat, zoals het woord reeds aangeeft, het riviertje blijft
volgen tot de beroemde Narrows. Hier is er géén pad meer, alleen
nog het water van de ondiepe Virgin, stromend tussen
steile rotswanden.
Naargelang de weersomstandigheden is het toeristen toegelaten verder
stroomopwaarts door het water te waden. Maar dan heb je wel stevige
(enkel)schoenen nodig en liefst ook nog een goede stok om je evenwicht
te bewaren op de gladde, scherpe keien. Het lijkt mij best avontuurlijk!
Wij hebben echter geen schoenen bij die hiervoor geschikt zijn en
evenmin een waterdichte zak voor fototoestel, geld en papieren... We
nemen het risico liever niet en keren terug.

Via de
zuidkant verlaten we Zion en rijden nog een flink eind tot de
Interstate 15 die ons naar Las Vegas zal brengen.
Op zo'n
Interstate gaat het lekker vlot. Bizar landschap ondertussen. Droog.
Heuvels zonder groen. Nauwelijks bewoond. En wanneer we Nevada
binnenrijden, grote reclameborden die er ons aan herinneren dat er
in deze staat naar hartelust gegokt kan worden! De klok draaien we nu
een uur terug van Mountain naar Pacific Time. Rond 17u30 zien we, als
een vlek in de woestijn, de stad Las Vegas opdoemen. De lichten zijn nog
gedoofd, en de skyline ligt in het stof, maar de Stratosphere Tower
is duidelijk te onderscheiden.
Las
Vegas binnenrijden, is in een heksenketel belanden! Druk. Lawaai. Warm.
Met een plannetje in de hand proberen we ons een weg te zoeken door het
verkeer. De 350 meter hoge Stratosphere Tower, aan de noordzijde van de
Las Vegas Boulevard ook kortweg The Strip genoemd, is een
goed oriëntatiepunt. Ons hotel, het Flamingo Hilton, ligt
namelijk centraal op deze hoofdstraat, hartje Las Vegas.
Ter
hoogte van Fremont Street zit alles in een knoop; er is ergens
een brand, de politie leidt het verkeer om; chaos. Opnieuw zoeken.
Eindelijk op The Strip, kijken we onze ogen uit. Hier liggen alle grote,
maar vooral opmerkelijke, hotels op een rij! Sommige zijn echte
blikvangers door hun fantasierijke bouw en replica van beroemde
monumenten zoals de Eiffeltoren, het Vrijheidsbeeld, de Venetiaanse
Campanile, enzovoort.
We zijn
blij als we de grote oranje-roze bloem op de gevel van de Flamingo in 't
oog krijgen en zonder al te veel problemen een plaatsje vinden in de
gigantische parkeergarage.
Inchecken in een hotel in Las Vegas doe je echter niet eventjes,
het vraagt tijd. Zo'n hotel is immers een stad op zichzelf, met gangen
zo breed als straten, shops, restaurants, attracties en natuurlijk een
enorm casino! De rij aan de incheckbalie valt gelukkig nogal mee. We
zitten op de 24ste verdieping! Een grote en mooie kamer, dito badkamer,
met panoramische ramen die uitkijken op de prachtige binnentuin. Wanneer
we alle bagage uit de auto hebben gehaald, wat door de af te leggen
afstand een vervelend karwei is, moeten we nodig wat bijkomen! Maar hier
hebben we geboekt voor twee nachten, dus we hebben tijd.
Ondertussen rammelen onze magen én we snakken naar een verfrissende
douche. Waarom het ons niet een keertje makkelijk maken?
We bellen
'room service'!
Op de kamer ligt namelijk een uitgebreide menukaart en in
verhouding is dit nauwelijks duurder dan een restaurantje. Terwijl we
wachten op onze bestelling kunnen we ons opfrissen en wat TV kijken.
Na een
goed half uur, wordt een mooi gedekt en uitklapbaar tafeltje naar binnen
gereden. We hebben een spaghetti besteld, maar voor die prijs krijgen we
véél meer: extra porties fritjes, schoteltjes met groenten, belegde
broodjes, koekjes...
Met
uitzicht op een bruisende stad, waar de lichten worden ontstoken en het
nachtleven begint, eten we huiselijk gezellig!
Stijn,
Leen en ik willen daarna toch nog een paar uurtjes de Strip op om de
sfeer te proeven. Eddie houdt het vanavond liever rustig; het was een
lange en warme dag, zeker als je wat minder fit bent; maar morgen is hij
er wellicht terug bovenop! Dan kunnen we ook eens uitslapen, de dag is
nog niet ingevuld, we doen waar we zin in hebben, rustdag.
Om het
hotel uit te komen, heb je bijna een plattegrond nodig! Je moet sowieso
door het casino, met z'n dooreenlopende speelzalen, ongetwijfeld in de
hoop dat je ondertussen ook in de verleiding komt om een gokje te wagen!
Er heerst een drukte van jewelste! Glitter en glinster. Gerinkel van de
speelkasten die hun muntstukken uitspuwen. Lege blikken van mensen die
verbeten hun zoveelste dollar in de 'éénarmige bandiet' steken. En
ernstige gezichten aan de tafels waar voor grof geld wordt gespeeld.
Op de
Las Vegas Boulevard wordt het er niet minder druk om. Integendeel.
Mensen en auto's krioelen door elkaar. Een lichtzee van neon, kleuren,
lawaai, hitte... het overvalt je en sleept je mee in een decor dat
alleen maar mogelijk is in een stad als deze!
DAG
11
: Las Vegas
woensdag, 7
augustus
We beginnen de
dag met een uitgebreid ontbijt in het Paradise Garden Buffet, één
van de restaurants in ons hotel. Voor een vast bedrag per persoon kan je
zoveel eten als je maar wil. Wij betalen voor vier: 42 dollar of
afgerond (toen) 44 euro. Wat zeker niet overdreven duur is voor een
stijlvol restaurant, dat uitziet op de prachtige tuin met waterpartijen.
Ter vergelijking: bij een Denny's kost een ontbijt ons samen rond
de 35 à 40 dollar. Maar in Las Vegas zijn hotels en restaurants
merkelijk goedkoper dan vergelijkbare accommodaties in andere steden of
toeristische oorden. Hier draaien alle inkomsten immers rond het gokken!
Hoe meer volk je naar de casino's kan lokken hoe beter natuurlijk!
De diverse
buffetten zijn werkelijk voortreffelijk. Gevarieerd en lekker. We
bedienen ons meer dan eens. Ondertussen zien we Amerikanen grote stukken
slagroomtaart op hun bord scheppen, naast andere siroop- en
ketchuptoestanden. Of hoe smaken kunnen verschillen.
Nu we toch op
het gelijkvloers zijn, lopen we door naar de tuin, die heel mooi is
aangelegd met palmen, bloemen, fonteinen en.... échte roze flamingo's en
Afrikaanse pinguins! Speciale nevelsproeiers houden de temperatuur
draaglijk voor deze dieren, want ten slotte zitten we hier in een
woestijnstad! Ook drie verschillende zwembaden, strandstoelen en
parasols. Daar zullen we straks gebruik van maken, want nu willen we
eerst een stukje Las Vegas by day zien. En speciaal voor de
kinderen een bezoekje brengen aan de Belz Factory Outlet Mall,
waar zij hopen om voor een prikje toffe kleding te vinden.
We wandelen de
Strip af in zuidelijke richting. Aanvankelijk denken we nog te voet tot
aan de Belz (7400 Las Vegas Boulevard South) te kunnen gaan, maar deze
boulevard is werkelijk kilometers lang! Zonnecrème, een pet en een fles
water zijn geen overbodige luxe. De zon weerkaatst op de brede
trottoirs. De glamour van de nacht is verdwenen, maar ook overdag is Las
Vegas geen dooie boel. Drommen toeristen wandelen hotels in en uit, want
je kan hier vrij élk hotel bezoeken om te eten, drinken, shoppen en
vooral natuurlijk om te spelen op de vele soorten gokautomaten.
De attracties
echter, die komen vooral 's avonds tot leven, wanneer de duisternis
invalt, de duizenden lampen gaan branden en de hitte enigszins afneemt.
Maar niets belet je om nu ook al een spectaculair ritje te maken in de
achtbaan van het New York New York hotel of de kick te zoeken van
de 'Big Shot' bovenop de Stratosphere Tower!
Informatie over
alles wat er, dag en nacht, te beleven valt in deze magische stad vind
je onder meer op sites als
www.lasvegas24hours.com en
www.ilovevegas.com.

Wij blijven met
beide voeten op de grond. En die worden wat zwaar, dus besluiten we, ter
hoogte van het opmerkelijke Luxor hotel, om de bus te nemen. Die
rijden de ganse Strip af en stoppen bij de belangrijkste hotels.
Een retourtje
kost 2 dollar per persoon; met gepast geld te betalen.Je zit lekker
koel, want de bussen hebben airco. Even verderop laten we de imposante
hotels achter ons en rijden we langs de airport van Las Vegas en (nog)
veel braakliggende terreinen. Weer erg stoffig! Zonder stoppen rijdt de
bus nu in één trek door naar een overstaphalte ergens midden in die
woestenij! Hier stapt iedereen uit. Wachten kan in de schaduw van een
tentzeil, naast een geïmproviseerde eerste hulppost. Het is hier
inderdaad om dood te vallen van de hitte!
Gelukkig moeten
we niet te lang wachten op de aansluitende bus. Deze rijdt recht naar de
Belz en op dat korte traject geeft de vrouwelijke buschauffeur ons nog
wat informatie mee over dit winkelcentrum.
Persoonlijk ben
ik niet onder de indruk van deze mall. Onze winkelcentra kunnen de
vergelijking best doorstaan wat betreft grootte en assortiment.
Ons Leen vindt
er wel een leuke Levi's-jeans, voor een prijsje (26 dollar), met slechts
een heel klein mankementje. In sommige zaken worden immers merkartikelen
met kleine foutjes en restpartijen verkocht en wanneer daar iets tussen
zit dat je bevalt, kun je een koopje doen.
Stijn heeft
minder geluk. Hij had zijn zinnen gezet op de winkel van Tommy Hilfiger,
maar dat valt tegen. Schreeuwerige kleuren, enorm grote logo's en felle
bedrukkingen. Het lijkt wel een totaal ander gamma dan hier bij ons op
de Europese markt! Dat wordt dus niks. Het is een ervaring om eens zo'n
Amerikaanse mall binnen te lopen, maar aan mij en ook aan Eddie, is het
minder besteed.
Dezelfde weg
terug met twee bussen, een hapje eten op de kamer en dan heerlijk aan
het zwembad relaxen! Het is er wel druk, maar we vinden toch nog een
plaatsje in de schaduw. Stijn en Leen gaan de glijbaan uitproberen. Aan
elk zwembad lifeguards in 'Baywatch'-stijl! Eigenlijk té gek, we zitten
hier midden in de zuidelijke woestijn van Nevada aan een prachtige pool
met waterval, op wandelafstand van een fantasiewereld gecreëerd rond de
meest extravagante hotels!
Het is bijna
onvoorstelbaar dat deze stad ooit begon als een nederzetting van
mormonen; een handelspost; later een halte op de spoorlijn tussen Salt
Lake City en Los Angeles. In 1920 woonden er niet meer dan 2.300 mensen.
Nog later werd woestijngebied in de buurt van het stadje opgekocht door
'gangsterbendes' uit New York, die er casino's bouwden om 'zwart geld'
wit te wassen. Historisch gezien is het Flamingo (ons hotel dus) het
eerste casino, gebouwd rond 1945. In de jaren '70 werd het echter met de
grond gelijk gemaakt. Maar op dezelfde plaats verrees een nieuw, nog
groter luxehotel. Hiermee was het imago opgepoetst. De aanleg van de 6
ha fraaie tuin met zwembaden en tropische plantengroei, waarin wij nu
rustig rondhangen, behoorde tot de latere renovaties.
Omdat de 'room
service' gisteren een geweldige meevaller was, beslissen we om dat nog
eens over te doen. Daarna maken we ons klaar om de Strip by night
te verkennen. Wij hebben gisterenavond al van de sfeer geproefd, maar nu
is ook Eddie weer helemaal de oude en nieuwsgierig om onze verhalen te
toetsen aan de werkelijkheid. Of kun je dit geen werkelijkheid noemen,
eerder magie en illusie?
We banen ons
een weg naar buiten tussen de rinkelende gokautomaten. Voor de grap wil
ik ook wel eens aan zo'n soort 'fruitmachine' gaan zitten en voor een
dollar m'n geluk beproeven. Veel geld is dat niet, maar in één seconde
of de tijd van één-druk-op-de-knop ben ik het biljet al kwijt! Meer hoef
je immers niet te doen: geld invoeren, knopje drukken, schermpje kijken.
Ik begrijp niet hoe al die mensen dat úren volhouden, om maar te zwijgen
van het geld dat ze er op die manier ongemerkt doorjagen!
Spannender gaat
het er alleszins aan toe aan de poker- en blackjacktafels, de roulette
en andere kansspelen. Doch dat is al helemaal niets voor ons!
Eindelijk staan
we buiten. We worden onmiddellijk overspoeld door drukte, hitte,
neonkleuren en lawaai. Maar het is een prettige mix, die hoort bij deze
opwindende stad. Door grote lichtreclames wordt de aandacht getrokken
voor shows, spektakels, casino's... Overal ook toeterende auto's en
zwarte of witte limo's met feestgangers die letterlijk door het dak
gaan. Af en toe een bruidspaartje (elk hotel heeft hier wel een wedding
chapel!) met de champagneglazen nog in de hand, toeristen in short en
T-shirt naast opgedirkte dames en gladde jongens; je kunt het zo gek
niet bedenken, of je ziet het wel in Las Vegas!
Recht tegenover
ons hotel ligt Caesars Palace, één van de mooiste hotels aan de
Strip. Inderdaad, stijlvol met fonteinen, cipressen en reproducties van
Romeins beeldhouwwerk. Je hoeft zelfs niet te stappen om het hotel
binnen te komen, je rólt binnen! Ons is het vooral te doen om de
zogenaamde 'Forum Shops', een winkelgalerij waar de illusie wordt gewekt
dat je niet meer in het hotel bent, maar in het antieke Rome.
Ook hier moet
je, zoals in elk casinohotel, eerst door een doolhof van speelzalen
vooraleer te komen waar je wou geraken. Maar het is de moeite waard! Een
architecturale fantasie met een piazza, gezellige straatjes,
sierfonteinen, beelden... én vooral een firmament als een échte hemel
met mooiweerwolkjes! Het lijkt alsof je ergens in Italie in een oud
stadje ronddwaalt! Stijn koopt er prompt een T-shirt van Armani!
Wanneer we de
Mirage naderen, barst net de 'vulkaan' uit! Deze verheft zich in
de exotische voortuin van het hotel, en breekt elke avond om de 15
minuten uit met veel gerommel, vuur en rook!
Voor de deur
van het aangrenzende Treasure Island wordt dan weer in een
lagune, enkele malen per avond, een 'piratengevecht' gehouden. Spijtig
genoeg, is juist het laatste schot gevallen als wij ter plekke zijn.
Het is wellicht
spectaculair, maar het is ons net iets te druk om hier nog een hele poos
te moeten wachten tot de volgende vertoning.
Het Venetian
is op zich al een verbazingwekkend bouwwerk; een kopie van het echte
Venetië, compleet met Dogenpaleis, Campanile en Rialtobrug! Langs de
Strip een stukje 'Canal Grande', waar men een gondel kan huren. Tot onze
verwondering zijn er bovendien gondeliers die het beste van zichzelf
geven, en met één of andere aria het straatrumoer proberen te
overstemmen! Ongelooflijk maar waar!
Wat we zeker
niet willen missen, zijn de 'dansende fonteinen' van het Bellagio,
weer een hotel dat geïnspireerd is op de mediterane sfeer van het oude
Italië. Voor de okerkleurige gebouwen ligt een 3 ha groot meer (en dat
midden in een woentijn notabene!) waar op geregelde tijdstippen
honderden fonteinen beginnen te spuiten op de maat van prachtige muziek.
Mist- en lichteffecten verhogen de spektakelwaarde. De fonteinen gaan
zeer hoog en wiegen ook mee op het ritme. Dit is werkelijk een applaus
waard!
Tot slot werpen
we nog een blik op de verlichte skyline van 'Manhattan' of het New
York New York hotel, maar meer wordt het niet want onze kaarsjes
zijn uit. We zijn doodop van al dat slenteren! Op de terugweg zien we
nogmaals de fonteinen dansen en horen we de vulkaan in de verte
bulderen!
DAG 12
: Las Vegas – Death Valley
donderdag, 8 augustus
Het Paradise
Garden Buffet geniet ook vandaag onze voorkeur. Deze keer moeten we
wel een wachtrij trotseren zoals in een pretpark! Al bij al schiet het
gelukkig nogal op en met flinke trek storten we ons weer op de
overvloedige buffetten!
Omdat we (ten
laatste) pas om 12 uur van de kamer moeten en de afstand tot onze
volgende halte, Furnace Creek Ranch in Death Valley,
slechts een 140 mijl bedraagt, kiezen we ervoor om tot de middag aan het
zwembad te blijven. Het heeft immers weinig zin om op het heetste van de
dag toe te komen op een plek waar het nóg warmer is en we normaal
gezien niet vóór 16 uur kunnen inchecken. Dus wachten we zolang mogelijk
met ons vertrek uit dit comfortabele hotel.
Bij het
verlaten van Las Vegas nog een laatste blik op al die geweldige hotels.
Misschien jammer dat we, door de tijdlimiet, bij de meeste hotels niet
verder gekeken hebben dan de blikvangers én het spektakel voor hun deur.
Binnen gaat de magie immers verder. Maar Las Vegas is ook een
totaalindruk, een onderdompeling in a city that never sleeps! Het
is trouwens niet mogelijk om in een tijdspanne van één of twee dagen
alle hotels van de ganse Strip én Fremont Street met z'n spectaculaire
avondlichtshow (nochtans aangestipt op mijn 'lijstje' maar niet gedaan)
te bezoeken. Overdag is het verlammend warm en 's avonds/s'nachts
overrompelend druk! Als kennismaking laat Las Vegas bij ieder van ons
echter een onvergetelijke indruk achter.We hebben de sfeer geproefd, het
kloppende hart van de stad gevoeld, en de gekte een plaatsje gegeven in
onze herinneringen.
Zodra we Las
Vegas uit zijn - de buitenwijken zijn al heel wat minder glamoureus -
volgen we Highway 95. Onderweg gooien we de benzinetank nog eens
vol en kopen extra water. Niet in flessen, maar in jerrycans van enkele
liters. Ter hoogte van Amargosa Valley, waar de afslag is naar de
te volgen route 373, staat op de kaart een rustplaats aangegeven
met mogelijkheid om te picknicken. Dat klopt ook, alleen is het er
bloedheet en er is nauwelijks schaduw. We parkeren onze auto onder een
mieserig boompje. Er is verder bijna niemand. De tafeltjes en banken
staan leeg te blinken in de volle zon. Omdat we toch meer dorst dan
honger hebben, houden we slechts een korte pauze en blijven in dat ene
streepje schaduw. Het is ín de auto trouwens véél koeler door de
draaiende airco dan buiten in de trillende hitte!
De route naar
Death Valley is op een speciale manier spannend. Een ongekend gebied,
maar ook een beetje een ongekende sensatie.
Om de één of
andere reden moet ik daarbij denken aan gelezen verhalen over de eerste
pioniers die, helft 19e eeuw, naar het westen trokken. De ongelooflijke
moed waarmee zij, met volgestouwde huifkarren, hun weg zochten door
riskant en onherbergzaam gebied, heb ik altijd fascinerend gevonden. Wat
zij presteerden, is bijna niet mogelijk!
Eén van die
karavanen heeft in déze vallei, voor hun droom naar een beter leven, een
hoge prijs betaald! De naam 'dodenvallei' zegt trouwens genoeg.
Daarmee
vergeleken, snorren wij nu wel héél comfortabel (lekker koel, eten en
drinken binnen handbereik, een muziekje op de achtergrond) over de
190, die recht naar Death Valley National Park voert. Dit is één van
de grootste parken van de Verenigde Staten; met in de zomermaanden de
hoogste gemiddelde temperatuur ter wereld (rond de 46°C, het record is
57°C geweest in juli 1913).
Langs deze
invalsweg, in tegenstelling tot de andere Nationale Parken, geen kassa
bij de inkom om te betalen of de National Parks Pass te tonen.
Door de extreme hitte is het wellicht ook niet mogelijk om overal posten
op te zetten. Enkel daar waar de nodige voorzieningen zijn - zoals
Furnace Creek en Stovepipe Wells - kunnen bezoekers terecht voor
informatie; en wordt er ook van hen verwacht dat ze de toegangsprijs
betalen of hun pas laten zien. Kwestie van vertrouwen. Het grootste deel
van de inkomsten vloeit hier, maar ook elders, trouwens terug naar de
parkprogramma's voor onderhoud, bescherming van de natuur en onderzoek.
Of zoals het zo mooi verwoord staat in één van hun brochures:
"Death
Valley National Park is eigendom van alle mensen, bewaar het, ook voor
de komende generaties. Draag er zorg voor zodat iedereen van zijn
intense schoonheid kan blijven genieten."

En het is hier
inderdaad mooi op een bijzondere manier. Eigenlijk is het een
uitgestrekt aandrijkskundig museum, want de vallei ontstond 3 tot 5
miljoen jaar geleden door aardbevingen en een instorting van de
aardkorst. Het is een gebied begrensd door ruige bergketens, een dal met
zinderende zoutvlakten, rotsen en subtiele kleuren.
We stoppen bij
Zabriskie Point, één van de toeristische hoogtepunten van Death
Valley. Het uitzicht op de Golden Canyon is fantastisch. De
mosterdkleurige heuvels doen mij denken aan versteend zand. Dodelijk
leeg en kaal. We filmen en fotograferen, maar langer dan 10 minuten
houden we het niet uit in de zon. Niet voor niets noemden de indianen
deze vallei 'tomesha' of brandende grond.
Een boogscheut
verder ligt Furnace Creek, een oase in deze woestijn.
Aanvankelijk vestigden zich hier gelukzoekers, op zoek naar kostbare
ertsen als goud en zilver. De werkelijke mijnenrijkdom van Death Valley
bleek echter borax te zijn. In de jaren '50 van de vorige eeuw, werden
de laatste ertsaders uitgeput. De bestaande infrastructuur werd daarna
omgebouwd voor... toeristen. Er staat een viersterrenhotel, The
Furnace Creek Inn, met een behoorlijk prijskaartje! Maar ook de meer
betaalbare Furnace Creek Ranch, waar wij een overnachting hebben
geboekt. De oase ligt werkelijk als een groene vlek in the middle of
nowhere. Deze '19th century historic Ranch' is opgevat als een klein
dorpje met naast het onthaalgebouw en de gastenverblijven ook een
supermarktje, restaurant, postkantoortje, mini-museum, zwembad en zelfs
een golfterrein!
We hebben weer
een ruime kamer, op de verdieping, met uitzicht op het groen van het
hoger vermelde golfterrein (in dit seizoen wellicht buiten gebruik),
palmbomen en in de verte vage bergreliëfs. Het is er heerlijk koel!
Bagage uitladen; en nadat we wat bekomen zijn een korte verkenning van
deze plek met een bezoekje aan de market.
Late namiddag
willen Eddie en ik nog tot Badwater rijden, maar Stijn en Leen
zijn met geen stokken meer buiten te krijgen. Zij vinden het hier véél
en véél en véél te heet! Ok, geen probleem, terwijl zij rustig een
douche nemen (zelfs het water dat hier uit de koudwaterkraan komt is
lauw!), en languit op bed TV kijken met een cola, trekken wij er nog
voor een uurtje of twee op uit.
Badwater ligt
ongeveer op 20 mijl van Furnace Creek. Het is een opgedroogd zoutmeer,
85 meter ónder de zeespiegel. Het laagste punt van het westelijk
halfrond! Maar... hoe lager, hoe warmer natuurlijk. Wij hebben in ieder
geval een grote jerrycan water bij ons. In de folder met veiligheidstips
wordt geadviseerd om per persoon minstens vier liter water mee te nemen!
Dat lijkt veel, maar dit is een desolaat en uitgestrekt gebied met
weinig autoverkeer. Ingeval van autopech is het bijgevolg wachten tot
een andere passant of een parkranger hulp kan bieden. Sommige verlaten
wegen zijn in de heetste zomermaanden trouwens afgesloten.
De route naar
Badwater volgt nu de andere kant van de Golden Canyon, en gaat
voorbij Artists Drive en de Devils Golf Course. Mooi in
hun verlatenheid, kleuren en gevoel van ruimte.
Reeds van ver
zien we de zoutpannen van Badwater schitteren in de zon.
Het is een
eigenaardige plaats. Een uitgestrekte, witte vlakte die zindert van de
hitte! Je kunt er over de 'zoutbrokken' wandelen, maar de weinige
toeristen die er momenteel zijn, geraken - net als wij - niet veel
verder dan het bordje dat aangeeft: "Badwater, 280 feet/85 meters
below sea level"! Het lijkt alsof de hitte uit de bodem omhoog
kruipt in je benen! Heeft er iemand een oven aangezet?
Het is een
verademing om terug in de auto te zitten met de airco op volle toeren.
Iets wat je zeker niet mag doen bij langere afstanden want dan raakt de
motor oververhit.
Persoonlijk kan
ik kijken en blijven kijken naar dit speciale landschap. De combinatie
van het desolate, de stilte en de buitensporige warmte valt buiten onze
normale belevingswereld. Ik vind het een fantastische ervaring!
Rond 18u30 zijn
we terug in Furnace Creek. Een snelle douche en dan gaan we eten. Veel
keuze is er niet. Eén restaurant, annex bar, die uitkomt in nog een
andere eetzaal. Het menu is beperkt, niet bijzonder, maar onze magen
zijn weer gevuld.
's Avonds
versturen Stijn en ik nog een paar e-mails. In het onthaalgebouwtje is
er namelijk een PC voor de gasten. Je moet wel geduldig je beurt
afwachten. Bovendien schiet zo'n qwerty-klavier niet erg op en het
wegtikken van de tijd (afhankelijk van het betaalde bedrag) maakt mij
zenuwachtig. Net voor het afsluiten, toets ik iets verkeerd aan en...
weg is mijn brief! Stijn, die alles van computers afweet, belooft om
mijn 'verloren' bericht bij een volgende gelegenheid terug op te vissen,
want nu is onze tijd opgebruikt.
Door het
pikkedonker gaan we terug naar onze kamer. Aan de hemel duizenden
sterren. En een nacht die niet veel koeler wordt dan de voorbije dag.
DAG 13
: Death
Valley – Mammoth lakes
vrijdag,
9 augustus
Het
was niet mijn beste nacht. Per vergissing heeft iemand van ons de airco
op ventilatie gezet in plaats van op koeling, zodat het veel te warm was
om goed te kunnen slapen. Blij dat het ochtend is, hoewel reeds snikheet
buiten. Het is slechts een goeie vijf minuten wandelen tot aan het
restaurant, nu ontbijtzaal, maar ik voel mij zowaar uitgeput. Een
groot glas fruitsap en wat zoutige bacon blijken een goeie remedie. Toch
heb ik niet echt veel trek. Het is gewoon te warm om te eten! Het is ook
opvallend hoe weinig mensen je hier buiten ziet; zelfs het zwembad wordt
nauwelijks gebruikt.
Voor
de meeste toeristen is Furnace Creek, in dit seizoen, louter een
overnachtingsplaats; een plek van waaruit ze een stukje woestijn kunnen
verkennen; per auto dan, want wandelen of paardrijden is in deze hitte
onmogelijk. Maar... het is ook altijd leuk om eens in een echte oase
tussen de palmbomen te kunnen slapen!
Vandaag hebben we nog een mooi stukje Death Valley voor de boeg; om te
beginnen richting Stovepipe Wells. Vlak voor dit onooglijk
plaatsje, liggen de unieke Sand Dunes: 36 km² door de wind
gerimpelde zandduinen, waarvan sommige wel 24 meter hoog zijn. Hier en
daar wat verdorde grassen en struiken. Eigenaardig om hier midden in die
versteende woestijn plots duinen te zien! Een lap Sahara, even warm en
verlaten. Maar prachtig! In Stovepipe Wells is ook een rangerpost, waar
we - op vertoon van onze parkpas - weer goede documentatie krijgen en
warempel zelfs een folder in het Nederlands!
De
route 190 doorkruist nu de Panamint Range, een kale
bergketen, met kloven en stenige valleien. Een verbluffend landschap! De
weg klimt over de Towne Pass (1.511 m.) en om oververhitting van
de motor te voorkomen, wordt - via een bord langs de baan - geadviseerd
om de airco uit te schakelen. Op regelmatige afstanden staan hier
trouwens reservoirs met water om eventueel de radiator bij te vullen.
Zonder
airco loopt de temperatuur in de auto onmiddellijk op. En een raampje
openzetten is natuurlijk niet meteen de oplossing. Dus zweten maar!
Ondertussen rijden we werkelijk door een ruig en onherbergzaam gebied,
maar ook dat heeft z'n eigen charme en schoonheid.
Het is
al middag gepasseerd wanneer we het (uitgedroogde) Owens Lake
bereiken en daarmee eveneens Scenic Route 395. We hebben het
Death Valley National Park nu achter ons gelaten en het landschap
verandert langzaam van droog en dor in groen met wat schaarse
dennenbossen. Voorbij het dorpje Lone Pine rijzen rechts van ons
de Inyo Mountains op en links de Sierra Nevada met de
4.418 m. hoge Mount Whitney. Het is moeilijk om niet in herhaling
te vallen, want ook deze route is gewoonweg weer prachtig!
Eigenlijk kan je in het zuidwesten van Amerika uren rijden, op zeer
goede banen overigens, en van de éne verbazing in de andere vallen. Het
ene moment trek je door een woest en verweerd landschap, en wat later
zit je lekker te picknicken onder de dennen! Bijna overal ook dat gevoel
van ruimte, er is nog plaats zat. En, met uitzondering van de steden:
geen overvolle wegen, geen bebouwing alom, geen vervuilde horizon.
Ons
doel van vandaag, Mammoth Lakes, ligt hoog in de bergen van de
oostelijke Sierra. Maar dit is geen traject van gevaarlijke
haarspelbochten en ravijnen. De route stijgt bijna onmerkbaar. Het is
een gebied van meren en bossen. Alleen het laatste stukje, wanneer we de
395 reeds hebben verlaten, kronkelt verder over de lange
Minaret Road naar het hoger gelegen gedeelte van Mammoth Lakes.
Wij
hebben hier gereserveerd in The Mammoth Mountain Inn, een groot
hotel in chaletstijl. Trouwens, alles doet hier aan een Alpendorpje
denken, met uitzondering dan van de Amerikaanse vlaggen! Toppunt is
echter wel, dat sommige hotels ook namen dragen als 'Alpenhof',
'Matterhorn', 'Austria Hof', 'Edelweiss',...
Het is
ongeveer 16 uur als we inchecken, zodat we daarna nog alle tijd hebben
om iets te gaan drinken. Tegenover ons hotel is een taverne mét groot
terras. Eén van de zeldzame, want gezellig een terrasje doen is
aan veel Amerikanen niet zo besteed.
Op het
moment dat we toekomen, horen we echter dat de bediening buiten al is
afgesloten, omdat ze één of andere festiviteit moeten voorbereiden. Maar
we mogen zelf onze drankjes binnen gaan halen , om ze daarna op het
terras op te drinken. De cola's en biertjes krijgen we mee in plastieken
(wegwerp)glazen. Niet zo erg smakelijk, doch het uitzicht op de
omliggende bergen en de kabelbaan maakt alles goed. In de winter is dit
een ski-oord. Nu een paradijs voor wandelaars, vissers,
mountainbikers... die we met een rotvaart naar beneden zien duiken!
Het is
prettig zitten in het zonnetje, maar lang kunnen we het toch niet
rekken, want achter ons beginnen ze stoelen en tafels op te ruimen.
Terug
in ons hotel, nog een wasje slaan in de laundry, bagage wat ordenen
(want anders worden die valiezen een echte puinhoop, ze worden immers
nooit helemaal uitgepakt!), ons opfrissen, uitzoeken waar we gaan
eten...
Maar
vooraleer het zover is, nog een spannende anekdote. Onze kamer
ligt namelijk in een zijvleugel van het hotel en de aangrenzende gang
komt eveneens uit in de parkeergarage. En net wanneer wij deze gang ten
einde zijn, op weg naar buiten, worden we bijna omver gelopen door een
jongen van een jaar of zestien. Eerst verstaan we niet goed wat hij
zegt, maar de schrik staat in z'n ogen te lezen en hij ziet wel érg
bleekjes! Blijkt dat hij het heeft over een 'bear', die hij heeft gezien
in de garage! Eerst denken we nog dat het een grapje is, maar neen
hoor... er zit écht een kleine beer! De poorten van de grote garage
staan open en in de verte zien wij nu ook een donker beertje tussen de
geparkeerde auto's. Maar waar is moeder beer?
Personeel van het hotel, daar toevallig in de buurt, maakt zich niet erg
druk over de aanwezigheid van deze gast. Blijkbaar zijn ze hier meer
gewoon! Toch zou ik zelf liever niet oog in oog staan met een beer hoe
klein ook; en als ik dan bedenk dat we zojuist enkele keren van en naar
de auto zijn gelopen om onze bagage uit te laden...
In het
stijlvolle restaurant van de Mammoth Mountain Inn hebben we
meteen stof tot napraten. Blijkbaar hebben meer gasten het beertje
gezien; en in de loop van de avond ontstaat er nog enige deining voor
het raam wanneer iemand opnieuw de ongenode gast meent op te merken in
de duisternis van de vallende avond.
Tja,
nu we de waarschuwingen voor ratelslangen en schorpioenen, eigen aan
woestijnachtige gebieden, achter ons hebben gelaten, komen we in het
gebied van de Black Bear! In plaatselijke foldertjes altijd een
hoofdstukje 'be bear aware', met tips wat te doen en te laten mocht een
beer je wandelpad kruisen, of (speciaal voor kampeerders) je tent een
bezoekje brengen. Het lijkt soms wat overdreven; en met het woordje
'caution' wordt kwistig omgesprongen! Maar wie zijn wij - die nog nooit
een beer of een ratelslang in de vrije natuur hebben gezien! - om
daarover te oordelen. Spreekwoorden genoeg om overmoed te temperen!
Ondertussen genieten we van de sfeer, de bediening én het lekkere eten.
Dit is een uitstekend restaurant; wat mij betreft, het beste van de hele
reis. Overzichtelijke porties, prima steaks, een goed Californisch
wijntje...
Het is
wel niet het goedkoopste (we nemen slechts één hoofdschotel en dat kost
ons toch zo'n 120 dollar voor 4 personen), maar een lekkere maaltijd in
een leuk en aangenaam kader is zijn prijs beslist waard!
DAG 14
:
Mammoth Lakes – Bodie – Yosemite NP
zaterdag, 10 augustus
We
komen wat laat op gang. In de Matterhorn, waar we gaan ontbijten,
is het duidelijk spitsuur en duurt het lang voor er eindelijk een
tafeltje vrij komt. Weer een overvloed aan eieren, spek, worstjes,
pancakes, French toast, gebakken aardappelen... We kunnen er opnieuw
voor enkele uren tegen. Nog wat boodschappen gedaan en dan... op weg. Er
staat ons een goed gevulde dag te wachten!
Het is zonnig en warm. Uitstekend weer voor een bezoek aan de grootste
en beroemdste ghost town van Californië:
Bodie.
Dit spookstadje ligt hoog, boven de 2.500 meter, in de oostelijke
uitlopers van de Sierra Nevada.
Het is
één van die typische goudzoekersstadjes geweest, waar samen met het
laatste klompje gouderts helaas ook de leegloop begon. Meer dan een
eeuw geleden was zuidwest Amerika immers in de ban van de goudkoorts.
Een verschijnsel dat de geschiedenis inging als de grote Gold Rush!
We
vervolgen nu onze weg van gisteren, namelijk highway 395, met
veel bos en uitzicht op witte bergtoppen. Schitterend gewoon!
Bij de
afslag naar het Bodie State Historic Park, hebben we nog 13 mijl
te gaan, waarvan de laatste drie over onverharde weg. Dat geeft veel
stof, maar ook het gevoel dat deze plek niet zonder enige moeite te
bereiken is. Een groen glooiend landschap. Bijna geen bomen meer. Het
stadje duikt op als een prentkaart, met houten huisjes en een kerkje
tussen de heuvels van het hooggebergte.

Het
was William S. Bodey die hier in 1859 goud vond. Deze vondst lokte vele
andere goudzoekers en avonturiers naar de hoge Sierra; er ontstond
mijnactiviteit, het stadje begon te groeien en telde rond 1880 al zo'n
10.000 inwoners! Het was één van de ruigste stadjes van het wilde
Westen! Maar toen de mijnen waren uitgeput, wilde niemand meer zo hoog
in de bergen wonen. Bovendien werd een groot deel van de stad door brand
verwoest. In 1932 verlieten de laatste inwoners het gehucht.
Bodie
werd niet gerestaureerd. De resterende gebouwen bevinden zich nu in een
staat van tot staan gebracht verval met indringend resultaat!
Voor
een State Park is de National Parks Pass niet geldig, maar de
toegang bedraagt slechts enkele dollars. Auto's blijven op de voorziene
parking. Hier ook géén cafetaria, benzinestation, souvenirshops...
alleen een handvol vervallen huizen en gebouwen (toch nog meer dan 100
of zo'n 5 % van de oorspronkelijke stad), verspreid over de bergflank.
We
hebben een brochure gekocht, met uitleg en een plannetje van de
'hoofdstraten', leuke foto's en anekdotes.
Persoonlijk houd ik van een plek als deze. Het laat ruimte voor
verbeelding; en levert alleszins fotogenieke plaatjes op! De tientallen
toeristen die er rondslenteren - en daar horen wij uiteraard ook bij!-,
verstoren het effect van verlatenheid, maar beelden uit het
verleden zijn toch nooit ver weg. In een paar huisjes kan je binnengaan
en zien hoe de mensen toen leefden. Of je kan ongegeneerd door de ramen
naar binnen gluren. Hier en daar hangen nog flarden van gordijnen,
versleten of te zware meubelstukken werden achtergelaten, door brand
geteisterde huisraad slingert nog rond...
Het
kleine kerkje (the old Methodist Church) vertelt z'n eigen geschiedenis.
Het kerkhof ligt op een boodscheut. De mijnen wat verderaf zijn niet
toegankelijk.
In één
van de 'betere' gebouwen is een mini-museum ingericht, met gevonden
voorwerpen, kledingstukken, documenten, foto's... Een flardje
geschiedenis. Interessant. Hier kan je eventueel ook een drankje kopen,
of postkaarten... Voor de deur enkele banken om een moment te verpozen
en indrukken op te slorpen.
We
verlaten Bodie. Niet omdat er geen goud meer te vinden is, maar omdat we
vandaag ook nog aan de andere kant van de Sierra moeten geraken!
We
volgen dezelfde route terug en komen zo voor de tweede maal voorbij één
van de oudste meren ter wereld: het Mono Lake. Dit zeer grote
meer is twee en een half keer zo zout als de oceaan en door de daling
van de waterspiegel rijzen uit het water grillige tufsteenpieken op. Dat
geeft het iets bijzonders. We stoppen bij een uitkijkplaats, waar ook
enkele banken en tafeltjes staan, zodat we hier ons laat middagmaal
kunnen verorberen.
Het is
altijd fijn om ergens te kunnen eten waar het tevens aangenaam en mooi
zitten is. En het mag gezegd, de Amerikanen hebben oog voor die dingen.
Goed onderhouden banen, maar meestal ook goed gelegen halteplaatsen.
Reizigers on the road hebben weinig reden tot klagen!
Na
onze sandwiches wandelen we tot aan de rand het meer. Van ver leek het
helder, maar het heeft een donkere, mysterieuze kleur en er dansen
duizenden muggen boven het water. Leen en Stijn roepen in koor dat het
hier 'stinkt'! Daar is wel iets van aan, doch je moet het geheel
bekijken. Aangespoeld zeewier stinkt ook, maar is de zee daarom minder
mooi?
Rond
het Mono Lake zijn trouwens wandelpaden uitgezet, al dan niet met gids;
ook nog diverse activiteiten. Je kan er makkelijk een ganse dag
doorbrengen. Het aanpalende Visitor Center is de place to be voor alle
info. Van hieruit nogmaals een fantastisch zicht op het Mono Lake Tufa!
Informatie over een State Park zoals Bodie, of een State
Reserve zoals het Mono Lake, is eveneens te vinden op de 'California
State Parks' website, opgenomen onder mijn Links.
Via de
Tioga Pass Entrance rijden we het Yosemite National Park
binnen, één van de oudste parken van de VS.
De
Tioga Pass ligt op 3.026 meter hoogte en is daarom enkel tijdens de
zomermaanden open. Vandaag treffen we het bijzonder goed met het weer:
droog, warm, heldere hemel... Kortom, ideaal voor deze route over een
bijzonder mooie bergpas.
Aan de
inkom krijgen we deze keer niet enkel de gebruikelijke folders met
parkinformatie, maar ook een pamfletje dat waarschuwt:
"Warning!
You are
entering active bear country! Last year, bears damaged hundreds of cars,
tents, and backpacks searching for food."
Gevolgd door een hele reeks tips.
"However,
bear damage and confrontations are still possible even when you follow
all the guidelines!"
De
kans dat wij een beer tegen het lijf zullen lopen is echter bijzonder
klein; door het strakke tijdschema zit een berg- of boswandeling er niet
in. Wij houden het bij enkele korte stops; toch even genieten van de
adembenemende Tuolumne Meadows, het grootste alpine moerasgebied
van de Sierraketen, aan de Tuolumne River. Lieflijk zijn ook de vele
kleine meertjes in een decor van groen en ongenaakbare bergtoppen.
Voor
trekkers is dit vast een paradijs! Let wel, voor een meerdaagse tocht is
een zogenaamde 'Permit' vereist.
De
Tioga Road doorkruist Yosemite van oost naar west. Onderweg een paar
plaatsen waar gecontroleerde branden een surrealistisch landschap hebben
achtergelaten: zwartgeblakerde boomskeletten tussen nieuw opschietend
groen. Bij het afdalen naar Yosemite Valley vinden de kinderen
het wat saai worden. Zij hebben voorlopig genoeg dennenbomen en
natuurschoon gezien! Het wordt ook steeds drukker. Misschien omdat het
weekend is? De meeste toeristen stromen bovendien allemaal samen in deze
vallei, die niet groter is dan zo'n 18 km². Slechts een zeer klein
stukje van het park dus, maar Yosemite Valley is beroemd om zijn
watervallen, imposante rotsformaties, loodrechte granietkliffen...
Hier
ook weer een 'village' met volledige toeristische infrastructuur
(lodges, winkels, postkantoor, visitor center, enzovoort). Wij hebben er
echter voor gekozen om niet in dit al té toeristische (én dure!) dal te
overnachten, maar wel even buiten het park in het plaatsje Oakhurst,
op een aantal mijlen van de South Entrance.
Dat
betekent dat we nu nodig moeten opschieten, want het is al laat in de
namiddag. We zitten nog een hele poos tussen de naaldbomen, en zijn nu
écht wel overtuigd van de uitgestrektheid van Yosemite!
Wanneer we rond 19 uur kunnen inchecken in de Best Western Yosemite
Gateway Inn, zijn we toch weer blij onze hotels op voorhand geboekt
te hebben. Geen tijdverlies met zoeken. We kunnen meteen naar onze
kamer, nemen een douche of bad en besluiten om in het nabijgelegen
Viewpoint restaurant te gaan eten. Het is er best lekker, met als
voorgerechtje een slaatje van het buffet.
Daarna gezellig op bed TV kijken met nog een drankje.
En dan
heerlijk slapen want tomorrow there will be another day!
DAG
15
:
Yosemite – San Francisco
zondag,
11 augustus
Om 9u
gaat de dag van start. We ontbijten terug in het Viewpoint restaurant
en deze keer neem ik eens pannenkoekjes en vers fruit. Daarna de bagage
inladen, nieuw ijs in de frigobox, uitchecken. Het wordt routine. Op weg
naar Yosemite National Park nog een stop bij een kleine market voor de
gebruikelijke boodschappen. Voor de eerste maal wordt mij, bij het
uitschrijven van een travellercheque, gevraagd naar mijn identity.
Tot nog toe straalde ik blijkbaar genoeg vertrouwen uit om zonder bewijs
van identiteit met cheques te kunnen betalen en cash wisselgeld terug te
krijgen. Dit in tegenstelling tot Eddie, die áltijd zijn
identiteitskaart (of reispas, of rijbewijs, als er maar een handtekening
op staat) moet bovenhalen! In feite is dat vrij normaal, doch zoals
gezegd, zelf heb ik het maar eenmaal meegemaakt.
Bij het binnenrijden van Yosemite langs de South Entrance zitten
we meteen goed voor de afslag en korte rit naar de
Mariposa Grove of
Giant Sequoias.
Dit bos, met een 500-tal mammoetbomen waaronder vele die meer dan 2000
jaar oud zijn en 75 meter hoog, willen we zeker zien. We hebben geluk
dat de toegangsweg naar de Grove nog open is voor auto's, want
ééns de parking vol wordt deze (tijdelijk) gesloten, en kan je alleen
nog met de shuttlebus dit deel van het Nationaal Park bezoeken.
Bij de
parking staan al enkele van deze gigantische bomen, verwant aan de
Redwoods (die nóg hoger worden!). Langs verschillende wandelpaden kan
men dieper het bos intrekken. Er rijdt ook een open treintje, dat een 8
km lange route volgt tot de Upper Grove. Wij beperken ons tot de
Lower Grove. Een mooi pad voert voorbij de 'Fallen Monarch', een
sequoia die volgens biologen reeds een paar eeuwen geleden is
omgevallen, en in 1899 werd gefotografeerd met een gánse cavalerie
soldaten op de stam.
Dit
ter illustratie van de grootte! Op deze boom mag je nu niet meer
klimmen, maar een foto nemen bij de reusachtige wortels kan wel.
Alleszins opmerkelijk zijn ook de 'Grizzly Giant', 2.700 jaar oud, en de
'California Tunnel Tree', waar doorheen in 1895 een tunnel werd gekapt
groot genoeg voor een postkoets.
Het is
aangenaam wandelen in het bos; hier en daar kan je wat uitleg opsteken
van een ranger, die als gids toeristen rondleidt. Opvallend is het
enthousiasme waarmee deze mensen over hún park praten én over deze bomen
in het bijzonder. Je kan de wandeling zo groot of zo klein maken als je
zelf wil. Geregeld zien we weer speelse 'squirrels'.
Er
staan natuurlijk nog andere bomen in dit bos, maar de sequoias haal je
er gemakkelijk tussenuit: door hun omvang en rijzige stammen stralen ze
een zekere fierheid uit!
Na het
verlaten van de Mariposa Grove rijden we richting Valley.We komen zo
voorbij de route naar Glacier Point, maar moeten deze helaas
laten voor wat het is. Dit ommetje zou ons teveel tijd kosten. Even vóór
Yosemite Village opent de vallei zich en is er een zeer mooi
uitkijkpunt: 'Tunnel View', met een fantastisch zicht op de omliggende
bergen, zoals de Half Dome, Sentinel Rock en de
Cathedral Rocks, maar vooral op El Capitan, een 2.307 meter
hoge granieten monoliet!

In de
vallei zelf zijn er enkele goed gelegen picknickplaatsen, zoals o.a.
'Sentinel Beach' aan de Merced River, waar wij onze middagstop
houden.
Een
ruime plek onder de bomen, vrij rustig. Het is warm en een fris pintje
zint mij wel! Wanneer je echter in het openbaar - dus ook op een plek
als deze - een blikje bier wil opentrekken, dan kan dit alleen op
voorwaarde dat je het blikje of flesje niet ziet; door het bijvoorbeeld
in een bruine papieren zak te wikkelen. In winkels worden alcoholische
dranken trouwens altijd apart in zo'n zak verpakt. En voor jongeren
onder de 21 is alcohol al helemaal taboe! Eigenlijk is het gek te
bedenken dat zowat iedereen hier wel een wapen op zak mag hebben, maar
dat het verboden is om met een paar onverpakte pilsjes de supermarkt uit
te wandelen!
Vooraleer Yosemite National Park te verlaten, nog een halte in de buurt
van de
Yosemite Falls,
de
hoogste watervallen van Noord-Amerika. Volgens reisgidsen onvergetelijk:
het water stort zich van 740 meter hoogte in twee etappes omlaag, de
Upper Yosemite Fall en de Lower Yosemite Fall. Het is niet
gemakkelijk om een vrije parkeerplaats te vinden, want het is
ondertussen behoorlijk druk. Het pad naar de watervallen is in mijn ogen
té: te gekunsteld, te voorspelbaar, te breed, te aangelegd... het lijkt
wel een oprijlaan naar één of ander paleis. Over het plaveisel slenteren
drommen toeristen naar de beroemde watervallen, maar... in deze tijd van
het jaar moet je al héél goed kijken om nog een straaltje water te
bespeuren! Slechts een klein beetje water sijpelt nog langs de rotswand
naar beneden. Alleen de losgewoelde rotsblokken en keien, op de nu droge
rivierbedding, laten vermoeden dat het hier in andere jaargetijden
heftig kan toegaan.
Persoonlijk kijk ik met gemengde gevoelens terug op Yosemite NP. De hoge
Sierra vind ik prachtig, het sequoia-bos beslist de moeite waard, maar
de vallei is mij te druk. Wellicht kun je in dit nationaal park
fantastische tochten maken, maar dan moet je hier minstens enkele dagen
blijven. Wij trekken verder.
Highway 140
gaat via El Portal over Merced. Na al dat boomgeweld komen
we in een totaal ander landschap. Kilometers en kilometers, of beter
gezegd: mijlen en mijlen, gele heuvels met een paar eenzame boerderijen.
Geen koeien of paarden, alleen geel grasland. Het lijkt wel savanne.
Het is ongeveer een goeie vier uur rijden tot
San Francisco.
Naargelang we naderen verstedelijkt de omgeving. De banen worden breder
en drukker. De dag is voorbij wanneer we via de lange
Oakland Bay Bridge
de stad binnenrijden. De skyline zwemt in mistwolken. Deze typische
oceaanmist trekt in grote flarden over de baai en verder landinwaarts.
Van ver gezien is het een hallucinant zicht. Maar eens in de stad zijn
we hiermee ook de avondzon kwijt!
In
tegenstelling tot Los Angeles is San Francisco een compacte stad. Wel
veel éénrichtingsverkeer. Maar zonder al te veel problemen vinden we het
Ramada Plaza Hotel, vlakbij het Civic Center, op Market
Street. Om onze auto te parkeren (20 dollar/nacht!) moeten we aan de
achterzijde van het hotel zijn en dat straatje doet mij denken aan de
stegen die je vaak in Amerikaanse films ziet met typische brandtrappen
en grote vuilnisbakken. Een portier houdt hier echter een oogje in 't
zeil. De hotelparking is helaas reeds vol. Daarom eerst inchecken, onze
bagage uitladen en dan op een nabijgelegen parking (even duur!) de auto
stallen.
Wanneer we uitstappen, schrikken we van de koude! Een paar uur geleden
waren we nog blij met elk streepje schaduw, maar nu bibberen we zowat
uit onze shorts en T-shirts. Deze kilte zijn we niet meer gewend!
Het
Ramada Plaza is een groot hotel. Niet modern, maar met ouderwetse
flair en eigenlijk wel stijlvol. Onze kamer is, in vergelijking met
vorige hotels, eerder klein en de badkamer zelfs piepklein. Gelukkig is
er een soort 'kastkamertje' waar we onze bagage in kwijt kunnen; alles
is ook erg netjes. We trekken warmere kleding aan. Blijft de vraag: waar
gaan we eten? Het restaurant aan ons hotel heeft een beperkte én dure
kaart!
Om nog
de stad in te trekken, hebben we weinig zin: we zijn moe, het is koud,
het wordt donker en... er lopen wel érg veel zwervers rond in deze
buurt. Wellicht doen ze geen vlieg kwaad, maar een gevoel van onbehagen
is hoe dan ook niet weg te cijferen. Aan de overkant van de straat is
een Burger King en dat hebben we nog niet uitgeprobeerd,dus...
We
laten onze bestelling inpakken, want het is er niet bepaald gezellig om
zitten; ook hier een nogal haveloos publiek.
In
hotels maken ze er trouwens geen punt van dat gasten in- en uitlopen met
boodschappen; en op kleding wordt al evenmin veel gelet. Het gaat er in
het algemeen veel informeler aan toe dan bij ons.
Zodoende eten wij even later, op onze kamer, smakelijk onze
fastfood-maaltijd, TV-kijkend. We vernemen dat vandaag de Golden Gate
Bridge afgesloten is geweest, omdat er (weer eens) gevreesd werd
voor een terroristische aanslag. Overdrijven ze niet een beetje? In elke
nieuwsuitzending is 'de strijd tegen het terrorisme' het hoofditem. Wat
er in de rest van de wereld gebeurt, is slechts bijzaak.
Wanneer ik uit het raam van onze kamer kijk, laat ik indrukken, geluid,
mist, donkerte en verlichting, het geheimzinnige van een ongekende stad
op mij inwerken. Morgen gaan we op verkenning. Is San Francisco zo mooi
en boeiend als wordt verteld?
DAG
16
:
San Francisco
maandag, 12
augustus
Om
geen tijd te verliezen, ontbijten we in het tamelijk dure restaurant
naast de lounge van ons hotel. Hier geen overdreven porties. Integendeel
zelfs. Eddie bestelt een 'continental breakfast' en krijgt welgeteld één
croissant met een fruitsapje en koffie. En verder geen toespijs ofzo hé!
Dit is wel even ánders dan al die overvloed van de voorbije twee weken!
We
hebben slechts één dag om San Francisco te bezoeken, dus moeten we
proberen om er het maximum uit te halen. Dat we daarbij niet verder
komen dan de klassieke, toeristische trekpleisters is misschien jammer,
maar langs de andere kant ongetwijfeld een niet te missen begin!
Het is slechts een tiental minuutjes lopen tot Powell Street,
waar zich een draaihalte bevindt van de wereldberoemde
cable car.
Er staat al een korte 'file' toeristen aan te schuiven. We kopen tickets
(erg mooie!) en sluiten aan. Gelukkig is het zonnig en droog, maar wel
frisjes. We kunnen onze truien goed gebruiken.
De
kabeltram is een transportmiddel uit 1873; nu zijn er nog drie lijnen in
gebruik. Waar wij staan is de cable car turntable, of de
draaischijf die nodig is om de trams bij de begin- en/of eindhalte te
keren. Als alle passagiers zijn uitgestapt, wordt de tram op de schijf
geduwd en met de hand omgedraaid. Het is een eenvoudig maar goed bedacht
systeem.
Stijn
en Eddie belanden ergens vooraan in de kabeltram en in een flits zie ik
hoe Stijn aan zo'n stang buitenboord hangt met de videocamera in de
aanslag; Leen en ik staan op het achterplatform. Ideale plek om foto's
te nemen. Deze lijn van de cable car gaat over twee steile heuvels:
Nob Hill en Russian Hill. De straten van San Francisco
slingeren zich trouwens op en neer tussen meerdere heuvels, waarvan
sommige bijzonder steil zijn! Tijdens de rit doorkruisen we reeds een
aantal pittoreske wijken.
San
Francisco was vroeger, vóór de grote Gold Rush, niet meer dan een
strategisch punt voor de Spanjaarden, met een handvol inwoners rond het
garnizoen en de missiepost. Toen echter in de nabije bergen goud werd
gevonden, stroomden migranten uit alle uithoeken van de wereld toe en
steeg de bevolking spectaculair! De stad werd belangrijk voor de
proviandering, handel en transport. De houten huizen en barakken
verspreidden zich over de heuvels. Bij de aardbeving in 1906 verbrandde
het grootste deel van de stad, maar de groei was niet te stoppen...
We
stappen uit aan Lombard Street, vooral bekend omwille van dat ene
steile stukje dat werd aangelegd met acht bochten. Alleen op deze manier
kunnen auto's de helling af. Ze zigzaggen stapvoets naar beneden. Voor
de voetgangers is er een trap. Dit 'bochtigste straatje ter wereld' is
mooi aangelegd, met veel bloemen en lage heggen; een groene slalompiste!
Het
eindje wandelen tot de waterkant met z'n vele pieren gaat gelukkig
bergaf. We komen uit bij de Hyde Pier, waar verscheidene oude
schepen liggen aangemeerd. Deze verzameling maakt deel uit van het
San Francisco Maritime National Historic Park; sommige boten kan men
bezichtigen. Wij beperken ons tot een wandeling over de pier, met
prachtig uitzicht over de baai en het pelikaneneiland Alcatraz.
Een trip naar deze voormalige maar vooral beruchte gevangenis hebben wij
niet gemaakt. Daar moet je immers enkele uren voor uittrekken en zoveel
tijd hebben wij niet op overschot. Misschien een gemiste kans?
In
deze buurt bevinden zich eveneens een aantal mooie winkelcentra in oude
verbouwde fabrieken, zoals The Cannery (ooit conservenfabriek) en
Ghirardelli (voormalige chocoladefabriek); The Cannery staat nu
in de steigers omdat er in het voorjaar een hevige brand heeft gewoed.
Maar winkelen staat evenmin op ons programma.
Met de
bus rijden we tot de noordwesthoek van het Presidio Park,
waar The Golden Gate Bridge de oversteek maakt naar Marin
County; de brug verbindt daarmee de twee schiereilanden die de
natuurlijke ingang vormen tot de San Francisco Bay. Het is er
tamelijk druk, maar toch niet overrompelend. Zoals te verwachten liggen
de baai én de brug gedeeltelijk in de mist. Maar het is fantastisch om
hier te staan en met eigen ogen dít beroemde Amerikaanse symbool te
aanschouwen. De Golden Gate is nochtans niet de oudste, noch de
spectaculairste van de vijf bruggen die de stad telt, maar wel de meest
gracieuze én de meest opvallende dankzij die oranje-rode kleur!

We
lopen de brug over. De lengte bedraagt 2,7 km, de overspanning 1.280
meter. De rijstroken voor auto's en het pad voor voetgangers (dit
laatste uitsluitend overdag toegankelijk) liggen 67 meter boven het
water. De wandeling biedt dan ook geweldige uitzichten. Vandaag blijft
de skyline van San Francisco door de mistflarden helaas erg vaag; én het
is hier venijnig kil! De wind heeft vrij spel en de zon priemt slechts
af en toe door de nevel. Toch geeft het stappen over de brug de
voldoening van een unieke ervaring. Je voelt de trilling, je ziet de
enorme pijlers en staalkabels van ruim één meter dik, je bént hier
gewoonweg!
Na
deze fikse heen-en-weer wandeling, nemen wij terug bus 28. Omdat we
natuurlijk het traject niet kennen, ontdekken we pas na 10 of 15 minuten
dat we de verkeerde richting uitgaan. Dat wordt overstappen. Geen ramp,
zo zien we een extra stukje van de stad.
In de
straatjes van Fisherman's Wharf veel kleine restaurants,
kraampjes, kitscherige winkeltjes...
Eens
was dit de plek waar vissers uit Genua en Sicilië zich vestigden en waar
de visindustrie van San Francisco begon; nu probeert men vooral
toeristen binnen te halen. Visstalletjes met grote, verse krabben,
kennen alvast veel bijval. Langs de straat wordt overal in potten en
pannen geroerd. Omdat ondertussen de honger ook bij ons flink begint te
knagen, zoeken we een vrij tafeltje. Buiten op de stoep zijn de
tafeltjes echter schaars, maar het lukt ons een plekje te vinden;
weliswaar te midden van de drukte doch dat hoort hier bij de sfeer. Er
blijken ook busjes rond te rijden die er nét zo uitzien als cable cars.
Natuurlijk worden ze niet ondergronds voortgetrokken door stalen kabels
en ze rijden ook niet op een vast spoor. Een beetje nep dus!
Het
hart van Fisherman's Wharf is uiteraard Pier 39. Het is er
gezellig met straatoptredens en ambiance. Aan het einde van de pier
liggen tientallen logge zeeleeuwen op houten aanlegsteigers. Het stinkt
er verschrikkelijk, maar dit is dé attractie die hoort bij Pier 39. De
zeeleeuwen worden als echte sterren doorlopend gefotografeerd!
We
zien een vlucht pelikanen voorbij vliegen... de ferry die naar het
grijze Alcatraz vaart... boten die door de baai stomen...
Aan de
andere kant van de pier een schitterend uitzicht op de jachthaven en de
stad met de Transamerica Pyramid, die met z'n 260 meter het
hoogste gebouw is, gelegen in het Financial District.
We
wandelen voorbij kleurrijke fruitstalletjes; bij ons te vinden op elke
markt, maar hier eerder uitzonderlijk. Ze vallen ons meteen op!

San
Francisco verkennen, dat is stappen. Met een grote boog gaan we nu via
The Embarcadero naar Filbert Street, één van de steilste
straten van de stad! Langs de oostelijke kant van de heuvel gaat de
straat over in trappen. Deze Filbert Steps brengen ons tot boven
op Telegraph Hill, voorbij knus gerestaureerde huisjes, wild
begroeide muren, bloemen, prachtige kijk op de Oakland Bay Bridge. Dit
is weer een heel ánder San Francisco. Ik heb de trappen niet geteld,
maar het waren er veel, zeer veel! Een prima conditietest!
Op het
topje van de heuvel, staat de Coit Tower, een betonnen zuil die
een excentrieke filantrope in 1933 heeft laten bouwen als eerbetoon aan
de brandweer van de stad. In de toren muurschilderingen gemaakt door
toenmalige, werkloze kunstenaars (niet bijzonder) en een souvenirshop.
Je kan met een lift naar het observatieplatform, maar dat is vrij duur
en eigenlijk heb je aan de voet van het bouwwerk ook al een spectaculair
zicht over de stad. We nemen de tijd om even uit te blazen.
Aan de
westkant van de heuvel heeft Filbert Street geen trappen, maar
gaat het behoorlijk schuin. Wij zijn blij dat we niet bergop maar bergaf
moeten! Voor de bewoners is dit klimmen en dalen echter dagelijkse kost,
chapeau!
De
namiddag is al aardig opgeschoten. Eigenlijk willen we nog naar
Chinatown, maar dat loopt anders. Om te beginnen, blijkt het
onmogelijk te zijn om de kabeltram, die door Chinatown gaat, aan de
geplande tussenhalte te nemen. De overvolle trams rijden immers doodleuk
door!
Dus
hebben we de keuze: ofwel te voet naar Chinatown, maar dat is over twee
heuvels (!); ofwel wandelen we naar het beginpunt van deze lijn en
schuiven daar aan in de rij. Dat laatste wint het pleit. Bovendien zien
we een tweede ritje in dit 'rijdend monument' wel zitten. Dit kun je
alleen in San Francisco!
Aan de
draaischijf staat al een heuse file! Ik denk dat het wachten ons toch
wel 45 minuten heeft gekost! Ondertussen is de zon definitief achter
avondwolken verdwenen.
We
zitten nu op één van de banken vooraan, vlak bij de gripman die
met veel show de 'grijper' (op de kabel) en de rem bedient. Een stukje
stad flitst nog eens aan ons oog voorbij. En bij Stijn wel erg
letterlijk, want hij krijgt een stofje in zijn oog, en vermits hij
lenzen draagt, heeft hij de pech dat het blijkbaar achter z'n lens
blijft zitten en begint te irriteren. Omdat hij er behoorlijk last van
heeft, besluiten we om niet af te stappen in de buurt van Chinatown;
maar door te rijden naar de eindhalte op Market Street, ons beginpunt
van deze ochtend. Het is trouwens al 19 uur en er valt weer een grijzige
kilte over de stad. De dag is omgevlogen!
Maar
daarmee valt ook ons vage plannetje om in Chinatown, of op Union Square,
iets te gaan eten in duigen. En op weg naar ons hotel komen we zo goed
als geen restaurants of winkels meer tegen. Wel weer veel daklozen en
haveloze figuren. Sommigen met hun hele hebben en houden in een
winkelkarretje. Wie hier uit de boot valt, moet zich op straat zien te
redden. Overleven. Afhangen van liefdadigheid. Het contrast tussen arm
en rijk is in ieder geval erg groot.
Eens
in ons hotel en het probleem van de lenzen opgelost, moeten we
natuurlijk nog wat te eten vinden. In de koffieshop naast ons hotel zijn
belegde broodjes te krijgen. Niet meteen onze eerste keuze, maar op dit
moment het meest voor de hand liggende. Market Street is immers geen
buurt die uitnodigt om 's avonds nog een wandelingetje te maken.
Eigenlijk is één dag te weinig voor een fascinerende stad als San
Francisco. Wij hebben maar een paar hoekjes gezien. Toch genoeg om er
met enthousiasme op terug te blikken en de deur op een kier te houden!
DAG 17
: San Francisco – Santa Barbara
dinsdag, 13 augustus
Naargelang de vakantie vordert, vertraagt blijkbaar ook ons ritme! Leen
en Stijn geraken al wat moeilijker uit hun bed, we blijven wat langer
aan de ontbijttafel hangen... Nochtans, we hebben vandaag een tamelijk
lange rit voor de boeg: 340 mijl.
We
verlaten San Francisco via de Interstate 280, doorheen
verscheidene voorsteden en langs Silicon Valley, sinds de jaren
'70 wereldcentrum van de computerindustrie. Tegen de middag zijn we in
Monterey, eens de Spaans-koloniale hoofdstad van Californië.
Halverwege de 19e eeuw verhuisde de Californische regering echter naar
Sacramento, maar Monterey bleef een levendig en aantrekkelijk stadje. We
stoppen bij het Visitor Center voor wat informatie over de streek. In
een nabijgelegen market slaan we een 'laatste' voorraad broodjes, beleg,
koekjes, fruit en drank in.
Aanvankelijk wilden we hier ook de 17-Mile Drive rijden, maar we
moeten onze plannen bijsturen. De dag is al een eind gevorderd en een
overhaaste rit heeft weinig zin. Ik had anders wel eens graag de Lone
Cypress gezien; de meest gefotografeerde boom ter wereld, die
eenzaam op een rots over de oceaan uitkijkt!
Vanaf Monterey nemen we Highway 1,
de kustweg door een ongelooflijk mooi en ruig landschap. De schrijver
Robert Louis Stevenson noemde dit gebied: de mooiste ontmoeting
tussen land en zee ter wereld!
Aan de ene kant ligt de Pacific met
stranden, baaien en klippen, aan de andere kant heeft men de bergen. Het
grootste gedeelte van de kust tussen Monterey en San Luis Obispo is
trouwens opgenomen in State Parks.

Even voorbij Carmel houden we een
picknick-pauze op het strand. Het is een prachtige baai, weinig volk,
fantastisch zicht op de branding van de oceaan. Hoge golven spatten
uitéén op rotsblokken en rollen schuimend het strand op. Zwemmers of
surfers zie je hier nergens. Waarschijnlijk te gevaarlijk én ook wel erg
koud water! Mist komt en gaat. Helemaal helder is het niet. De
weerkundige uitleg weet ik niet precies, maar deze nevel zou typisch
zijn voor de zomermaanden.
Ik zou op deze plek best een paar uren
kunnen blijven, genietend van de rust, het geruis van de golven, de
natuurlijke schoonheid...
We moeten echter verder, want Highway 1
nodigt niet alleen uit om veel te stoppen op verbluffende View Points,
maar schiet door de vele bochten ook traag op!
Tussen Carmel en Big Sur rijden we
over de Bixby Creek Bridge, een fotogenieke boogbrug uit 1932,
die jarenlang de grootste enkelvoudige overspanning ter wereld was.
De kustlijn van Big Sur is trouwens één
van de mooiste stukken langs Highway 1. Heel speciaal is onder andere de
McWay Creek-waterval, die zich van een 30 meter hoge kaap op het
strand stort. Vermits dit beschermd gebied is, kan je er wel niet heel
dichtbij. Een aangelegd wandelpad geeft echter een goede kijk op dit
idyllisch stukje strand; een pittoreske inham; vogels die komen drinken
aan het neerstortende water en opfladderen wanneer golven aanrollen.
Nabij het dorp San Simenon kan je
ook het beroemde Hearst Castle bezoeken, gebouwd door
mediamagnaat en miljonair William Randolph Hearst. Voor toeristen worden
rondleidingen georganiseerd. Ons interesseert dit kasteel, in
Amerikaans-Spaanse stijl met z'n 165 kamers en parktuin, minder.
Amerikanen schijnen er nochtans dol op te zijn, en wegens de grote
toeloop moet men dan ook tijdig reserveren. Maar zoals gezegd: ons kan
het niet boeien en bovendien is deze dag sowieso al te kort!
Hier en daar zien we nog groepjes
pelikanen! Alleen jammer dat de zon er bijna niet meer doorkomt. De mist
hangt als een sluier over de oceaan.
In Morro Bay verlaten we
Highway 1 en nemen verder de Interstate 101 tot Santa
Barbara, onze eindbestemming voor vandaag. Dat betekent toch nog een
goeie 2 1/2 uur rijden. We proberen wat op te schieten, want de
zomeravond valt hier vroeg en om 20u is het al donker!
Dit laatste stuk is er eigenlijk wat te
veel aan, maar bij de voorbereiding van zo'n reis is het soms ook erg
moeilijk om goed in te schatten wat je op een dag allemaal wil zien en
doen en hoe je daarbij met de beschikbare tijd omspringt. Misschien was
het beter geweest om een halte vroeger te boeken?
Om 20u45 komen we toe in de Best
Western Pepper Tree Inn, helemaal gebouwd in Spaanse stijl. Zo laat
zijn we nog nooit geweest, maar er wacht ons een erg ruime en
comfortabele kamer én... enkele kleine attenties zoals een schaaltje met
vers fruit en een krant! Dit is een motel met stijl, twee prachtige
zwembaden, vriendelijke receptie. We laden snel onze bagage uit, want in
het aangrenzende restaurant wordt nog nét bediend. Een warme hap, een
warme douche en dan heerlijk vanop ons bed TV kijken, met een drankje
bij de hand. Programma's waarin de één of andere 'priester' in naam van
God 'mirakels' verricht, blijken hier nogal in trek te zijn. Wat een
show! Leen ligt bijna dubbel! Voor ons een grappige noot, maar
Amerikanen denken daar toch anders over. Althans, als je ook mag afgaan
op het aantal kerkgebouwen dat je hier overal aantreft, zelfs in de
kleinste dorpen.
Het was weer een dag boordevol nieuwe
impressies, beelden om nooit meer te vergeten. We vallen als een blok in
slaap!
DAG 18
:
Santa Barbara
woensdag, 14 augustus
We
hoeven ons helemaal niet te haasten. Vandaag en ook morgen hebben we
immers uitgetrokken om uit te blazen van de rondreis. Voor Leen en Stijn
betekent dit: uitslapen, aan het zwembad liggen én shoppen! Wij willen
echter wel iéts meer zien van het stadje.
Nergens in de streek is de Spaanse erfenis zo goed merkbaar als in Santa
Barbara! Vooral in het downtown's Historic Arts District, met
leuke winkeltjes, galerijen, kleine restaurants én terrasjes! De meeste
huizen zijn in Spaanse stijl opgetrokken, met rode pannendaken; veel
bloemen en palmbomen. Niet zo echt Amerikaans allemaal, maar gezellig!
Ons
hotel is iets buiten het centrum gelegen, zodat we de auto nodig hebben
om ons te verplaatsen. Bij het verlaten van onze kamer al meteen twee
prettige verrassingen: 1) de krant ligt voor de deur, 2) de autoruiten
werden gratis en voor niks gewassen; achter de ruitenwisser een kaartje
with compliments of te Pepper Tree Inn. Een aanrader,deze Best
Western!
In de
voormiddag verkennen Eddie, Leen en ik de Paseo Nuevo, een web
van autovrije winkelstraatjes, met merken als 'Gap', 'American Eagle
Outfitter', 'Armani'... En natuurlijk wordt er ook weer wat gekocht! Dat
hoort nu eenmaal bij vakantie!
Op de
middag willen we wel eens zo'n Mexicaans eettentje uitproberen. Omdat ze
er echter geen visa, noch travellercheques accepteren, moeten we eerst
wat cash bijtanken. Terwijl Leen en ik op een bankje in het zonnetje
blijven wachten, gaat Eddie naar de Bank of America om enkele
cheques in te ruilen. Dat duurt en blijft duren. Wanneer hij
uiteindelijk opdaagt, blijkt dat het tonen van identiteitspapieren bij
deze bank alvast niet voldoende was; er werden ook nog vingerafdrukken
genomen! En dat allemaal voor amper 100 dollar! Is dit om te lachen of
te huilen? Wij kunnen er in ieder geval om lachen en voegen deze
anekdote bij al die andere leuke reisherinneringen!
Leen
en ik bestellen een taco. De vulling van deze gevouwen
tortilla kun je zelf kiezen. Het ziét er allemaal even smakelijk
uit, dus doen we een gokje. Mijn keuze valt spijtig genoeg nogal
'vettig' uit; terwijl Leen na twee happen van haar taco al drie glazen
water nodig heeft omdat het ontzettend pikant is! Niet echt een
meevaller.
Wanneer Stijn ziet welke leuke broek en trui ons Leen gekregen heeft,
spijt het hem al een beetje dat hij niet mee geweest is. Maar morgen
komt er nog een dag en kan hij wellicht ook zijn slag slaan.
Opvallend in deze modewinkels zijn de pascabines die, in tegenstelling
tot onze (vaak) benepen hokjes, echte kleedkamertjes zijn! In Amerika
is alles nu eenmaal wat groter! Of misschien hebben de mensen een
maatje meer, hoewel... het gezegde dat "Amerikanen dik zijn" moet ik
toch tegenspreken. Sommigen zijn struis, ja. Maar het merendeel, zeker
in een staat als Californië met z'n strandcultuur, ziet er net zo uit
als de doorsnee Europeaan. Slank. Mollig. Een beetje van alles dus.
Ook
wat betreft kleding, heb ik de indruk dat het felle Hawaïhemd of de
onmogelijke combinaties achterhaald zijn. Je vindt hier trouwens
tamelijk veel merken die bij ons eveneens in de rekken hangen; wat niet
meteen wil zeggen dat de stijl identiek is. Smaken zullen altijd wel
enigszins blijven verschillen.
In de
namiddag gaan Eddie en ik terug op stap; Stijn en Leen blijven luieren
aan het zwembad.
Eerst
rijden we tot aan de Old Mission Santa Barbara, de enige
missiepost in Californië die sinds zijn vestiging, in 1786, in gebruik
is gebleven. Het waren de Franciscaner paters die in 1769 vanuit San
Diego langs de kust begonnen met de bouw van 21 missieposten, telkens op
een afstand van ongeveer 30 km (of een toenmalige dagreis) van elkaar.
De missiepost van Santa Barbara was de tiende in de rij. Ze werden
gebouwd met de bedoeling de 'heidense' indianen te bekeren. Meer dan
eens werd de missie getroffen door een aardbeving, maar telkens opnieuw
opgebouwd of hersteld volgens het oorspronkelijk ontwerp.

De
Santa Barbara Mission ligt tegen de heuvels in het bovenste gedeelte
van de stad, tussen groen en met een wijds uitzicht over de
benedenstad en de Grote Oceaan. Die paters wisten hun plekje wel te
kiezen! Binnen kan je ook een paar kamertjes bezichtigen, maar dat stelt
niet zoveel voor en is vooral toegespitst op de verkoop van eigen (?)
werk en souvenirs.
Via
State Street rijden we vervolgens naar het strand en de pier.
Langs deze hoofdstraat én z'n zijstraatjes tal van kleine
kunstgalerijen, winkeltjes met leuke snuisterijen, restaurants...
We
geraken de auto makkelijk kwijt op een betaalparking en lopen het
laatste eindje tot het strand. Dat strekt zich breed voor ons uit, maar
met opvallend weinig zonnekloppers. Door de oceaanbries is het
natuurlijk ook niet écht warm! Ideaal voor de jacht- en zeilboten.
We
wandelen eerst de pier af. Hier geen kermisdrukte zoals op de pier van
Santa Monica, maar wél enkele giftshops, een paar restaurants én een
parking! Wie rijdt er nu in godsnaam met z'n auto een houten pier op?
Wij voorlopig nog niet, maar als we de menukaart van het Moby Dick
Restaurant bekijken, lijkt het ons wel een leuk idee om hier
vanavond te komen eten. Het restaurant is prachtig gelegen boven het
water. Op de prijzen letten we even niet. Dit is ten slotte onze
voorlaatste avond!
Op het
einde van de pier, in volle wind, is het in T-shirt en short wel erg
frisjes en dus keren we terug naar de wandelboulevard naast het strand.
We lopen door tot de jachthaven. In één van de reisgidsen had ik gelezen
dat hier de legendarische Moreton Bay vijgeboom staat, een
zeer oude boom geplant in 1877. Wij hebben hem echter niet gevonden.
Tijd
voor een kopje koffie. Op State Street pikken we een terrasje uit. Het
is er aangenaam verpozen, alleen wordt die koffie weer geserveerd in
wegwerpkopjes!
's
Avonds gaan we dus tafelen in het Moby Dick Restaurant, waar we
een mooi plekje krijgen aan het raam, met uitzicht over het water, de
boten, de ondergaande zon... Dat laatste is bloedmooi! Aan het tafeltje
naast ons neemt men er foto's van. Ik had het ook moeten doen.
We
eten lekker én duur. 127 dollar. Maar we hebben er dan wel een
ontzettend mooie zonsondergang bijgekregen!
DAG 19
: Santa Barbara – Los Angeles
donderdag, 15 augustus
Vandaag willen we nog een laatste keer in een Denny's ontbijten.
Vlak bij ons hotel is er één, dus lang moeten we niet zoeken. Ieder van
ons bestelt zowat naar gewoonte z'n favoriete ontbijt. Zelf heb ik
tijdens deze reis heel veel eiergerechten met krokant gebakken spek en
toast gegeten. Soms al eens afgewisseld met pannenkoekjes, zeg maar
pannenkoeken, niet groot maar dik, dus je zit meteen vol!
En nu
ik het toch over het eten heb: in het algemeen zijn wij niet echt
kieskeurig, maar hier in Amerika hebben wij eigenlijk vrij eenzijdig
gegeten. Enerzijds omdat het zoeken naar restaurants geen prioriteit
was; anderzijds omdat we gewoonlijk ook op veilig speelden, door iets te
bestellen waarvan we op voorhand wisten wat we ongeveer konden
verwachten. Zo werd het 's avonds veelal pasta of een steak. Wat dat
laatste betreft: de steaks zijn hier werkelijk uitstekend! Altijd prima
gegrild zoals gewenst.
Verder
kochten wij voor onze picknick een soort zachte sandwiches, kaas,
chocolade, bananen en appelen, koekjes...
De
meeste winkels die wij op onze route aandeden, hadden trouwens weinig
meer te bieden, vooral wat betreft verse waren. Maar nogmaals: wij
hebben niet speciaal gezocht. We sloegen gewoon onze voorraad in waar
zich een gelegenheid voordeed, zonder al te veel tijdverlies.
Nochtans vraag ik mij af, hoe andere reizigers dit aanpakken? Eten zij
ook vaak hetzelfde? Of trekken zij meer tijd uit voor het zoeken naar
winkels en restaurants?
Na het
ontbijt, terug naar de Paseo Nuevo, want Stijn wil nu toch ook
eens een kijkje gaan nemen in deze leuke winkelstraatjes. Aangenaam om
te flaneren, maar de zon breekt moeilijk door. Wanneer het rond de
middag nog altijd mistig is, beslissen we om door te rijden naar
Santa Monica, begin- en eindpunt van deze reis. Daar willen we nog
even genieten van het strand en van Third Street Promenade met
z'n gezellige drukte. We volgen eerst een stukje Interstate 101
en dan opnieuw Highway 1. Zo komen we voorbij Malibu. De
strandhuizen van de 'rijken' zijn echter goed afgeschermd, en voor het
overige zien we alles slechts in een flits omdat we de baan niet
verlaten. Wanneer we tegen 15 uur de voorsteden van L.A. naderen, breekt
de zon door. En als we even later de auto parkeren naast het strand, is
het terug zomers warm. Precies zoals het was toen we hier toekwamen en
ons avontuur nog moest beginnen!

We
slenteren richting Third Street. Deze omgeving is ons al bekend en doet
meteen vertrouwd aan. We zoeken een terrasje uit om een hapje te eten en
lopen nog wat winkels in en uit. Een paar aankopen. Enkele foto's. Maar
het afscheid hangt al in de lucht. Tot slot wandelen we nog een keertje
over het strand, voorbij de 'Baywatch'-hokjes, tot aan het water. De
golven komen en gaan, op de pier draait het rad, in de verte een paar
bootjes... de zon zakt steeds verder weg. De dag is voorbij, zo'n
laatste blik doet altijd een beetje pijn.
Onze
laatste nacht hebben we geboekt in het Los Angeles Hilton Airport
Hotel, zoals de naam reeds zegt: een luchthavenhotel. De kamer is
heel comfortabel en ruim. We halen de auto nu helemaal leeg, want dit is
het definitieve eindpunt. Morgenochtend zullen we 'onze' Buick
terug inleveren. We hebben samen bijna 5.000 km afgelegd. Door het stof
en de hitte van woestijnen, de bergen, de steden... Ongelooflijk,
hoeveel we tijdens deze vakantie hebben gezien!
We
gaan eten in één van de restaurants van het Hilton. Stijn bestelt nog
een keertje een 'New York' steak. Kwestie van de lijn tot het laatst
door te trekken. Veel zakenmensen ook in dit hotel. Alles heel verzorgd.
In het
zogenaamde Business center van het hotel kunnen we op internet en
zodoende versturen we nog enkele e-mails. We houden het echter kort,
want de betaling is met visa en elke minuut tikt aardig aan.
Daarna
in onze kamer nog iets drinken, TV-kijken, een lekker bad nemen, de
verzamelde documentatie sorteren...
DAG
20 en 21:
Los Angeles - Frankfurt - Brussel
vrijdag en zaterdag, 16 & 17 augustus
Dit is
zo'n dag waar ik van baal. Ons vliegtuig vertrekt pas om 19 uur
vanavond, maar in deze buurt valt er helaas weinig te beleven. Nadat
Eddie en Stijn de auto hebben ingeleverd, wat erg makkelijk en vlug
gaat, blijven we nog een poosje in het hotel rondhangen. Ontbijten,
bagage goed inpakken, overbodige rommel in de papiermandjes proppen, en
ja... dit is ook het einde van onze (ondertussen enigszins gehavende)
frigobox.
We
geven de bagage in bewaring aan de receptie, zodat we de handen vrij
hebben om nog wat rond te kijken in de hotelwinkeltjes; kopen een
laatste souvenir en een paar tijdschriften voor in het vliegtuig.
Het
kriebelt om te vertrekken, want we zijn uiteraard niet vertrouwd met
zo'n grote luchthaven als LAX, en evenmin kunnen we goed de tijd
inschatten die nodig zal zijn om hier, met de huidige
veiligheids-maatregelen, in te schepen.
Met
het hotelbusje zijn we in enkele minuten tijd bij de toegang tot de
Tom Bradley International Terminal, waar de meeste intercontinentale
vluchten vertrekken. Aan de check-in van Lufthansa staat een ellenlange
file, maar dat blijkt nog voor een eerdere vlucht te zijn. Wachten dus.
Daarna
gaat het inchecken vlot. Er wordt wel uitdrukkelijk nagevraagd of er
geen scherpe voorwerpen ( zakmesjes, nagelschaartjes, spelden...) in de
handbagage zitten en of we alles zelf hebben ingepakt.
Ook de
persoonlijke controle verloopt efficiënt, zonder noemenswaardig
oponthoud. Ons Leen moet wel haar sportschoenen uittrekken, zodat die
apart kunnen gescreend worden, en de tas van de videocamera wordt
eveneens grondig onderzocht. Blijkbaar let men toch altijd op specifieke
zaken. De stroom passagiers, eigen aan zo'n enorme luchthaven, wordt
echter goed opgevangen en vrij vlug zitten we in de transit.
We
hebben nog enkele uren te wachten! Buiten glinstert de zon op het tarmac
en op de grote boeings met verre bestemmingen. Dezelfde zon schittert nu
wellicht ook over de Grand Canyon, de tafelbergen van Monument Valley,
de hoodoos van Bryce... al die fantastische plekken waar we geweest zijn
en die een onvergetelijke indruk hebben nagelaten!
De
vlucht terug is een halfuurtje korter. Nog meer dan lang genoeg
natuurlijk! We hebben ongeveer dezelfde plaatsen in het vliegtuig als
bij de heenvlucht. Even na het opstijgen, een maaltijd en dan worden de
lichten gedoofd en de meeste luikjes aan de ramen gesloten, zodat 'de
nacht' kan invallen. Echt slapen blijft toch moeilijk, vind ik.
Opstijgen om 19u en tien en een half uur vliegen, betekent dat we
volgens onze huidige biologische klok om 05u30 landen, doch nu moeten we
er negen uur bijtellen, dus in Frankfurt is het al 14u30!
Daar
een wachttijd van ongeveer drie uur, maar na zo'n lange vlucht lijkt
Brussel opeens naast de deur. En inderdaad, dat uurtje vliegen is zo om!
In
Brussel-Zaventem loop je als EU-burger zó door de douane; bagage van de
band halen; en gelukkig staat de man van de reisorganisatie met z'n
busje ( zoals afgesproken en besteld ) reeds te wachten. We kunnen
meteen instappen om naar ons huis en naar het-leven-van-elke-dag terug
te keren!
Sonia
Hermans
Reacties welkom:
sonia.hermans@pandora.be
|